Inmiddels schrijf ik al voor het 5e jaar verhaaltjes over mijn wandelingen en de overeenkomsten die ik onderweg zie met schilderijen. Het kiezen van de combinatie foto en schilderij is nooit een probleem. Het verhaal is elke keer wél een uitdaging want de overeenkomst die ik zie is niet altijd voor de hand liggend en dan moet ik duidelijk maken wat ik zag.
Ook deze keer is dat zo want de enige overeenkomst die op mijn foto van de Putsebaan - tussen de Grote en Kleine Meer - en het schilderij van Frans Van Kuyck (1852-1915) opvalt is het uitgestrekte heidelandschap. De foto maakte ik in november 2020 laat in de middag en het verdwijnende zonlicht spreidde een warme gloed over de mastebomen in de verte en het zand van de Putsebaan op de voorgrond. De sfeer van dat moment deed mij denken aan een tafereel wat Vincent van Gogh (1853-1890) in 1877 in een brief aan zijn broer Theo beschreef: ‘Toen wij des avonds van Zundert terugreden over den hei, liepen pa en ik een eind, de zon ging rood onder achter het masthout en de avondlucht weerkaatste in de moerassen, de hei het gele en witte en grijze zand waren zoo vol toon en stemming’.

De gedachtesprongen kwamen als vanzelf (de woorden van Van Gogh ► de boerenschilder ► geboren in het heidedorp Zundert ► de arme heikneuters ► het buitenkansje) en zó zag ik de overeenkomst met het schilderij van Van Kuyck. Ik besloot iets te schrijven over natuurbeleving en de kleine boer, de heikneuter. De bronnen die ik daarvoor gebruik zijn de brieven van Van Gogh en het boek van de Vlaamse schrijver Aloïs Blommaert (1912-1958) ‘De heikeuters’.[1]
Tussen deze twee mannen en onze woonomgeving bestaat geen directe relatie maar natuurbeleving en liefde voor de geboortegrond is universeel! Van Gogh had trouwens net zo makkelijk in onze omgeving kunnen wonen want in 1881 schreef hij vanuit Brussel aan Theo dat hij nadacht over verhuizen. Hij noemde o.a. Kalmthout als mogelijkheid: ‘…….bij preferentie eene plaats waar kans is om in aanraking te komen met andere schilders & zoo mogelijk zamen te wonen & te werken omdat dat goedkooper & beter is.’
Op dat moment woonde de schilder François Lamorinière (1828-1911) in Putte[2] in ‘Le Pavillon’ en... Het liep anders. Van Gogh koos voor Etten waar zijn ouders woonden. Feit is dat de beschrijvingen en tekeningen van Van Gogh over het boerenleven en het verhaal van Blommaert voor ons in West-Brabant herkenbaar zijn. De tekeningen en schilderijen die Van Gogh maakte van boeren en arbeiders tijdens hun dagelijkse werk zou hij in Woensdrecht gemaakt kunnen hebben en Adriaen Leenaerts en zijn zoon Knoest, de hoofdpersonen in het verhaal van Blommaert, zouden op de Woensdrechtse heide geleefd kunnen hebben.
In zijn Nederlandse jaren maakte Van Gogh een diepgaande studie van het boerenleven in Noord-Brabant en Drenthe en schreef er over aan Theo. Vincent voelde zich verbonden met de arme boeren en arbeiders op de hei die dag in dag uit moesten ploeteren voor een karige maaltijd. Hij identificeerde zich helemaal met hun manier van leven. Honderden tekeningen maakte hij van de mannen en vrouwen op het land; aan het spitten, zaaien en ploegen.
Ik heb niet zo veel met het kleurrijke expressieve werk dat Van Gogh later in Frankrijk maakte. Zijn jaren in Nederland - Etten, Drenthe en Nuenen - interesseren mij wél. Misschien is de reden daarvoor dat ik, net als Van Gogh, met nostalgie terugdenk aan de jeugd en de geboortegrond. Van Gogh schreef tientallen keren aan Theo over zijn verbondenheid met de natuur en de herinneringen aan de heide en boerderijtjes in de omgeving van Zundert. Ergens las ik dat nostalgie heimwee naar het eigen verleden is; een zoektocht naar iets wat je bent kwijtgeraakt. Sinds ik gepensioneerd ben lees ik graag en veel over geschiedenis en kunst. Lezen over Van Gogh en kijken naar zijn werk is een mooie combinatie en in zekere zin is het een vorm van heemkundig onderzoek.

"Allerlei stelsels en redeneeringen"
Van Gogh hield van de natuur en ook hij legde een relatie met schilderkunst. In 1874 schreef hij daarover in een brief aan Theo: ‘Blijf maar altijd veel wandelen & veel van de natuur houden, want dat is de ware manier om de kunst meer & meer te leeren begrijpen. De schilders begrijpen de natuur & hebben ze lief & leeren ons zien’. Toen ik aan deze aflevering begon was ik het boek ‘Alles voor Vincent, het leven van Jo van Gogh-Bonger’ aan het lezen. Jo Bonger (1862-1925) trouwde in 1889 met Theo van Gogh.
Haar zwager Vincent heeft zij nauwelijks gekend. Zij hield een dagboek bij waarin ze haar diepste gevoelens en gedachten beschreef. In 1881 schreef ze daarin een soort geloofsbelijdenis, dat er ‘iets hoogers dan de mensch’ moest zijn: ‘Ik kan me begrijpen dat iemand in zijn enge binnenkamer gezeten, door angst en twijfel overmand en bestelpt, door allerlei stelsels en redeneeringen van wijsgeeren verward en in het nauw gebracht er toe komt om te zeggen: er is geen God. Maar ga naar buiten in de heerlijke vrije natuur, laat het zachte lentekoeltje uw gloeiend voorhoofd afkoelen, geniet van de heerlijke bloemengeur, van het lied der vogels, laat de kalme avond ook vrede doen nederdalen in uw gemoed’.
Het advies van Vincent en zijn schoonzus Jo om te wandelen en van de natuur te genieten is tijdloos en tegenwoordig zo mogelijk nog belangrijker. In onze maatschappij moet alles snel en efficiënt. Generaties groeien op in een perfecte virtuele wereld, raken in verwarring door een oneindig aantal ‘stelsels en redeneringen’ en verwachten dat alles maakbaar is. In de woorden van Vincent en Jo herken ik precies wat ik tijdens mijn wandelingen zie en voel.
Mijn wandelomgeving is meestal de Noordpolder van Ossendrecht. Als ik thuis vertrek ben ik in een paar minuten op de Zouteweg. Na enkele honderden meters overheerst stilte en rust. Het gedruis van het verkeer is verdwenen en daarvoor in de plaats is het geluid van vogels gekomen. Ter hoogte van de theetuin aan het Kerkepadje hoor ik op de zomeravond vaak het geluid van de koekoek. Voor mij hét geluid van de zomer. Boven de Bunt roept een buizerd terwijl hij gebruikmakend van de thermiek speurt naar een prooi. In de buurt van de Schenkeldijk flitsen aan alle kanten zwaluwen voorbij die luid kwetterend door de lucht buitelen en soms zijn reeën te zien die zich te goed doen aan grassen en blaadjes. Kleine gebeurtenissen, ingelijst in licht en kleur onder de mooiste Hollandse luchten.
Frans Van Kuyck schilderde zijn ‘Stroopjacht op de heide’ in 1891. We zien een heikneuter met zijn vrouw en dochter ergens in de uitgestrektheid van de heide. Misschien maakte Frans dit werk in de omgeving van Putte waar hij met zijn oom François Lamorinière vaak ging schilderen. In 1876 schreef hij aan zijn vriend, de kunstschilder Piet Verhaert (1852-1908): ‘De heide is prachtig, de grote hitte die we deze zomer gehad hebben heeft de plantengroei op verschillende plaatsen verbrand, wat nog meer verscheidenheid aan kleur geeft aan deze plaatsen die reeds zó mooi zijn.’ De ongerepte natuur en het leven van de eenvoudige bewoners waren zijn belangrijkste inspiratiebron.

Het schilderij van Frans vertelt een verhaal. Een heikneutersgezin is op weg naar huis met een kruiwagen vol mutserd. Sprokkelhout dat ze op de heide bij elkaar hebben gezocht. Op een open plek, waar ze de omgeving goed in de gaten kunnen houden en de garde al van ver kunnen zien aankomen, hebben ze halt gehouden. De man heeft zijn vrouw en dochter even alleen gelaten om zijn strikken te controleren. Hij heeft zich er op voorbereid want zijn broek, kiel en hoed hebben de kleur van de heide. Als er onraad is kan hij zich verstoppen in een oneffenheid en wordt nagenoeg onzichtbaar tussen de heideplanten en grassen. Hij heeft een jute zak meegenomen om de buit in te stoppen. Vandaag is een geluksdag want een grote haas is in een van de strikken gelopen. Voorzichtig om zich heen spiedend is hij teruggegaan naar de plaats waar zijn vrouw en dochter op hem wachten. Pas als hij vlakbij is haalt hij de haas onder de zak vandaan en zo dadelijk zal hij hem verstoppen onder de mutserd die zijn vrouw al heeft opgetild. Het kleine meisje kijkt met een schuin oog naar de haas. Wat gaat er door haar hoofd? Medelijden met het beestje wat haar vader heeft gedood? Of denkt ze aan het malse vlees wat ze straks van haar moeder voorgezet krijgt. Ze heeft de hele dag hard moeten werken om het hout te verzamelen en heeft honger. Ze was al moe en toen moest ze haar moeder ook nog helpen om de volle kruiwagen door het rulle zand van de heidebaan naar huis te trekken.
Voetnoten
[1]: De titel is correct geschreven. In het Nederlandse taalgebied wordt het woord ‘heikneuters’ gebruikt. Het verhaal van Blommaert speelt zich af in de Kempen en hij gebruikt het woord ‘heikeuters’ . Waarschijnlijk een verbastering. In de gangbare bronnen heb ik het woord niet gevonden.
[2]: Tijding 2005-1: ‘J.P.F.Lamorinière en het landgoed Le Pavillon te Nederlands Putte’ door Frans Meeus.
