Van 2006 tot 2017 schreef Henk Beijers als coördinator van de historische werkgroep van de Heemkundekring Schijndel de rubriek 'Historische nieuwtjes' voor het Schijndels Weekblad. Daarin bracht hij zijn lezers op de hoogte van bijzondere archiefstukken die nieuw licht werpen op de geschiedenis van Schijndel.
Franse troepen op de Molenheide
We schrijven 1672, vanuit de vaderlandse historie bekend als het rampjaar. De Republiek der Verenigde Nederlanden verkeert in oorlog. De Fransen vallen ons land binnen en de ellende was niet te overzien. De Franse legertroepen hebben ook Schijndel niet met rust gelaten, getuige een verklaring van een zekere Willem Wijnant Willems [44] en Handrick Goyart Tonissen [34].
Beiden wonen ze onder ‘den hertganck van den Liessent’. Een van hun naburen moet een zekere Gerit Peters van der Geeren zijn geweest. Zij leggen een getuigenis af over het legervolk van de Koning van Frankrijk ‘eenige luttel daeghen voor Sint Jacobsdach inden jaere 1672 gecampeert sijnde op de Molenheijde van Schijndel ende huijsen daer rontsomme staende uijtplunderende ende uijtroovende’. Een van de huizen was dat van Gerit Peters volgens Willem en Handrick, die vanuit hun eigen erf stiekem een oogje in het zeil hielden naar de verrichtingen van dat soldatenvolk.
Gerit was uit vrees voor de militaire acties gevlucht naar de Servatiuskerk en had de nodige huisraad en landbouwgereedschappen aldaar in veiligheid gebracht, maar kon in der haast natuurlijk niet alles meenemen. De Fransen konden zich zodoende meester maken van ’een ploegh, een aerdtkarre, hooghkarre, een stande ende een melcktobbe met alnoch een ijseren podt’. Aldus opgetekend op het notariskantoor van de in Sint-Michielsgestel residerende notaris Jan van den Heuvel op 28 december 1673.

Zeeheld Jan van Amstel
Geheel onverwacht leggen twee Schijndelse inwoners, 8 jaren na de dood van de Schijndelse, in Gemert in 1618 geboren, zeeheld Jan van Amstel, nog een verklaring af. Het zijn achtereenvolgens Huijbert Handrickx [70] en de ongetrouwde Lambertken Jan Joosten [50]. Ze zijn benaderd om hun verklaring te laten vastleggen ten behoeve van Elisabeth, de dochter van Hendrik van Amstel en zus van de zeeheld. Ze worden beschouwd als geloofwaardige personen en leggen de solemnele eed af, dat ze de waarheid en niets dan de waarheid zullen vertellen.
Huijbert verklaart dat hij verschillende keren ten huize van genoemde Elisabeth is geweest, beter bekend als de Steenen Kamer, op momenten dat Jan van Amstel, kapitein op een oorlogsschip in dienst van de Staten Generaal, daar kwam logeren om zich wat te ontspannen en bij te komen van de zeeslagen die hij had moeten leveren. Tijdens die bezoeken heeft Johan van Amstel laten doorschemeren dat zijn zus hem nog 500 gulden schuldig was, waarover zelfs een schuldbrief was opgesteld. Huijbert herhaalt tijdens zijn verklaring de letterlijke woorden die de zeekapitein destijds heeft uitgesproken nadat hij zijn schuld had vereffend nl. ‘Sij mach nu timmeren ende doen met het huijs soo sij wil; ick heb haer mijn schult quijtgescholden ende geschoncken’.
Vervolgens is het de beurt aan Lambertken die vele jaren dienstbode is geweest bij Elisabeth en zich alle bezoeken van Johan aan zijn zuster levendig herinnert. Zij bevestigt de uitspraak van Huijbert.
Huijbert voegt er nog aan toe dat de zeekapitein hem steevast uitnodigde, als hij op de Steenen Kamer logeerde, om hem gezelschap te komen houden en te komen kaarten. Tijdens dat kaartspel zal Huijbert wel de nodige heldhaftige verhalen gehoord hebben over de belevenissen van Johan van Amstel, de zeeslagen waar hij bij betrokken was of de zeepiraterij die hij moest bestrijden.
Deze getuigenverklaring is opgetekend te Sint Michielsgestel in het bijzijn van Handrick Handrick Spierincx en Jan Jansse Spierincx op 23 september 1677.
Verklaring van termen:
Sint Jacobsdach = de feestdag van de Heilige Jacobus apostel die gevierd wordt op 25 juli
Stande = een soort ton of kuip waarin men boter, melk of water bewaarde
[Bronnen: BHIC toegang 5016 inv.nr. 17 folio 50 en folio 123; Notarisprotocol van Jan van den Heuvel]
Oorspronkelijke publicatiedatum: 8 juli 2011 (nr. 42)


