Direct naar de inhoud

Let op! Dit is de beta website van BHIC. Reacties die je hier achterlaat, gaan verloren na officiële livegang.

Terug naar overzichtOverzicht

Geheimzinnig Gerra III - Willem wil niet erg

Gerard Strijards

30 april 2025

Bijgewerkt op 30 april 2025

Welke geheim verbergt huize Gerra? Wat heeft dat te maken met de moordaanslag op mgr. Zwijsen? Of uiteindelijk zelfs… met de zaak Marietje Kessels? Onderzoeker Gerard Strijards kenschetst, via onder andere Abe Lenstra, Napoleon en Koning Willem I, vanuit een persoonlijke invalshoek dit bijzondere relaas. In deel 3: Willem wil niet erg.

Lees eerst deel 2

Portret van Willem I, koning der Nederlanden
Joseph Paelinck, 1819, via Rijksstudio

De nieuwe staat, Het Vereenigd Koninkrijk der Nederlanden, bleek na 1815 waarachtig een groot economisch succes. Ook omdat dat rijk enorme koloniale gebieden geconcessioneerd had gekregen van Londen zowel in De West als De Oost. De Antillen en Suriname met Demarary enerzijds en de geweldige Indische Archipel in De oost. Beiden toegankelijk ook voor katholieken ter opzetting van neringen, plantages en mijnbouw. Maar het staatshoofd, thans Koning Willem I geheten vanaf 21 september 1814, kon zich toch niet goed voegen naar de verplichting om de katholieken voetstoots te aanvaarden als gelijkwaardige staatsburgers zoals protestanten – hervormden genaamd – en Israëlieten – dus Joden – en alle staatsambten voor hen open te stellen, hun religie te beschermen en verder hun instellingen op gelijke voet te subsidiëren zonder voorafgaande ingrijpende Rijksinspectie.

 En aan bisschoppen moest hij eigenlijk helemáál niet denken. Niet op zijn grondgebied. Hij traineerde dus de onderhandelingen over een concordaat.  Maar Whitehall lette goed op en liet de teugel niet vieren. Ook al niet, omdat het zelf ook concordaten moest sluiten, ook tegen heug en meug, vooral toen Victoria en Albert van Saksen Coburg-Hannover de nieuwe Koninklijke Familie zich daar waarachtig tegen áán begon te bemoeien, nu als Defender of the Faith, zoals de zittende koning van Engeland in het wetsafkondigingsformulier werd aangeduid. Zie nader dit verhaal.

Willem zag er alleen iets in, als hij dezelfde positie zou krijgen in de rechtsverhouding tot de Heilige Stoel als de koning van Hispanje had gehad in 1559 bij de overeenkomst tot oprichting van een nieuwe bisschoppelijke hiërarchie in De Lage Landen, met bisschoppen in Deventer, Den Bosch, Roermond en Middelburg, Groningen en Leeuwarden. De koning wilde bij benoemingen daarom een vinger in de pap. En hij wilde de voordracht doen van aan te stellen bisschoppen. Zoals destijds Philips II had mogen doen.  De paus kon dan weliswaar afwijzen, maar dan mocht de koning een nieuwe voordracht doen. Dat was voor Rome reeds daarom onaanvaardbaar omdat Willem I nu eenmaal Hervormd was en zich óók nog aanmatigde hoofd van die Hervormde Kerk te zijn. Philips II was een allerkatholiekste monarch en bijna scrupuleuze volgeling van Rome, dat was héél andere koek. 

Uitgebreide staatscontrole

En verder wilde Willem I beslist de superinspectie over iedere vorm van katholiek onderwijs, juist dat welk gegeven werd op de seminaria en groot-seminaria, of dat nu opleidde tot staatsexamens of niet.  Napoleon had dergelijke staatscontrole óók gehad. Hij had de nieuwe bisdommen mogen definiëren, cartografisch waarbij de Paus zich via canonieke bevestiging kon aansluiten of niet: dan werden er nieuwe onderhandelingen gestart. En verder had de Keizer het recht bedongen de diplomatieke post in te zien met Rome. Het Recht van Placet: het recht van goedkeuring van de intellectuele inhoud van die post had de Keizer zich voorbehouden. Dat leek Willem I ook noodzakelijk. Anders ging er geen letter naar Rome.

Verder meende hij ook verdere inspecties te moeten claimen over katholieke instellingen voor maatschappelijk hulpbetoon. Hij accepteerde echter wel bijzonder procesrecht voor geestelijken, mits dat in onderlinge overeenstemming werd uitgewerkt in uitvoeringsarrangementen. Hij had immers gemerkt dat commune vervolging van bisschoppen en prelaten door de Zuidelijke Nederlanders niet werd geaccepteerd en zulks op straffe van volksopstanden. Hij aanvaardde het concordaat uiteindelijk wel. Omdat hij dacht daarbij via de uitvoeringsarrangementen heel veel pijnpunten voor zijn interne soevereiniteit toch weer onder te schoffelen.

Dat had Napoleon I ook vaardig gedaan bij het concordaat dat hij eerst als Eerste Consul van Frankrijk en later als Keizer der Fransen uiteindelijk sloot met de Heilige Stoel in 1801 en waarvan de arrangementen weer zo waren geredigeerd dat de staat toch weer vele vingers in de roomse pap kreeg. Die er daardoor in smaak en samenstelling niet vooruitging. De paus Pius VII  stelde bisschoppen aan, bijvoorbeeld. Maar dan moest hij wel daarna de toelating vanwege de Keizer daarvan verkrijgen bij het landsbestuur. Dat dus toch weer weigeren kon. En verder wilde Willem niet aanvaarden dat de briefwisseling tussen de lagere geestelijkheid en Rome niet mocht worden gecensureerd door zijn regering via het recht van vóórinzage. Een heikel punt. De internuntius en de minister van Buitenlandse Zaken van Willem parafeerden de finale redactie van het concordaat niettemin af zonder verdere reserves. Zo werd niet geregeld of de priesters een ambtelijke status zouden krijgen met financiële toeslagen. Dat werd aan de uitvoeringsarrangementen overgelaten, want ook hier loerden addertjes onder het gras.

Maar die stiekeme en toch opvallende consequente tegenwerking van koning Willem I en van protestantse politici zorgde ervoor dat het concordaat niet meteen werd uitgevoerd. Onder meer uit onvrede met de antikatholieke politiek van de koning scheidde het Zuiden zich in 1830 af. Het koninkrijk België ontstond. In het noordelijke deel dat als Nederland overbleef, vormden katholieken niet langer de meerderheid van de bevolking. Gevolg was dat het concordaat van 1827 slechts papier bleef. Zo ging koning Willem I door met grote beperkingen op te leggen aan het kloosterleven en trachtte hij ook greep te krijgen op de opleiding van de katholieke geestelijkheid. Verbetering kwam er tijdens het korte bewind van zijn zoon, koning Willem II, tussen 1840 en 1849. Willem II hield regelmatig verblijf in het katholieke Brabant en was daar in Tilburg bevriend geraakt met de molenaarszoon en pastoor Joannes Zwijgen.  Willem II kende de pastoor heel erg goed. Misschien te goed. Zwijsen wilde kloosters die ook staatstaken aan zich trokken. Dienvolgens, de dag van zijn inhuldiging als nieuwe koning maakte Willem II een einde aan de beperkende wetgeving voor de kloosters.  Daar keken veel politici vreemd van op. Want juist hier was Willem I persistent geweest.

Oude beschouwende ordes konden terugkeren in Nederland, nieuwe congregaties konden er gesticht worden. Met de breve Ex qua die van 4 maart 1853 stelde paus Pius IX (1846-1878) opnieuw bisdommen in Nederland in. De missiekerk werd een volwaardige kerk, met bisschoppen in plaats van vicariaten en met parochies in plaats van staties. De aartsbisschoppelijke zetel werd uit eerbied voor de heilige Willibrord in Utrecht gevestigd. Verder kwamen er bisdommen in Haarlem, Breda, 's-Hertogenbosch en Roermond. Deze indeling bleef ongewijzigd tot 1956, toen de nieuwe bisdommen Groningen en Rotterdam werden opgericht.

De Aprilbeweging-1853

Het herstel van de bisdommen leidde in een deel van protestants Nederland tot felle protesten. Sommigen konden zich niet neerleggen bij het gegeven dat Nederland geen protestantse natie was, anderen vreesden de invloed van de paus als buitenlands staatshoofd. Ook waren er die zich opwonden over het feit dat paus Pius IX in de breve van 1853 had gezegd dat het protestantisme in Nederland 'onkruid had gezaaid tussen de tarwe. De Hervorming werd afgedaan als een heiligschennend varken dat de wijngaard des heren die destijds, in de zestiende eeuw, zo heerlijk oogst droeg, wroetend en knorrend had omgeploegd. Dat nam de harten van de andersdenkenden niet direct in voor deze nieuwe diocesane organisaties. In de maand april van dat jaar ontstond er een petitiebeweging, de zogenoemde Aprilbeweging, die 200.000 handtekeningen verzamelde tegen het herstel van de bisschoppelijke kerkstructuur. In sommige steden werden katholieke geestelijken op straat bespot en werd katholiek personeel ontslagen.

Koning Willem III nam de handtekeningen van de Aprilbeweging in ontvangst en beledigde daarmee zijn eigen kabinet, dat dan ook aftrad. Maar de herstelde bisdommen werden niet bedreigd. Het kerkelijk leven kon zich gaan ontplooien op de wijze en in de organisatievorm die eigen is aan de katholieke Kerk, onder de herderlijke leiding en inspiratie van bisschoppen. Zonder inmenging van derden. Vooral zonder die van de oppermachtige liberalen en de conservatieven in de Tweede Kamer. Dat was tenminste de bedoeling. Van die Zwijsen. Die het te Tilburg drukker had dan ooit met zijn wezenzorg. Want het was een barre tijd, vol besmettelijke ziekten, misoogsten, natuurrampen en overmatige kindersterften terwijl de zwangere huiverend haar barensbed zag opdoemen met de schier onvermijdelijke kraamvrouwkoorts waartegen evenmin enig kruid gewassen scheen. Vooral onder katholieken.

Lees ook de andere delen

Reacties

Reacties laden…

Feedback geven

Wat vind je van deze pagina? We horen graag wat beter kan.

0 van 300 tekens gebruikt

Deel geen gevoelige gegevens, zoals je BSN, adres, telefoonnummer of medische informatie.

Geheimzinnig Gerra III - Willem wil niet erg | BHIC