Direct naar de inhoud

Let op! Dit is de beta website van BHIC. Reacties die je hier achterlaat, gaan verloren na officiële livegang.

Terug naar overzichtOverzicht
Het Eindhovens Bels Lijntje (12/12)

Het Eindhovens Bels Lijntje (12/12)

Gerard Strijards

16 september 2025

Bijgewerkt op 9 oktober 2025

Bij het lezen van dit treurig verhaal vraagt men zich af: "Hoe is het mogelijk dat zoiets kon gebeuren?" Nam dan niemand verantwoordelijkheid? Is later nog opsporingsonderzoek verricht? De juiste oorzaak zal wellicht nooit iemand te weten komen.

De tragiek van deze spoorlijn bewaard via BHIC

Er bestaan verschillende versies. Het Berliner Tageblatt van 20 november 1918 maakte melding van de zware ontploffing te Hamont, waar volgens het blad kwajongens een lont zouden hebben ontstoken bij een munitietrein. Ook werd beweerd dat de Duitsers zelf de trein in brand gestoken hadden. Inwoners van Hamont die vlak bij het station woonden en hun heil hadden gezocht in de vlucht, vermoedden reeds de avond ervóór dat er iets zou gebeuren. Er heerste een doemstemming, vooral bij de Duitse miliciens van de lagere rangen die dachten volledig aan hun lot te worden overgelaten. Daarin hadden ze geen ongelijk. Spa liet ze barsten. Daar bij de Duitse Generale Staf waren ze op dat moment meer bezig met de evacuatie van de Keizer.

De mensen van Budel meenden: als men de Duitsers niet spoedig doorliet, zouden ze zich erdoor vechten. Ze waren tenslotte nog vol bewapend en haatten de hele wereld. Wie zou hen tegenhouden als ze aan het verkrachten sloegen en de voorraden alcoholische dranken die rondom de stations ruim voorhanden waren aanspraken? Men zag onderofficieren dronken rondzwabberen op weg naar verder vertier. Rond 22u van die bewuste avond zouden er al lichtkogels afgevuurd zijn.

Maar de mares zwollen aan. De Duitse soldaten waren woedend omdat de treinen niet verder reden, ze onvoldoende te eten kregen en omdat ze hun wapens zouden moeten afgeven aan de Nederlandse grensposten. Daarom wierpen ze hun geweren, gordelriemen, ransels en alle hinderlijke bagage op hopen langs de sporen. Aan de officieren werd niet meer gehoorzaamd. Ze braken de wagons open op zoek naar eten en vooral naar drank (jenever), waar ze zich meer dan te goed aan deden. Nieuwe uniformen en laarzen werden uit een wagon geslingerd. De soldaten verwisselden van kleding, gooiden hun versleten plunje op een paar stapels naast de sporen en stookten die luizenhopen op.

Treinramp Hamont
De burgemeester van Hamont bij de verwoesting van de treinramp (bron: Wikimedia Commons (opent in een nieuw tabblad), bewerkt).

Verder waren knaapjes uit de streek bendegewijs ook bezig plunderingen uit te voeren en waren er bivakken van bedelaars gekomen tussen de sporen. Een ooggetuige uit de Achterhoek vertelde dat hij op die bewuste avond van 18 november bij diverse wagons vuurtjes zag branden, zelfs in een wagon. De Duitsers waren er zeker van dat ze nu ook nog krijgsgevangen zouden worden gemaakt door de Fransen die ze naar zuidelijk Frankrijk zouden afvoeren voor losgelden en gijzeling. Zo stommelden de geruchten erdoorheen en nam de argwaan toe.

Ondermijning van de sporen!

Verondersteld werd ook dat de rangeerplaats ondermijnd werd, gelet op het grote gat dat in de grond geslagen werd en de geweldige kracht der ontploffing die ganse spoorwegonderdelen honderden meters wegslingerden. Tenslotte beweerden Hamontenaren dat plunderende Nederlandse soldaten in uniform, door hun onvoorzichtigheid de ramp veroorzaakten. In elk geval zouden meerdere Nederlandse uniformstukken opgemerkt zijn. Ondenkbeeldig is het niet. Vanaf augustus waren grensbewakingstroepen aan Nederlandse zijde ook op grote schaal met smokkel bezig. Dit ondanks de dodelijke Draad, waartegen de Nederlanders vernuftige kunstwerkjes ter passage hadden vervaardigd: mobiele ondertunnelingen via houten vaten onder de stroomdraden door.  

Ook bij de rangeervorken bij Achel was het staande praktijk. Er was veel mee te verdienen en de Belgen waren aan deze troepen gewoon, ook al kenden ze de uniformuitmonsteringen niet precies. Deze dienstplichtigen waren het Hollandse gezag allang beu. Ze waren vaak voor zichzelf begonnen en handelden ruim in wapentuig dat aan Belgische zijde voor een habbekrats veil was. Het militair gezag had wel vergaande bevoegdheden in de grensstreken wegens de daar heersende Staat van Beleg, ingevolge de Oorlogswet voor Nederland van 1899. Maar echt gehandhaafd werd er niet veel en de mensen haalden ook overal hun schouders over op. Den Haag was niet zeer geliefd in deze streken, dat zou men tot 1925 blijven merken.

Totale anarchie

De gevolgen van deze totale anarchie daarentegen waren verschrikkelijk. Daar kwam men na de ramp pas goed achter en toen werd het wereldnieuws. Naar men aanneemt, verloren een honderdtal Duitse soldaten het leven bij deze ramp. Voor de Hamontenaren was de materiële schade enorm. Later werden er 359 schadedossiers behandeld. Dit zou betekenen dat ongeveer 59% der woningen schade had opgelopen. Het totale bedrag aan schadevergoeding bedroeg 82.867 fr. Voor die tijd betekende dat een aanzienlijk bedrag. Van alle verwoestingen en vernielingen die een oorlog uiteraard met zich meebrengt, was de ontploffing van 18 november 1918 voor Hamont wel het ergste.

Plundering te Hamont, AH 16-12-1918
Op 16 december 1918 bericht het Algemeen Handelsblad over in Eindhoven opgedoken goederen die eerder in Hamont waren geplunderd (bron: Delpher.nl).

De meeste doden waren doorgaans Duitse soldaten en één bericht meldde dat er ook enkele Nederlandse soldaten daarbij om het leven zijn gekomen. Maar de verslaggevers zogen ook veel uit hun duim. Sensatie was ook toen oogmerk en bovendien hadden de Franstalige courantiers er alles voor over om Nederlandse soldateska in diskrediet te brengen, met het oog op de annexaties die men dacht te presenteren bij de opening van de Vredesconferentie te Parijs aan de Quay d’Orsay.

Toen leek de hele wereld wel samen te spannen tegen Nederland en daarom werden deze rampzaligheden flink opgeblazen in de periodieken, ongeacht de stuwkracht van het aangetroffen amatol in een van de wagons. Steeds maar berichten over nalatigheden aan Nederlandse zijde om hulp te borgen aan hen die in hulpeloze toestand waren geraakt, niet alleen door de ontploffingen maar door de algehele ontheemding der streek. Ieder voor zich en God niet eens voor een ander. Zo wilde het de Nemesis dezer eervergeten geschiedenis. Eerherstel zouden ook de zusters Reparatricen niet hebben kunnen bieden op deze schaal, ongeacht de enorme hoeveelheden hosties die ik op maandbasis placht af te halen in dat kloostertje aan de Willemstraat, met het schelle tl-licht in die wachtkamer.

De eerste krantenberichten spraken van 800, later van 1.500 en zelfs van 2.000 doden. Een paar dagen na de ramp berichtte de Tilburgsche Courant dat het aantal van 400 doden waarschijnlijk te hoog geschat zou zijn. Het aantal doden werd in latere berichten bijgesteld naar ruim 100. Een later gemaakte documentaire over de ramp spreekt over 1.007 doden. Op de lokale begraafplaats werden ten minste 35 Duitsers begraven. Zij werden in 1933 herbegraven op de militaire begraafplaats van Leopoldsburg.

De verwijzing naar een subcommissie

De Belgen bleven persistent bij hun eisen tot genoegdoening en de toewijzing van annexatoire vorderingen. Gelukkig bleef Hymans dat doen in zijn merkwaardige Luikerwaals, met nasale docerende stem en teruggaand tot de Guldensporenslag van de Vlamingen in 1322. Steeds na de lunch, zwaar besproeid met voortreffelijke rode wijnen in de dompig warmgestookte salle d’horloge aan de Seinekades. Clemenceau was net slachtoffer geweest van een aanslag met een vuurwapen; de kogel treiterde nog in zijn longkwabben. Maar hij had de voorzittershamer niet willen overdragen.

Georges Clemenceau, 1919
Georges Clemenceau in 1919 (bron: Wikimedia Commons).

Iedereen, voor zover niet wegzakkend in de sluimeringen zijns gemoeds, luisterde meer naar de snerkende hoestpartijen waarin deze staatsman uitbarstte dan naar wat Hymans meldde over de contrabande die was geleverd via dat Eindhovens Bels Lijntje en de nalatigheden die te Eindhoven waren betracht in verband daarmee jegens de wijkelingen en gewonden.

Ik zei al dat Nederland vaker het vege lijf redt door deze toevalligheden en dat het niet toe te schrijven is aan onze briljante diplomatie. Hymans, merkend dat zijn auditorium niet erg ontvankelijk bleek voor zijn beschouwingen, riep tegen de deemstering in genoemde zaal uit “Oh! Wat kan ik toch doen om mijn geliefde België te redden uit dit ongeluk?” Clemenceau, ineens uit de lethargie ontwakend, snerpte goed hoorbaar ten antwoord: ”Sterven! Nu, onmiddellijk”. Daarop werd de zaak verwezen naar een subcommissie.

Ga terug naar deel 11.

Reacties

Reacties laden…

Feedback geven

Wat vind je van deze pagina? We horen graag wat beter kan.

0 van 300 tekens gebruikt

Deel geen gevoelige gegevens, zoals je BSN, adres, telefoonnummer of medische informatie.