Direct naar de inhoud

Let op! Dit is de beta website van BHIC. Reacties die je hier achterlaat, gaan verloren na officiële livegang.

Terug naar overzichtOverzicht
“Ik geloof dat je het kan. Spring in de vijver en zie aan de overkant te komen”

“Ik geloof dat je het kan. Spring in de vijver en zie aan de overkant te komen”

Marc Verheul

4 oktober 2024

Bijgewerkt op 4 oktober 2024

Govert Verheul, oudste zoon van een Utrechtse rijwielfabrikant was in de meidagen van 1940 als 22 jarige jongeman betrokken bij de aanval aan de Moerdijk. Hij was gelegerd bij de 25st A-A Groep Kil, als stuks commandant. Na de capitulatie werd hij actief in het verzet, waarna hij tijdens Operation Market Garden, tolk Duits/Engels werd bij de Amerikanen. Later dat jaar werd hij manager van een Navy kantine voor de Engelsen en Canadezen.

Govert Verheul in een gehuurd kostuum uit
Tilburg op de dag van zijn huwelijk, februari 1945

Nijmegen 1944

Vlak voor kerst 1944 stapte een 2e Luitenant naar binnen in café Normandië. Hij vroeg beleefd of er wat te eten was. Hij stelde zich voor als Max Weisglas, werkzaam bij de Sectie Economische zaken bij het Militair Gezag in Brussel. Het MG was de militaire werkvoorbereider voor de terugkeer van de burgerregering in ballingschap in Londen naar Nederland in samenwerking met het College van Commissarissen voor Handel, Nijverheid en landbouw in Tilburg.

Natuurlijk was er eten voor hem: de onvermijdelijke (Duitse) eend.

De Duitsers hadden namelijk duizenden eenden in laten vriezen. Op een dag kreeg ik een telefoontje van de directeur van het abattoir en vertelde dat die eenden waren achtergelaten. De geallieerden hebben die gevorderd en elke dag haalden de soldaten wat eenden op en werden bereid in de kantine. Ook gingen er eenden naar de armen.

Weisglas en zijn chauffeur namen het er goed van. Ik schonk ze een glas onvervalst Belgisch Leopolds bier in. We praatten wat en hij vertrok. Hij vroeg me of ik soms een andere baan ambieerde dan het manager zijn van een kantine. Ik zei ja, want het was niet alles. Er werd soms zo gevochten dat ik er de MP met een kantoor aan de overkant van het plein, moest halen. Ze haalden met hun dronken koppen meisjes naar binnen, die staande op tafel werden gestript.

Solliciteren in Tilburg

 Enkele dagen later stopte een motorrijder voor de deur die een ‘depêche’ van Weisglas voor mij bij zich had. Of ik maar achterop de motor wilde springen en naar Tilburg komen naar de Kamer van Koophandel, waar Weisglas was. De rest zou ik wel horen. In Tilburg werd Ik opgewacht door Weisglas, Kolonel van Dimmelen en professor de Quaai. Verder was er Drs. Heuts uit Nijmegen, o.l.v. Commissaris van de voedselvoorziening in Gelderland.

Om een lang verhaal kort te maken: ik werd uitgenodigd bij Heuts in Tilburg te komen werken als ‘propagandist’ voor de voedselvoorziening. Het begrip perschef of persvoorlichter was toen onbekend. Weisglas zei: “Ik geloof dat u het kan. Spring in de vijver en zie aan de overkant te komen”. Salaris 85 gulden per maand en zonder bon warm eten in een restaurant aan het Pius Plein. “Nu beslissen”, zei De Quay (later minister-president). Ik zei ja. Werd weer teruggebracht naar Nijmegen. Wikkelde m’n zaakjes af in Normandië. Mijn militaire plaatsvervanger een Canadees volgde mij op en ik kreeg kreeg vervoer naar Tilburg in het bezit van een indrukwekkende stapel papieren en stempels. Heuts werd mijn baas. We zochten en kregen kamers in Tilburg en we begonnen. We trokken Ad Knaapen aan en Jan Verkade. Secretaresse werd Loes Calon uit Nijmegen.

Vraag niet hoe. Maar we hebben het gerooid. De kranten gingen schrijven. De kooklessen (met rantsoenen) puilden uit.

Mijn voornaamste taak was de Nederlandse huisvrouw te bereiken. Ik ging op de fiets de regio af en belegde persconferenties in cafeetjes, waar ik soms bij kaarslicht aan de verzamelde pers vertelden, hoeveel bonnen voor artikelen de huisvrouw de volgende week nodig had en gaf ik recepten door. Dat was toen een serieuze aangelegenheid. De geallieerden gaven ons grote hoeveelheden cornedbeef uit blik en ei in poedervorm . Er was een kok die van alles uitprobeerde en dan recepten uitbracht voor maaltijden met dat ei poeder of een recept voor Engelse biscuit pap. Ook maakte ik bekend op welke hoeveelheden meel, leer of hout ambachtelijke bedrijfjes recht hadden. Persconferenties bij nacht en ontij werden druk bezocht.

Korte Schijfstraat in Tilburg

Al gauw hadden we onze kamers verruild, die op de Spoorlaan in Tilburg , voor de Hogere Textielschool aan de lange schijfstraat. Er werd nog geen onderwijs gegeven. Mijn geliefde en ik hadden besloten te trouwen en moest ik uitkijken naar betere behuizing. Een hotel zou veel te duur worden en bovendien bar ongezellig. Het viel mij op dat de verdieping boven de hoedenwinkel bleef leegstaan. En dat bij zo’n woningtekort. Ik kwam erachter dat de huisbaas de bekende wijnhandelaar in Tilburg was. Ik ging naar Heuts en die belde Prof. de Quay voor mij op, want die hadden in het Tilburgse veel invloed. Zijn secretaresse gaf mij een brief voor de heer Verbunt mee. Die opgebeld en ja, ik mocht dezelfde avond nog komen naar het deftige Wilhelminapark.

Verbunt las de brief en kwam terug met met een fles wijn en een bloknoot. Hij schreef een briefje voor het Gemeentelijk Bureau van Huisvesting. De wijn was heerlijk. De volgende dag naar het Bureau van Huisvesting. Na enkele uren wachten kwam ik aan de beurt. De ambtenaar, een lange broodmagere man die heel droevig keek, ging door z’n kaartenbak. Hij vond de Korte Schijfstraat 38. “Wilt u daar wel wonen?”, zei hij. Ik begreep hem niet. Ik vroeg hem of er wat aan de hand was met die woning. Hij zei: “Nou ja, dat merkt u wel”. Ik kreeg een stempel op een papiertje en betaalde 50 cent. Dat was het dan. Ik ‘s avonds erheen. Toen werd me alles duidelijk. In het benedenhuis naast de hoedenwinkel woonde drie hoertjes. De soldaten ging aan en af. De hoertjes en wij zouden dezelfde ingang hebben. Het kon ons wijzig schelen, als we maar woonruimte hadden.

Van Tilburg naar Zwolle

Op 16 april 1945 werd Groningen bevrijd. Het centrum lag nagenoeg in puin. Omdat de communicatie uiterst gebrekkig verliep, besloot het College van Commissarissen voor Handel, Nijverheid en Landbouw een tweede volmachtigt kantoor in Zwolle te openen dat het noorden en oosten van Nederland onder zijn jurisdictie zou vallen. Natuurlijk moest een voorlichtingsapparaat worden opgezet. In overleg met de Commissarissen in Tilburg droeg Heuts mij over aan de commissaris in Zwolle. Dat betekende 100 gulden opslag en een auto met chauffeur. Een eigenaar van een kledingzaak die geen inkomsten had werd via, via mijn chauffeur met zijn auto.

Reacties

Reacties laden…

Feedback geven

Wat vind je van deze pagina? We horen graag wat beter kan.

0 van 300 tekens gebruikt

Deel geen gevoelige gegevens, zoals je BSN, adres, telefoonnummer of medische informatie.

“Ik geloof dat je het kan. Spring in de vijver en zie aan de overkant te komen” | BHIC