De oud-rechterlijke aktes van de gemeente Lithoijen van rond 1800 bieden een inkijk in een kleine gemeenschap van bewoners aan de rivier de Maas onder de vleugels van de stad ’s-Hertogenbosch, de vrijheid Oss en het graafschap Megen. Voor deze notitie heb ik aktes geselecteerd die een bijzonder relaas beschrijven, een bijzonder feit belichten of juist het alledaagse weergeven. Het leert ons dat, de essentie van “samen leven” in zo’n gemeenschap door de eeuwen heen niet is veranderd. In het zevende deel: bedreiging voor een borgbrief.

Op 18 februari 1803 worden in de raadkamer van Lithoijen zes personen gehoord die getuigen waren van een dreigement van Hendrik Bogers aan het adres van Hendrik Coolen , oud president-schepen van Lithoijen. Uit naam van A. van Dieden, rechter van de Bommelerwaard en Heerewaarde, leggen de 6 getuigen onder ede een verklaring af voor de schepenen van Lithoijen.
De ondervraging bestaat uit 13 vraagpunten. De getuigen zijn: Hendrik Coolen, 37 jaar oud, geboren en getogen te Lithoijen;
- Isabella Engelen, 75 jaar oud en geboren te Roggel onder Luik en wonend bij haar schoonzoon Hendrik Coolen;
- Johanna Weeps, 23 jaar oud, thans wonend bij Jan de Laat;
- Jan de Laat, 66 jaar oud, geboren te Lith en wonend te Lithoijen; Marianne Govers, 53 jaar oud geboren en wonend te Lithoijen;
- Feijke van Heerewaarde, 50 jaar oud, geboren te Maren-Kessel en wonend te Lithoijen.
De getuigen geven allen te kennen dat zij Hendrik Bogers gekend hebben. Hij was gemeentediender te Macharen en heeft in de jaren 1791 en 1792 in Lithoijen gewoond. Hendrik Bogers verzocht in het jaar 1800 om een borgbrief zo verklaren de getuigen. Feijke van Heerewaarde voegt daar aan toe dat Bogers eens bij haar thuis kwam en luid vloekend tegen haar zei dat Hendrik Coolen hem geen borgbrief wilde verschaffen.
Het moet in de zomer van 1800 zijn geweest. Jan de Laat en Marianne Govers verklaren nog dat de vrouw van Bogers naar hun huis is gekomen om het een en ander te kopen en ook toen kwam ter sprake dat Hendrik Coolen voor haar en haar man geen borgbrief zou hebben willen uitschrijven. Zo’n drie weken nadien kwam Hendrik Bogers met paard en kar aanrijden met daarop zijn vrouw en drie kinderen gezeten. Zij gingen eerst naar het huis van Hendrik Coolen en vervolgens naar de dijk naar het huis van Jan de Laat.
Daar aangekomen haalde hij zijn vrouw en kinderen van de kar en zeten hen op de grond. Bogers beval zijn vrouw en kinderen naar het huis te lopen van Hendrik Coolen met woorden als “ge vraagt daar maar om eten en drinken” of woorden van gelijke strekking. Isabella van Engelen voegt daar aan toe dat vrouw en kinderen Bogers inderdaad naar hun huis zijn gekomen maar dat ze niet binnen zijn geweest.
Huis in brand
Dan is ook Hendrik Bogers naar het huis van Hendrik Coolen gelopen. Hij zou hem wederom om een borgbrief hebben verzocht. Dit wordt bevestigd door Hendrik Coolen zelf, hoewel Marianne Govers zegt dit niet te hebben gehoord, terwijl de andere getuigen zeggen daar geen weet van te hebben. Vervolgens heeft Hendrik Bogers gedreigd het huis van Hendrik Coolen in brand te steken als hem de borgbrief onthouden werd, zo verklaren Isabella Engelen en Johanna Weeps.
Dit dreigement van Henrik Bogers wordt serieus genomen en brengt veel onrust teweeg in de buurt. Er wordt een burgerwacht ingesteld die tenminste dertig nachten over hun huis en haard heeft gewaakt. De schrik zat er dus goed in. Uiteindelijk is het bij het dreigement gebleven. Hendrik Coolen verklaart nog dat hij Hendricus Boogers een dag of 14 na het voorval tegenkwam. Hij sprak hem aan en legde hem toen nog eens uit waarom hij geen borgbrief voor hem en zijn vrouw kon schrijven. Daar nam Bogers geen genoegen mee en hij uitte wederom de nodige dreigementen.
Lees ook Bladeren door het Lithoijens Journaal 1798-1805
De tekst van dit artikel is gepubliceerd onder een CC BY-SA 4.0-licentie. Voor de illustraties geldt de licentie die in het bijschrift is vermeld.
