Direct naar de inhoud

Let op! Dit is de beta website van BHIC. Reacties die je hier achterlaat, gaan verloren na officiële livegang.

Terug naar overzichtOverzicht
Heeft de dienstmeid Geertruida de vensters open gedaan?

Heeft de dienstmeid Geertruida de vensters open gedaan?

Jan Arts

18 november 2024

Bijgewerkt op 18 november 2024

Dat is de vraag die een rechter in Den Bosch in 1889 moet beantwoorden. Zo blijkt wel uit het gerechtsverslag van de zaak tegen Theodorus Arts (1828-1914) uit Beers.

Gegoede familie

Theodorus is een vrijgezelle boer en heeft drie medewerkers in dienst: een dienstknecht, een dienstmeid en een huishoudster. Drie getuigen zien echter dat de dienstmeid Geertruida huishoudelijke taken uitvoert en dat mocht niet. Theodorus had haar voor de belasting niet als een dienstbode ‘der eerste klasse’ opgegeven maar in de derde klasse (voor de verzorging van het vee).

Theodorus wordt in 1828 in Beers geboren in een burgemeestersfamilie. Zijn oudere broer was burgemeester van Nistelrode, zijn vader was burgemeester van Beers en zijn opa, oom, neef en achterneef waren burgemeesters van Sint Anthonis. Theodorus zelf wordt landbouwer en blijft zijn hele leven vrijgezel. Hij woont samen met zijn, eveneens vrijgezelle, broer Johannes en twee zussen Adriana en Maria. De broers en zussen zijn tamelijk welgesteld. Ze hebben ook maar liefst drie medewerkers in dienst: een inwonende dienstknecht en dienstmeid voor de verzorging van het vee en daarnaast nog een huishoudster voor de huishoudelijke werkzaamheden.

Het criminele vonnis tegen Theodorus Arts (bron: BHIC)
Het criminele vonnis tegen Theodorus Arts (bron: BHIC)

Voor de rechter

Op 28 december 1888 wordt Theodorus ‘beklaagd van het niet aangeven in de Rijkspersoneele belasting over het dienstjaar van 1 mei 1888 tot 1 mei 1889 van eene vrouwelijke dienstbode der eerste klasse’ terwijl deze ‘dienstbode door hem gebezigd werd tot huislijke en persoonlijke diensten’.

Het verweer van Theodorus is dat ‘Geertruida de Bruijn, die bij hem in dienst is voor het dienstjaar 1888-1889, in de personeele belasting door hem is aangegeven in de derde klasse, al een of andermaal, vrijwillig en zonder opdracht van hem, zich heeft bemoeid met het verrichten van eenigen huiselijken dienst’, maar dat zij door hem ‘uitsluitend is gehuurd en wordt gebezigd tot verzorging van het aan hem toebehoorend vee’.

Vervolgens zijn er drie getuigen, de heren Stultjens, Steegmans en Göbel, ‘allen commiezen der belastingen’, die ‘onder eede en ieder voor zich’, verklaren dat zij op ‘den 4e september 1888 des voormiddags te kwart voor vijf ure en den 12 september 1888 des voormiddags te half vijf ure hebben gezien dat de bij beklaagde in dienst zijnde G. de Bruijn telkens de vensters der woning van beklaagde open deed.’

Geertruida verklaart zelf dat zij ‘als dienstbode tegen een loon van ƒ70,00 ter verzorging van het vee bij beklaagde inwoont, doch geene huiselijke diensten verricht. Dat zij wel eens de huishoudster behulpzaam is, in enkele huishoudelijke verrichtingen zoals kleeren wasschen, aardappelen schillen en dergelijken, doch dat zulks bij uitzondering geschiedt’. Ze verklaart ook ‘dat zij voorts ontkent op 4 en 12 september 1888 in den vroegen morgen de vensters der woning van beklaagde te hebben geopend.’

Geertruida krijgt steun van de inwonende dienstknecht Johannes Verbruggen. Hij verklaart dat hij ‘sedert 4 jaar bij beklaagde als knecht inwoont en daarom uit eigen wetenschap kan verklaren dat de vorige getuige (Geertuida) steeds op den stal werkzaam is en nooit eenig werk in huis verricht’.

Het oordeel van de rechter is dat hij meegaat met de getuigenis van de drie belastingcontroleurs en dat Geertruida als ‘dienstbode in de 1e klasse der personele belasting had behooren te zijn aangegeven.’ De rechter stelt vervolgens vast dat de ontdoken belasting ƒ4,17 bedraagt en dat de boete in dit geval het ‘vijfdubbele’ hiervan is: ‘alzoo ƒ20,85’. Naast deze boete moet Theodorus ook de kosten van het proces betalen en dat is maar liefst ƒ40,15.

De proceskosten voor Theodorus Arts (bron: BHIC)
De proceskosten voor Theodorus Arts (bron: BHIC)
Een Brabantse dienstbode, c. 1912. NB niet Geertruida (Foto: Andries Nielen. Bron: BHIC, DCVAR-000842)
Een Brabantse dienstbode, c. 1912. NB niet Geertruida
(Foto: Andries Nielen. Bron: BHIC, DCVAR-000842)

Personele Belasting

Al voor 1800 bestond er een dienstbodebelasting. Vanaf 1833 was er de Wet op de Persoonele Belasting. De wet voorzag in verschillende klassen en tarieven. Dienstbodes voor de huishoudelijke taken werden belast in de eerste klasse en die voor het vee in een (voordeligere) derde klasse. Theodorus had de werkzaamheden van zijn medewerker volgens de uitspraak niet juist aangegeven en is daarvoor met een boete veroordeeld. Een totaal bedrag van ruim 60 gulden klinkt misschien niet veel, maar wel als je dat vergelijkt met het loon van 70 gulden voor een heel jaar van de dienstmeid. Ze kreeg dan wel gratis kost en inwoning maar dan nog. Dit alles was opgemerkt door drie belastingcontroleurs die tot tweemaal toe voor dag en dauw moeten zijn opgestaan om de overtredingen op ‘4 september 1888 des voormiddags te kwart voor vijf ure en den 12 september 1888 des voormiddags te half vijf ure’ te hebben kunnen constateren.

Het verdere leven van Geertruida de Bruijn

Tja, en hoe ging het verder met Theodorus Arts en Geertruida de Bruijn? Geertruida werkt nog drie jaar bij Theodorus. In 1892 gaat zij in dienst bij Petrus Thijssen (senior). Petrus was burgemeester van Beers van 1856-1899 (hij was de opvolger van Theodorus’ vader Joannes Arts die van 1832-1856 de burgemeester van Beers was). In 1899 wordt Petrus Thijssen junior de burgemeester en van 1900 tot 1902 werkt Geertruida voor hem als dienstbode. In april 1902 trouwt Geertruida met Theodorus van den Bergh en ze krijgen drie kinderen. Geertruida overlijdt in 1951.

Het verdere leven van Theodorus Arts

Theodorus blijft samenwonen met zijn vrijgezelle broer Johannes en zussen Adriana en Maria en ze krijgen regelmatig nieuwe dienstknechten en -meiden. In 1904 laat Theodorus een nieuw huis bouwen in het centrum van Beers waar hij met zijn twee zussen gaat wonen (zijn broer is dan net overleden).

Het woonhuis van Theodorus Arts aan de Grotestraat in Beers (Foto: Wies van Leeuwen / Provincie Noord-Brabant. Bron: BHIC PNB001003173)
Het woonhuis van Theodorus Arts aan de Grotestraat (Foto: Wies van Leeuwen / Provincie Noord-Brabant. Bron: BHIC PNB001003173)

De grond naast zijn huis stelt Theodorus beschikbaar aan de Zusters van Liefde van Schijndel. Zij bouwen daar een nieuw klooster en een meisjesschool. In 1907 en 1911 overlijden de beide zussen Adriana en Maria. Na Theodorus zijn dood in 1914 wordt de grond waarop het klooster staat en ook zijn woonhuis met boerderij en weiland aan de zusters geschonken. Het woonhuis wordt gebruikt als bejaardenhuis en staat bekend als het ‘oudemannenhuis’. Het klooster is in 1959 gesloopt maar het woonhuis staat er nu nog steeds (Grotestraat 22).

Het klooster in Beers, c. 1939 (Bron: BHIC BEE0022)
Het klooster in Beers, c. 1939 (Bron: BHIC BEE0022)

Reacties

Reacties laden…

Feedback geven

Wat vind je van deze pagina? We horen graag wat beter kan.

0 van 300 tekens gebruikt

Deel geen gevoelige gegevens, zoals je BSN, adres, telefoonnummer of medische informatie.