Direct naar de inhoud

Let op! Dit is de beta website van BHIC. Reacties die je hier achterlaat, gaan verloren na officiële livegang.

Terug naar overzichtOverzicht
Een Stolperstein in Vlijmen voor Josef Hirnheimer (1)

Een Stolperstein in Vlijmen voor Josef Hirnheimer (1)

Bert Meijs

1 oktober 2024

Bijgewerkt op 3 oktober 2024

Josef was de enige joodse inwoner van Vlijmen-dorp in de Tweede Wereldoorlog. Wij allen kennen de geschiedenis van de joden in de oorlog en het is onze plicht, ook al zijn we inmiddels tachtig jaren verder, daar blijvend aandacht aan te besteden. Dit gedachtig aan wat in de Talmoed, het belangrijkste boek binnen het Jodendom, staat geschreven: "Een mens is pas vergeten als zijn naam vergeten is.”

Op de vlucht

Josef Hirnheimer
Josef Hirnheimer

Josef Hirnheimer is op 3 mei 1904 geboren in Beieren in Duitsland in de stad Bamberg. Van 1931 tot 1936 is hij hophandelaar in Bamberg. Omdat het Nationaal Socialisme zich in Duitsland steeds sterker doet gelden, vlucht hij in januari 1936 naar Saaz (Žatec) in het Tsjechische Bohemen, het centrum van de hopcultuur.

Als de Duitsers Tsjechoslowakije bezetten moet Josef weer vluchten. Josef komt begin 1939 in Nederland terecht, waarschijnlijk eerst bij zijn zus en ouders, die dan in Oss wonen. In Oss staat Josef overigens niet in het bevolkingsregister geregistreerd, maar die  registers werden niet altijd goed bijgehouden.

Bij de hopteelt in Vlijmen

Tijdens de jaren dertig komt de land- en tuinbouw in een ernstige crisis terecht. Men wil daarom in Vlijmen de aloude hopcultuur weer een nieuw leven inblazen. In 1935 wordt een ‘Hopvereniging’ opgericht. Vijftien telers sluiten zich hierbij aan en volgen in de wintermaanden van 1936/1937 een cursus, met na afloop een diploma. Josef komt door o.a. een publicatie over de proef met de hopteelt in De Telegraaf in contact met de burgemeester van Vlijmen en Tiny van Wagenberg, voorzitter van de plaatselijke Boerenbond. Met als gevolg dat Josef Hirnheimer de Vlijmense vereniging gaat helpen. Hij komt volgens zijn persoonskaart op 22 maart 1939 naar Vlijmen, en wordt de belangrijkste adviseur bij de aanleg en de teelt van hop in Vlijmen.

Op 12 juli 1939 schrijft de burgemeester van Vlijmen een uitgebreide brief aan de Minister van Justitie in den Haag. Josef Hirnheimer heeft tot 31 december van dat jaar een verblijfs- en een arbeidsvergunning gekregen. Omdat Josef het land zou moeten verlaten gaat de burgemeester in zijn brief uitgebreid in op het verblijf van Josef. De Boerenbond is op initiatief van de burgemeester, zo schrijft hij, drie jaar geleden begonnen met de aanleg van een proefveld van hop. Door een krantenbericht komt de burgemeester in contact met Hirnheimer, en die is bereid om bij de teelt, zonder dat er kosten aan verbonden zijn, van advies te dienen.

Tiny van Wagenberg, rechts op de foto en Josef Hirnheimer,      beoordelen de hop naar fijnheid en de vorm van de bellen
Tiny van Wagenberg, rechts op de foto, en Josef Hirnheimer, beoordelen de hop naar fijnheid en de vorm van de bellen

Al snel blijkt dat hij, vanwege zijn kennis, onmisbaar is bij de proefnemingen. De burgemeester wil dus dat zijn verblijf gecontinueerd wordt. Op 17 augustus schrijft hij nogmaals, dat gelet op het feit dat de tijd voor het plukken en drogen van de hop is aangebroken, de minister spoedig een beslissing moet nemen over het verblijf van Hirnheimer. De volgende dag laat het Gerechtshof in den Bosch al weten dat de uitwijzing voorlopig is opgeschort omdat ‘het geval’ van Hirnheimer nader onderzocht moet worden.

Op 2 september krijgt de gemeente Oss bericht dat de Minister van Justitie zijn beslissing heeft ingetrokken. Hirnheimer mag blijven mits hij niet ten laste komt van de openbare kas. Op zich een vreemde adressering omdat hij ingeschreven is in Vlijmen en de burgemeester van Vlijmen het bezwaar heeft ingediend. Op 4 september schrijft de burgemeester van Vlijmen aan de Boerenbond van Vlijmen dat Hirnheimer mag blijven.

Verblijf in Vlijmen

Het voormalig woonadres van Josef Hirnheimer, Wolput 12
Het voormalig woonadres van Josef Hirnheimer, Wolput 12

Josef woont in bij de weduwe Odijk, op het adres Wolput D 3e, het huidige nummer 12. De weduwe was getrouwd met Jan Odijk, die in 1941 is overleden. Jan Odijk was nauw betrokken bij het toneel in Vlijmen en hij schreef ook toneelstukken. Zijn in Vlijmen geboren zoon was Otto Dijk, pseudoniem voor Ad Odijk (1925-2004), Otto was schrijver/dramaturg, voor o.a. de VARA-televisie (Hadimassa, Maigret-verhalen), het Groot Limburgs Toneel en De Nieuwe Komedie.

Volgens zijn persoonskaart krijgt Josef op 4 augustus 1941 zijn persoonsbewijs uitgereikt, wat klopt met de datum van zijn gevonden persoonsbewijs.

Opgave van de gegevens van Hirnheimer door de gemeente (Klik voor een vergroting)
Opgave van de gegevens van Hirnheimer
door de gemeente (Klik voor een vergroting)

Weg uit Vlijmen

De Joden krijgen door de Duitsers steeds meer beperkingen opgelegd en ze worden steeds meer vernederd. Op 25 juni 1942 wordt de herenfiets van Josef in beslag genomen en op 17 november 1942 krijgt Josef het bevel om vóór 25 november de woning te verlaten.

Josef duikt onder in Amsterdam, waarschijnlijk met zijn vriendin Hadassa Heertjes. Zijn zus woont in Amsterdam, mogelijk dat hij via haar een onderduikadres heeft gevonden.

Op 7 september 1942 laat de gemeente weten op de vraag van het Gewestelijk Arbeidsbureau of er Joden in de leeftijdsgroep van 18 tot en met 41 jaar in de gemeente wonen, dat Josef Hirnheimer onder die categorie valt. Op 3 maart 1943 verklaart de gemeente Vlijmen in een brief aan het Gewestelijk Arbeidsbureau in Den Bosch dat Josef Hirnheimer zonder nationaliteit is.

Op 12 april 1943 vraagt de Gewestelijke Politie of de verwijdering van de Joden uit de gemeente regelmatig is verlopen, dan wel of er zich stoornissen hebben voorgedaan. In april 1943 meldt de Chef-veldwachter M. v.d. Sanden aan de burgemeester van Vlijmen dat Josef Hirnheimer vanaf 1 april 1943 niet meer is gezien. (Hirnheimer is dan al in Amsterdam ondergedoken).

Briefje van de chef-veldwachter Van der Sanden aan de burgemeester van Vlijmen
Briefje van de chef-veldwachter Van der Sanden aan de burgemeester van Vlijmen

Op 19 mei 1943 krijgt de gemeente een brief uit Westerbork met gegevens uit het bevolkingsregister van Josef Hirnheimer. Er wordt gemeld dat Hirnheimer op 4 mei 1943 van het kamp Westerbork is vertrokken (lees afgevoerd naar een concentratiekamp). Hij is daags ervoor 39 jaar geworden. Men schrijft dat Hirnheimer naar het buitenland is vertrokken en men wil weten of hij in het bevolkingsregister is opgenomen.

Registratiekaart van Josef Hirnheimer in Westerbork
Registratiekaart van Josef Hirnheimer in Westerbork

Volgens Tiny van Wagenberg, die veel met Josef heeft samengewerkt, is Josef na zijn woninguitwijzing, samen met zijn verloofde Hadassa Heertjes, de dochter van rabbijn Salomon Heertjes uit 's Hertogenbosch, in Amsterdam ondergedoken. Daar zijn ze samen opgepakt en op 30 april 1943 naar het doorgangskamp Westerbork gebracht. Op 4 mei worden zij op transport gesteld naar concentratiekamp Sobibor in Oost-Polen, daar zijn ze beiden op 7 mei 1943 vermoord. Josef is dan 39 jaar en Hadassa nog maar 20 jaar.

Mededeling van Josef Hirnheimer uit Westerbork is 'abgereisd' (op transport gezet)
Mededeling van Josef Hirnheimer uit Westerbork is 'abgereisd' (op transport gezet)

In de Nederlandse Staatscourant van 29 september 1949 wordt zijn overlijden, samen met het overlijden van vele anderen, gemeld: ‘12373  Hirnheimer, Josef, 3 Mei 1904, Bamberg. Won. Vlijmen, t 7 Mei 1943.”

Lees ook het vervolg

Reacties

Reacties laden…

Feedback geven

Wat vind je van deze pagina? We horen graag wat beter kan.

0 van 300 tekens gebruikt

Deel geen gevoelige gegevens, zoals je BSN, adres, telefoonnummer of medische informatie.