Van 2017 tot 2024 schreef Henk Beijers als coördinator van de historische werkgroep van de Heemkundekring Schijndel de column 'Oud Nieuws' voor DeMooiSchijndelKrant. Daarin bracht hij zijn lezers op de hoogte van bijzondere feiten uit de geschiedenis van Schijndel.

Jan van Amstel, onze gedenkwaardige zeeheld van weleer, is in alle toonaarden beschreven en zijn roemrijke verleden is al van alle kanten belicht. Bert van de Velden uit Schijndel heeft er zelfs een hele uitgebreide publicatie aan gewijd.
Je moet overigens bij officiële documenten wel even wennen aan het 17e-eeuws taalgebruik. In het notarieel archief van Amsterdam [inv.nr. 2095] stond immers de volgende tekst: “Inden naame des Heeren Amen. Op huijden den laesten januarij anno sestien hondert seven ende tsestich compareerden [ = verschenen] voor mij Francois Meerhout. residerend notaris te Amsterdam, ter presentie van de naergenoemde getuijgen den E. Manhaften Johan van Amstel capiteijn ter Zee, sorterende onder het Edele Mogende Collegie ter admiraliteijt binnen dese stede, weduwnaar van wijlen Cornelia Schagen, als toecomende bruijdegom, geaccompagneert met [= vergezeld van] Cornelis Tromp ende de Edele Heer Joncker Thomas van Egmont van der Nijburch, burgemeester en raad van de stad Alckmaar ter eenre, ende Juffrouwe Anna Bocxhoorn, jonge dochter en toecomende bruijt, geassisteert met Sr. Christiaen Bocxhoorn haar oom en voocht ter andere zijde”.
Ze zijn met elkaar overeengekomen ‘omme gesamentlijck te vergaderen ende te treden in den echten staat, waartoe sij hen onderlinge mits desen verbinden, op de conditiën ende antenuptiale voorwaarden [= huwelijkse voorwaarden] die sij luijden voor eenige banden van houwelijck met den anderen hadden beraampt ende geslooten’. Getuigen waren Jan Jaaster en Regnerus Stapel.
Een jaar later maken ze samen een testament op.
Johan en Anna Boxhoorn deden dat op 18 april 1668 ’s middags om 5 uur bij dezelfde notaris, verbonden aan het Hof van Holland. Beide testateurs waren overigens gezond van lijf en leden, hun geheugen en verstand bleek nog goed te functioneren en ze realiseerden zich heel goed dat de dood een onontkoombaar gegeven was in het leven van iedere mens. Nu was het de gewoonte dat testateurs nauwkeurig aangaven wie in aanmerking zouden komen voor een of meerdere legaten.
Zo vermaakte onze zeeheld aan zijn broer en zussen, respectievelijk Pieter van Amstel, Maijcken van Amstel en Emerentia van Amstel ieder een bedrag van f 3000,= en mocht een van hen onverhoopt eerder overlijden dan komt dat bedrag toe aan de kinderen van de overledene. De twee kinderen van Willem van Amstel, de overleden broer van Jan, kregen ieder f 250,=. Zijn echtgenote Anna benoemt hij tot universeel erfgenaam.
Met uitzicht op zijn pensioen had hij op 6 december 1667 een huis gekocht van een zekere Bartholomeus van den Bogaert. Het lag in de Borne en werd omschreven als een huis, esthuis, hof, boomgaard en aanliggend land, groot 32 lopensen en nog een stuk ontgonnen land op het Oetelaar. Aan die hoeve, beter bekend als ‘de Stenen Kamer’ liet hij een voorhuis bouwen met een stenen kamer en noemde het Crèveceur, waar de wijk Grevekeur van afgeleid is.
Bron: Stadsarchief Amsterdam inv.nr. 2095; archief BHIC rubriek SC-DOC nr.33 bewerkt door ons lid van de historische werkgroep Jo van der Aa
Oorspronkelijke publicatiedatum: 5 mei 2021 (nr. 88)


