Nolbertus Pijnenburg, roepnaam Bart, woonde als 23-jarige thuis tijdens de Tweede Wereldoorlog op de Udenhoutseweg in Helvoirt. Hij bood een onbekende tijdens die oorlog hulp. Een Duitse soldaat kreeg van hem Hollandse kleding om veilig en “ongezien” terug te keren naar Duitsland. Die deserteur werd na een jaar opgepakt en wees Bart Pijnenburg aan als de “hulpverlener”. Een begin van veel oorlogsleed dat de Helvoirtenaar heel veel onbarmhartige momenten bracht. De kalender gaf 28 januari 1944 aan. De SS, de schrik van elke niet Duitser, arresteerde hem. Alleen directe familieleden weten hiervan. Tachtig jaar bevrijding is de reden hier aandacht aan te besteden.

Via concentratiekamp Vught en tal van andere soortgelijke kampen belandde de jongeman in het Oostenrijks vernietigingskamp Mauthausen. Hiervan zijn verschrikkelijke verhalen bekend. De 23-jarige zoon van Chriest Pijnenburg en Johanna van Wijk werd bevrijd door het Zwitserse Rode Kruis. Deze bevrijders repatrieerden de uitgemergelde Pijnenburg op 28 april 1945. Drie maanden van herstel waren nodig voordat Pijnenburg vanuit de ziekenboeg in het noodziekenhuis Oudenbosch naar huis kon. Het hoopje mens van 35 kg en 180 cm lang met veel luizen kon amper zijn naam zeggen. Zijn vader herkende zijn eigen zoon niet meer bij de eerste ontmoeting op bevrijd terrein. Om deze ontmoeting vroeg Bart Pijnenburg nadrukkelijk. Hij wilde weten of er nog familieleden van hem leefden. Waren er geen familieleden meer dan hoefde het voor hem ook niet meer.
Onze Bart leeft nog
Een verpleegzuster van het noodziekenhuis in Oudenbosch regelde een vervoermiddel. Samen met de chauffeur reisde de zuster naar Helvoirt en zocht de boerderij van de familie Pijnenburg aan de Udenhoutseweg. Zij bracht daar het goede nieuws dat “Onze Bart” nog leefde en in Oudenbosch op hen wachtte. Vader Pijnenburg is direct meegegaan, nieuwsgierig naar de toestand van zijn zoon die al 15 maanden in gevangenissen had gezeten. Moeder Pijnenburg-van Wijk is twee weken later met een auto vanuit Helvoirt op ziekenbezoek geweest. Het duurde nog drie maanden voordat Bart Pijnenburg goed op eigen benen kon staan en ontslagen werd uit het noodziekenhuis in Oudenbosch.

Duitsland en Oostenrijk
Veel verplaatsingen naar verschillende concentratiekampen tot het eindstation en vernietigingskamp Mauthausen in Oostenrijk overleefde Bart Pijnenburg op wonderbaarlijke wijze. Al die tijd wist het gezin Pijnenburg niets over hoe het met “onze Bart” ging, waar hij was, of wat hij moest doen. Of hij nog leefde. Ze ontvingen via een omweg een portemonnee met een medaille vanuit kamp Vught als teken van leven.
Zelden sprak de bekende Helvoirtse melkboer over zijn ontberingen waarbij hij meermaals de dood in de ogen keek. Zijn schoenen die hij droeg tijdens het gevangenisperiode zijn de stille getuigen; die moesten bewaard blijven en “niet bij het oud vuil gooien.” Een van de laatste woorden op het sterfbed toen hij tijdens vredestijd als 62-jarige de strijd tegen de leverkanker moest opgeven. Hij liet zijn vrouw en vijf kinderen achter op de Udenhoutseweg in Helvoirt. Hij nam een groot geheim mee.
Het geheim van de melkboer
Je kan spreken over het geheim van de Helvoirtse melkboer. Ruim 18 jaar was hij een vertrouwd beeld in de Helvoirtse straten als melkboer die trouw de lege melkflessen verwisselde met nieuwe gevulde flessen. Met een glimlach begroette hij de huisvrouwen wanneer hij ze overhandigde. Het is niemand bekend dat hij klanten in de loop der jaren deelgenoot maakte van zijn spannende levensmaanden in tal van concentratiekampen in Nederland, Duitsland en Oostenrijk. Thuis aan de keukentafel kwamen ook geen verhalen uit de mond van de vogelliefhebber. Voor zover bekend is Bart Pijnenburg de enige gevangene uit Helvoirt die in tal van concentratiekampen keihard moest werken voor de overheerser en dat amper overleefde. Zijn dochter, Jeannette Schilders-Pijnenburg, denkt dat haar vader de familie met zijn ontberingen niet wilde confronteren. "Mijn vader zei altijd: Mensen die over de strafkampen van de Duitsers praten zijn er niet geweest. Die er wel zijn geweest praten er niet over.”
Schoenen
Alle gevangenen, aanwezig in de talrijke kampen van de Duitse bezetter, droegen dezelfde kleren en schoenen. Juist die schoenen zijn bijzonder. Stalen plaatjes onder de hakken met geen enkele soepelheid. De schoenen hebben de oorlog overleefd en zijn in bezit van de familie Bart Pijnenburg met name Jeannette Schilders-Pijnenburg. De dochter van Bart Pijnenburg en Sientje Vugts vertelt: “Onze vader was ernstig ziek en zijn lichaam vocht de ongelijke strijd tegen leverkanker op 62-jarige leeftijd. Hij riep mij en vroeg of ik zijn schoenen uit het kamp wilde halen uit de bergruimte. Hij omschreef perfect waar ik ze kon vinden, maar ik vroeg me af wat hij daarmee van plan was. Toen ik hem die schoenen aanreikte op zijn ziekbed kreeg ik ze terug met de woorden: “Deze schoenen geef ik aan jou. Vanaf nu ben jij verantwoordelijk hiervoor. Het zijn de schoenen die ik in het kamp moest dragen. Waarom geef ik die jou? Ons moeder, die gooit ze toch in de vuilnisbak. En dat wil ik niet. Ze zijn nu van jou en je moet er zuinig mee omspringen. Zeg maar heel goed bewaren.”

Geen woord over gevangenschap
Jeannette Schilders gaat verder. “Ik vond dat heel bijzonder. Nooit een woord over zijn gevangenschap. Maar die schoenen moesten bewaard blijven. Jaren hielp ik hem in mijn vrije tijd bij zijn werk als melkboer. Toen hij de dood opnieuw in de ogen keek wilde ik er zijn voor hem. Vroeg bij mijn werkgever onbetaald verlof. Dat kreeg ik niet vanwege de drukte in de zorgverlening. Jammer dan. Bij deze neem ik ontslag en kreeg dat ook. Later, na het overlijden van mijn vader, is mijn werkgever daar op teruggekomen. “
Een bijzonder paar schoenen
“Inmiddels weet ik uit betrouwbare bron dat geen enkel oorlogsmuseum in Nederland een stel schoenen van een voormalige gevangene in haar bezit heeft. Kamp Vught is de trotse bezitter van één enkele schoen. Hoe ik met deze schoenen van mijn vader moet omgaan is me nu nog niet duidelijk. Ja, zorgvuldig bewaren! Verschillende verzoeken heb ik daarover gekregen. “Geef ze ons in bewaring voor het museum, dan blijf jij toch nog eigenaar. Het is natuurlijk een pracht van een voorwerp als onderdeel van alle ellendige zaken die gevangenen destijds moesten ondergaan. Ze zouden niet misstaan bij een oorlogsmuseum.”

De foto’s bij dit verhaal zijn beschikbaar gesteld door Jeannette Pijnenburg-Schilders en Wim Schilders uit Oisterwijk.
Dit verhaal verscheen eerder op Helvoirt.net (opent in een nieuw tabblad)
