Direct naar de inhoud

Let op! Dit is de beta website van BHIC. Reacties die je hier achterlaat, gaan verloren na officiële livegang.

Terug naar overzichtOverzicht
Geheimzinnig Gerra VI  - Een verholen doch kenbaar verbond

Geheimzinnig Gerra VI - Een verholen doch kenbaar verbond

Gerard Strijards

30 april 2025

Bijgewerkt op 30 april 2025

Welke geheim verbergt huize Gerra? Wat heeft dat te maken met de moordaanslag op mgr. Zwijsen? Of uiteindelijk zelfs… met de zaak Marietje Kessels? Onderzoeker Gerard Strijards kenschetst, via onder andere Abe Lenstra, Napoleon en Koning Willem I, vanuit een persoonlijke invalshoek dit bijzondere relaas. In deel 6: Een verholen doch kenbaar verbond.

Lees eerst deel 5

Een wederkerige voortgezette verbintenis die de altijd diligente Van Maanen natuurlijk niet ontgaan kon, reeds omdat de uitvoering van de daaruit voortvloeiende verplichtingen openlijk en onmiskenbaar geschiedde, terstond nadat vader Willem het staatkundig toneel in 1840 effectief verlaten had. Zwijsen is dan al lang – sedert 11 mei 1832 -- pastoor te Tilburg op het Heijke zoals men toen schreef. Daar had hij zich duchtig doen gelden als beheerder, meer gerespecteerd dan echt bemind. Zijn wil bleek wet te zijn. Zijn oogmerken die van OL Heer. God en Zwijsen waren het altijd eens.

En die God kon er een zijn der wrake. Waarbij de koning Willem II soms executant bleek. Op 5 juni 1832 had hij als kroonprins al zijn stafkwartier gevestigd in de buurt van Zwijsens imponerende pastorie. Het feit van hun innige vriendschap, hoezeer ook door protestanten en liberalen misprezen, ging gelden als staatkundige factor van betekenis. Het heette na 1840 dat koning Willem II meestal desiderata van de pastoor inwilligde en aldus het katholicisme zeer begunstigde. Zo gaf de koning de stichting van kloosters in beginsel vrij en zag hij af van zijn recht van placet, het recht om tevoren diplomatieke missives aan de Heilige Stoel in te zien en zo nodig te censureren of tegen te houden bij expeditie.

Ook kwam hij Zwijsen tegemoet inzake de oprichting van roomse lagere scholen, al gaf hij deze bevoegdheid niet volkomen vrij. Het alarmeerde Van Maanen, want juist op deze punten achtte hij gevaarzetting van het Napoleontische centralistische staatssysteem aanmerkelijk in gevaar. En natuurlijk overwoog Van Maanen met anderen wat de koning tot deze toegevendheden kon bewegen. Waarbij het antwoord, dat beiden – pastoor en vorst elkaar zwaar konden compromitteren in sexualibus voor de hand lag. Van Maanen had aangiften en klachten terzake in voorraad gearchiveerd. En daaraan gaf Van Maanen ook ruchtbaarheid in kleinere kring. Voorzichtig en slechts bij gissing, want hij wist dat de vorst hem naar welgevallen kon ontslaan en bleef gehecht aan zijn machtspositie. En ook dat sijpelde door, zodat ook van Maanen in de gevarenzone kon komen. Hetgeen gebeurde in het revolutiejaar 1848, toen ineens allerlei herinneringen aan onoirbaarheden bedreven door regeringspersonen en hun camarilla boven kwamen drijven.

Huize Gerra

Vooral toen Zwijsen per breve van 14 januari 1842 verheven werd tot bisschop van Gerra in partibus infidelium, dat wil zeggen in heidense gebiedsdelen van de universele Moederkerk. Gerra is een plaats en voormalige gemeente in het Zwitserse kanton Ticino, en maakt deel uit van het district Locarno. Gerra (Gambarogno) telt 295 inwoners. De meeste Gerra-inwoners waren destijds calvinisten. Juist als bisschop zou Zwijsen zich nationaal laten gelden. Vanuit Huize "Gerra", een grote neoklassicistische villa in 1853 in traditionele vormen opgetrokken als residentie voor bisschop Johannes Zwijsen (1794-1877) van 's-Hertogenbosch. De naam van de villa is afkomstig van het toenmalige titulair diocees van Zwijsen.

De hardnekkige fictie der exterritorialiteit

Volgens de toen geldende kerkelijke opvattingen mocht de bisschop niet resideren in de plaats van zijn bisschopszetel. Daarom is gekozen voor een locatie aan de zuidzijde van de rijksweg tussen Tilburg en 's-Hertogenbosch, ten noorden van de toenmalige bebouwde kom van Haaren en nabij het in 1837 gebouwde Grootseminarie van het bisdom Den Bosch. En van den aanvang ging het gerucht dat deze villa exterritoriaal was ten opzichte van de rechtsmacht van de Staat der Nederlanden. Ter uitvoering van het concordaat van 1827. Dat inderdaad in deze soort exempties, privileges, immuniteiten en exterritorialiteiten voorzag.

 Zoals het concordaat van 1801 ook had gedaan dat het verdrag van 1827 geacht werd te vervangen. Gold het hier soms een vrijplaats voor breidelloze ontucht? Zoals men ook beweerde ten aanzien van de zeteling van Mgr Philippe Bär, bisschop te Rotterdam? Hij trad plotsklaps op 13 maart 1993 af als bisschop van Rotterdam en als legerbisschop en werd in het bisdom Rotterdam opgevolgd door monseigneur Ad van Luyn. Vanaf 1993 tot zijn verhuizing in 2020 reisde Bär vanuit het klooster van Chevetogne frequent naar Nederland voor het leiden van eucharistievieringen, huwelijkssluitingen en begrafenisdiensten in diverse parochies. Vanwege zijn broze gezondheid verhuisde Bär begin 2020 naar een verzorgingshuis voor kloosterlingen in Teteringen bij Breda.  Was het paleis aan het Emmaplein bij de Westzeedijk heulplaats geweest onder Bär voor mannelijke ontucht? 

De commissie Deetman, belast met een onderzoek naar het seksueel misbruik van minderjarigen binnen de Rooms-Katholieke Kerk, heeft redenen gehad in 2011 daarvoor feitelijke grondslag te vinden. En ook hier deed de fictie van de exterritorialiteit als gerucht opgang. Het is niet zo gek dat dat ook geschiedde betrekkelijk het achteraffe en verholen staande Huize Gerra. Het geheimzinnige Gerra. Zie onder meer boeiend beschreven door BHIC-moderatrice Marilou Nillesen. Zij rept niet van seksuele motieven. Maar slechts van onbegrijpelijkheden. Ik kom op de donnée’s daarvan aanstonds terug. Zij het dan niet zittend op de bedrand van de sponde van Zwijsen zoals de redactrice. Wellicht toch te gevaarlijk wegens gelijkslachtelijkheden.

Het Herstel der bisschoppelijke hiërarchie en Zwijsens opstelling

De pauselijke Breve “Ex qua die” van 4 maart 1853 van de doorgaans nogal tactloze Pius IX waarbij ineens de provinciale pauselijke rechtsorganisatie van een volledige nationale episcopale hiërarchie werd ingevoerd trof het kabinet-Thorbecke als een mokerslag, zowel wat de toonzetting ervan, de strekking en de wijze waarop ze afgekondigd en uitgevoerd werd. Thorbecke was nu aan het bewind. En deze liberale staatsman had zorg gedragen dat in Nederland nu godsdienstvrijheid heerste, zij het dan, behoudens ieders verantwoordelijkheid bij de wet vastgesteld. Daarmee werd de strafwet bedoeld. Want het was nu niet de bedoeling dat ieder onderricht volstrekt buiten iedere overheidsbemoeienis bleef.

Thorbecke wilde beslist dat de godsdienstvrijheid onderworpen zou blijven aan rijkstoezicht, eventueel bij delegatie uit te besteden aan gewestelijke inspecteurs of districtscommissarissen. Iets wat als godsdienst werd gepresenteerd behoefde dat naar intellectuele inhoud of ideologische reikwijdte nog volstrekt niet te zijn. Ook destijds kon religieuze vrijheid misbruikt worden voor haatzaaien, opruïing en aanzetten tot burgeroorlog, evenals nu. Daar hadden alle godsdienstige denominaties vanaf 1581 – het jaar van de afkondiging van het Placcaet van Verlatinghe, het staatsstuk waarbij de Noord-Nederlandse Staten-Generaal de trouw aan hun monarch Philips II onvoorwaardelijk opzegde – steeds weer gewaagd, zowel de gereformeerde, de hervormde, de remonstrantse, de wederdoperse, de Israëlitische als de rooms-katholieke leerstellige moraaltheologische systemen.

En deze waren, zodra de kansel werd misbruikt om de staatszelfstandigheid, staatsonzijdigheid en de defensie alsmede consulaire politiek van dat rijk steeds strafrechtelijk bestreden. Eventueel via deportatie, externering of verbanning van de onverlaat die daartoe dat meubel of het bedehuis had misbruikt. Of deze nu de toga had gedragen van de dominee, de kniegespen van de remonstrantse broederschap dan wel de struimel van de Sefardische voorzanger of het hoofddeksel van de rabbijn uit de Aszkenazen. Verder was nog steeds het overleg gaande tussen de pauselijke nuntius en de ministers van het kabinet-Thorbecke over het scala van uitvoeringsarrangementen behorende bij het concordaat van 1827, juist omdat de paus nog steeds wereldlijk staatshoofd was van de bij het verdrag van Wenen uitgebreide kerkelijke staat in midden-Italië waarbij deze staat vanwege de geallieerden van 1815 een eeuwigdurende gewapende neutraliteitsgarantie had verkregen die ook Nederland dwong tot zekere verplichtingen.

Het diplomatieke universele verkeer via het Romeinse Hof

 Als dat verdrag, gesloten tussen Paus Leo XII en Willem I in de ogen van Rome iedere gelding had verloren wegens verjaring van de operatieve bepalingen ervan, dan had Thorbecke daarover tevoren moeten worden ingelicht, want deze staatsman was juist van tegenovergesteld gevoelen. Thorbecke zag veel in organieke wetsbesluiten ter uitvoering van het concordaat, juist omdat niet zo heel duidelijk was welke dwingende leerstelligheden nu wel of niet behoorden tot het katholieke openbaringsgeloof met zijn verschillende bebronningen – zeker niet voor een buitenstaander als de Zwolse middenstanderszoon – en welke betrekking hadden op de kerkelijke administratie in engere zin en de volkerenrechtelijke statuur van de Heilige Stoel die juist in de tweede helft van de XIX-eeuw aanmerkelijk uitgebouwd werd.

Thorbecke hechtte, realist als hij was, veel waarde aan de Roomse diplomatieke diensten, juist omdat de Paus zijn gezanten eenzijdig zond naar hun posten waar zij hun interstatelijke missies moesten verwezenlijken, zonder dat daarbij de voorwaarde van wederkerigheid gold. De ontvangende staat behoefde niet, op zijn  beurt, reciprociteit te bieden bij de diplomatieke betrekkingen en zelf óók een gezant te zenden met de eis van accreditatie. Daarom was de Romeinse diplomatie zo verrassend goed ingelicht. Mede in het zicht van het feit dat de nuntius het gewoonterecht kon claimen dat hij ambtshalve dekens was van het diplomatieke corps op de standplaats. Dat is nog steeds zo. Daarom is het zo onraadzaam de gezant  ten Vaticane terug te roepen, want men mist dan de meest actuele gevoelige geopolitieke informatie. Juist in dit opzicht zou Nederland de komende twee eeuwen zo  aanmerkelijk blunderen in het interstatelijk verkeer. De bulla gewaagde van “herstel” van de bisschoppelijke hiërarchie. En dat deed Den Haag pijn. 

Met dit herstel wordt feitelijk bedoeld het opnieuw oprichten van een ten onrechte tenietgegane Nederlandse rooms-katholieke kerkprovincie zoals deze was geweest in 1559, de dagen van Philips II. De dagen, waarin van geen Nederlandse staat of Republiek sprake kon zijn. De bul redeneerde opzettelijk bijna driehonderd jaar onafhankelijkheidsstrijd van het Vaderland weg. Dat Vaderland had nooit mogen bestaan! Dat was ook de redactie van de bul.  Dat herstel van de bisschoppelijke hiërarchie leidde in 1853 tot het nationale protest van de Aprilbeweging. Een breed gedragen volksprotest, gericht tegen de katho’s. En hun handlangers. Aterlingen die een staatsgreep bereidden. Dat was de emotie.

Die zich vooral tegen Thorbecke richtte. De staatsman scheen afgedaan te hebben. Afgefakkeld voor het front der troepen. Het gewaagt niet van veel omgevingsbewustzijn dat de bisschop van Gerra meteen openlijk zijn immense vreugde uitsprak over breve, rechtsgevolgen en de emancipatoire betekenis ervan voor de Brabo’s. De reactie van koning Willem III en het aftreden van het kabinet-Thorbecke I in hetzelfde jaar bevestigden de nieuwe rollen van kabinet en koning na de Grondwetsherziening van 1848. En algemeen waren niet-katholieken van oordeel dat Zwijsen weer eens misbruik had gemaakt van zijn nefaste betrekkingen met Willem II. De Roomsen zouden aan de macht komen. En een theocratie stichten. Dat zou je zien. En beleven. Een vuile nichtenstreek.

Het concordaat 1827 uitgevoerd?

Het euvel was dat ook het concordaat van 1827 sprak van een herstel van de bisschoppelijke hiërarchie. Was dus de breve niet alvast een voorschot op het uitvoeringstraject van dat concordaat?  En was daarom de regering niet voorts gebonden tot een verdere uitvoering van het in 1827 ingeslagen traject, inzonderheid betreffende de erkenningen van uitzonderingen op de territoriale rechtsmacht van het koninkrijk der Nederlanden zoals de reeds genoemde exterritorialiteiten, de immuniteiten aan bisschoppen en prelaten met administratieve bevoegdheden in het publieke domein, de regeling van exclaves en enclaves binnen de voormalige Generaliteitslanden – denk aan Megen, Gemert, Ravenstein en de immuniteitsgebieden in het Roermondse Overkwartier en Het Land van Loon – om nog maar niet te spreken over gebouwelijkheden in Den Haag als het Spaanse Hof aan het Westeinde? Was niet plotsklaps duidelijk, nu, waarom die Zwijsen ineens zijn bivak had gekozen in dat achterafgelegen pand dat tartend Huize Gerra genoemd werd?  Bereidde dat verdoemelijk katholieke volksdeel niet alvast een wijkplaats tot oprichting van een theocratie voor? Was dat niet de restauratie die Rome beoogde om het liberalisme neer te slaan? En kon het niet alrede bogen op een fait accompli? Inclusief de geïmpliceerde immuniteitspositie van geestelijken met bestuursmacht? Zoals een pastoor of rector van een kloosterconvent?

 Over dat “herstel” van de bisdommen in Nederland bereikte het Verenigd Koninkrijk der Nederlanden in 1827 immers een volkomen principiële afgeparafeerde publiekrechtelijke overeenkomst met de aartsconservatieve paus Leo XII die zelfs van stoommachines niets had willen weten. Dit concordaat voorzag in twee bisdommen voor Noord-Nederland, te weten het bisdom Den Bosch dat de provincies Noord-Brabant, Zeeland en Gelderland zou omvatten, en een bisdom Amsterdam dat de rest van Nederland met uitzondering van Limburg omvatte. Amsterdam, verdomme!  De hoofdstad van de Republiek met haar Gouden Eeuw!

Limburg zou met de provincie Luik het bisdom Luik vormen. Luik! Dat oude reactionaire prinsbisdom. De militaire gouverneur van Karel de Grote! Alle bisdommen in het Verenigd Koninkrijk der Nederlanden waren suffragaan aan het aartsbisdom Mechelen. Het concordaat voorzag zelfs in een door architect Jan de Greef in 1827 volledig uitgewerkte kathedraal op de Amsterdamse Nieuwmarkt, maar onder meer door de Belgische Revolutie kon dit niet uitgevoerd worden. Koning Willem I bekrachtigde toen trouwens, maar veel te laat en zonder ruchtbaarheid, de eerdere beperkingen die aan de kloosters waren opgelegd, en ook de protestantse politici stonden niet onverdeeld positief tegenover een dusdanig herstelde katholieke hiërarchie. Wel werd in 1833 een wijbisschop benoemd voor de Hollandse Zending. Bisschop Cornelius baron van Wykerslooth had weliswaar geen bisdom, maar had verder alle bevoegdheden van een bisschop, zoals het toedienen van het vormsel, het wijden van priesters en kerken. Dat was nu allemaal obsoleet. Door het stoken van die bisschop Van Gerra. Dat vriendje van Willem II.

Het opbouwen van de massieve kerkelijke organisatie en de actuele staatkunde

Met de nieuwe grondwet van 1848 waren de laatste beperkingen voor de katholieken weggenomen. De beslissing viel uiteindelijk op een vergadering van de Congregatio de Propaganda Fide in december 1852. Paus Pius IX keurde het plan goed. In 1853 werd het robuust, zonder notificatie aan de kroon en de regering, uitgevoerd. Door Zwijsen, die bleef doordrukken terwijl tactisch overleg zoveel had kunnen besparen aan tegenkantingen. Want Zwijsen bleef de man die geen tegenspraak, hoe subtiel ook geformuleerd, duldde, niet uit zijn eigen volksdeel en niet vanwege derden. De katholieken gingen een parastatale administratie stichten. In kennelijke afwachting van een theocratie te vestigen nadat heel Nederland bekeerd zou zijn. Hiermee werden de aartspriesterschappen in het noorden en de apostolische vicariaten in het zuiden zonder eerbiedigend overgangsrecht opgeheven. En aldus werden ook de oude vertrouwde schuilkerken bij voorraad tot de sloop gedoemd, omdat nieuwe bezems nu eenmaal schoon schijnen  te vegen.  Ongeacht de monumentale waarde en historische wording van deze opmerkelijk charmante bedehuizen met hun worteling nog uit de Romeinse tijden.

Joannes Zwijsen werd benoemd als aartsbisschop van de heropgerichte Nederlandse kerkprovincie. Daarop begon het herorganiseren van de Rooms-Katholieke Kerk in de vijf bisdommen: uittartenderwijs juist Utrecht – waar nota bene de Unie was gesticht die de Noordelijke Nederlanden staatkundig had verenigd in 1579! -- Haarlem, 's-Hertogenbosch, Breda en Roermond. Ter ere van Sint Willibrord werd de aartsbisschoppelijke zetel triomfantelijk in Utrecht gevestigd. Pas in 1956 werden de bisdommen Groningen en Rotterdam opgericht. De katholieken, die sinds de Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden stelselmatig waren achtergesteld ten opzichte van de protestanten, begonnen na 1853 aan een periode van emancipatie. Eerst aarzelend. Maar steeds krachtiger. En uiteindelijk ook wel basaal arrogant. We simply rule this country heette het in de voltooiingsperiode van de emancipatie.

 Er werden met steun van de overheid veel nieuwe kerken gebouwd. Het katholiek onderwijs, de katholieke pers en het katholieke verenigingsleven werden sterk ontwikkeld. Tegelijkertijd bestond eenzelfde tendens bij de protestanten, de socialisten en in mindere mate bij de liberalen. Dit typisch Nederlandse verschijnsel werd verzuiling genoemd. Deze periode van hernieuwde bloei van het katholicisme in Nederland wordt de tijd van het 'Rijke Roomse Leven' genoemd en uitte zich in het leven van de gelovigen door vrijwel dagelijks kerkbezoek, vele processies, geregeld op bedevaart gaan, van vrijwel ieder gezin ging wel een zoon voor priester studeren of trad een zoon of dochter in een klooster in. Dit proces kreeg later vorm in het Rijke Roomsche Leven met allerhande verschillende verschijningsvormen. Vooral in Noord-Brabant werd dit sterk ter hand genomen.

Lees ook de andere delen

Reacties

Reacties laden…

Feedback geven

Wat vind je van deze pagina? We horen graag wat beter kan.

0 van 300 tekens gebruikt

Deel geen gevoelige gegevens, zoals je BSN, adres, telefoonnummer of medische informatie.

Geheimzinnig Gerra VI - Een verholen doch kenbaar verbond | BHIC