Het schilderij is een momentopname van het harde en zware leven op de heide. Aloïs Blommaert, geboren en getogen in het heidedorp Wuustwezel, vertelt meer over het leven van de heikneuters in zijn boek.

Hij beschrijft hoe Adriaen en de 10-jarige Knoest de weerbarstige heidegrond in cultuur brengen met niets anders dan de spade en plaggenzeis. Elke keer een paar vierkante meter waar eerst de begroeiing wordt afgestookt. De as is de eerste meststof. En daarna worden de plaggen gestoken, gebroken en omgelegd.
Als de heikneuter een geit en misschien zelfs ook een schaap heeft wordt het natte strooisel uit de stal over het ontgonnen stukje grond verspreid om die vruchtbaar te maken en er later een paar aardappels op te kunnen poten. De heikneuters mochten alleen op de gemeynte, de woeste gemeenschappelijke gronden, hun akkers aanleggen. En ook sprokkelhout, strooisel voor in de stal en turf verzamelen. De grond bleef eigendom van de heer, het dorpsbestuur of de abdij. In ruil voor het gebruik moest de heikneuter jaarlijks een cijns afdragen, meestal in de vorm van een tiende deel van de oogst.
Het zuiden: de gemeynte verdeeld
Voor de eigenaars van de grond was het lucratief. Zonder dat ze er iets voor hoefden te doen ontvingen zij voor gebruik van de gemeynte de cijns. Toen in de Oostenrijkse Nederlanden in het hertogdom Brabant de bevolking toenam ontstond de behoefte aan meer voedsel. Er moesten meer boerderijen komen. Keizerin Maria-Theresia (1707-1780) vaardigde daarom in 1772 een ordonnantie uit dat een deel van de gemeynte gratis moest worden verdeeld onder gezinshoofden, met de verplichting om de grond in cultuur te brengen en de bepaling dat ze een aantal jaren vrijgesteld zouden worden van de cijns. Voor de heikneuters een gouden kans een eigen boerderij te bezitten. Voor de heer, het dorp en de abdij was de ordonnantie een grote bedreiging.

De jaarlijkse cijns zou veel minder worden en zij stelden alles in het werk om de uitvoering van de ordonnantie tegen te houden. Het verhaal van Blommaert eindigt op het moment dat Adriaen en Knoest Leenaerts een stuk gemeynte hebben kunnen bemachtigen om een eigen boerderij te beginnen. Blommaert schreef in zijn laatste hoofdstuk:
‘De ordonnantie over de braakliggende gronden door keizerin Maria-Theresia was van zeer groot belang voor de landbouw van ons land. Op vele plaatsen nochtans werd deze verordening op allerlei manieren tegengewerkt en wel door de meest hoge en invloedrijke personen: de gemeenteoverheden, de kasteelheren en grondbezitters, de kloosters en de grote financiers. Het waarachtig doel: de woeste grond vruchtbaar te maken en het eigen volk te voeden en een zekere welstand te verschaffen, werd als gevolg van deze plaatselijke onwil, cynische kruiperij, ongehoord bedrog, omkoperij en betreurenswaardige voorkeuren nooit bereikt. Toch boekte de landbouw in vele streken een geweldige vooruitgang dankzij de honderden boerengezinnen die op de ontginde gronden ruime levensmogelijkheden vonden.’
De heikneuter die door Frans Van Kuyck werd geschilderd heeft vast en zeker nooit gehoord van de ordonnantie van Maria-Theresia. Al ver voor hij geboren werd, was haar streven mislukt. Het was al snel duidelijk dat de woeste gronden nauwelijks vruchtbaar gemaakt konden worden. De belangrijkste oorzaak was echter de tegenwerking van de grondeigenaren zoals Blommaert die beschreef.
Het noorden: de gemeynte verpacht en verkocht
In onze omgeving werd door de Bataafse Republiek (1795-1806) later gevolgd door het Koninkrijk Holland (1806-1810) bij uitvoering van een soortgelijke ordonnantie vaak gekozen voor verpachting. En voor verkoop. Daar profiteerden de rijke adel en de grote financiers van. Zij kochten grote stukken woeste grond en beplantten die met de grove den – de masteboom – die werd gebruikt voor de bouw en als mijnhout. In onze omgeving kennen we de voorbeelden: de Moretusbossen, de Grote Meer, Mattemburgh en de Wouwse Plantage.

Uiteindelijk is het maar een klein aantal heikneuters in de Oostenrijkse Nederlanden gelukt om te profiteren van de ordonnantie van Maria-Theresia. De meesten bleven veroordeeld tot het harde leven zonder vooruitzichten. Stropen was een van de manieren om een paar centen te verdienen. Of een keer vlees op tafel te krijgen. Maar elke keer namen ze een groot risico. De boetes waren hoog en de vangmiddelen werden verbeurd verklaard. Als de heikneuter op het schilderij betrapt zou worden zou hij een boete krijgen én zijn kruiwagen zou in beslag genomen worden. Hun leven zou nóg zwaarder worden. Van Kuyck heeft de gemoedstoestand van de vrouw treffend vastgelegd. Hij heeft haar geschilderd met afgewend gelaat zodat haar gezichtsuitdrukking niet te zien is. De hand die zij tegen haar wang houdt verraadt haar bezorgdheid: ‘Als dat maar goed gaat’.
"Een expressie van soberheid"
Ik begon deze aflevering met een fragment uit een brief van Vincent van Gogh en ik eindig met een paar fragmenten én tekeningen die hij in 1885 maakte als studie voor ‘De aardappeleters’. Het idee kreeg ik in oktober 2021 toen het Van Gogh Museum een tentoonstelling organiseerde over dat schilderij met als titel ‘Misser of meesterwerk’. Van Gogh beschouwde het après tout als zijn beste werk. Hij was toen de enige! Voor een schilder is het een uitdaging om een figuur te laten spreken door details in lichaam, houding of gezichtsuitdrukking. Voor van Gogh was dát de zwaarste opgave. Eindeloos tekende hij om zich daarin te bekwamen. De kunstcriticus en museumdirecteur W. Jos de Gruyter (1899-1979) schreef in 1951 in een van zijn artikelen in ‘Het Vaderland’: ‘Van Gogh heeft het onbeschrijflijk moeilijk gehad. Hij had alles tegen zich en niemand is ooit begonnen met zo bitter weinig talent’.
Toen ik over de tentoonstelling las, herinnerde ik mij de foto’s die ik in januari 2013 had gemaakt van Adrie Hopmans. Die middag wandelde ik op de Nieuwe weg en zag Adrie vanaf zijn boerderij met Kelly, zijn Belgische grijze, op weg gaan naar het weiland aan de Cameronlaan. Ik ben met hem meegelopen, heb wat met hem gekletst en een paar foto’s gemaakt. Een paar van hem, een paar van Kelly en eentje toen Adrie de afrastering van het weiland met een touw dichtbond terwijl Kelly op de achtergrond in het zand lag te rollen.

Later, toen ik de foto’s thuis bekeek, was het precies die foto die mij deed denken aan de studies die Van Gogh maakte voor ‘De aardappeleters’. Ik heb mijn boeken over de Nederlandse jaren van Van Gogh erbij gepakt. En zowaar, ik zag treffende overeenkomsten.
In die tijd speelde ik al voorzichtig met het idee om te gaan schrijven maar het zou nog een paar jaar duren voor ik er aan begon. De overeenkomsten die ik had gezien tussen mijn foto’s en de studies van Van Gogh zakten diep weg in mijn grijze cellen. Tot vorig najaar. Ik heb de foto’s opgezocht en mijn boeken er weer bij gepakt. Zie jij wat ik zie? De overeenkomst tussen de stevige knuist waarmee Adrie de weidepaal vasthoudt en de gesloten knuist op de studie met twee handen?

Zelfs de mouw van de werkjas komt overeen. Ik heb je al verteld over mijn fantasie dat Van Gogh in onze omgeving gewoond zou kunnen hebben en als ik mijn fantasie de ruimte geef stel ik me voor hoe van Gogh een schets van Adrie en zijn Belgische grijze zou maken en in een brief aan Theo ten tweede male zou schrijven: ‘een superbe figuur, treffend door een expressie van soberheid’. [1] Ik kan me voorstellen dat je deze overeenkomst niet heel spannend vindt. Handen zien er nu eenmaal hetzelfde uit. Hooguit is de een groter dan de ander of is de een ruw en getekend door arbeid terwijl de ander elegant en fijn gevormd is.
Toen ik aan het bladeren was in het boek van Jan Hulsker Van Gogh en zijn weg. Het complete werk zag ik nóg een overeenkomst…
![]() | ![]() |
De tekening van This maakte Van Gogh in 1885 als studie voor ‘dat geval van die boeren rond een schotel aardappels’. Zo omschreef hij in een brief aan Theo het schilderij wat later bekend werd als ‘De aardappeleters’. De foto van Adrie Hopmans maakte ik in januari 2013. Twee mannen die meer dan een eeuw na elkaar geboren werden en tóch een paar zaken gemeen hebben. Allebei verdienden ze hun eten met het bewerken van de aarde. En allebei leefden ze in een tijd van verandering en vernieuwing. Toen Van Gogh This tekende, kwam het boerenbedrijf steeds meer onder druk te staan als gevolg van de industriële revolutie en de verstedelijking van het platteland. Toen ik Adrie fotografeerde, was zijn boerderij en zijn manier van leven een laatste herinnering aan taferelen die bijna overal in Nederland uit het straatbeeld waren verdwenen. De overeenkomst in kleding, een trui met daarover een werkjas én pet op het hoofd, getuigt van gewoontes en tradities die generaties lang in stand werden gehouden. Er is zelfs enige gelijkenis te zien in hun gelaat. Zie jij wat ik zie?
Van Gogh maakte ‘De aardappeleters’ in Nuenen. De inspiratie kreeg hij op een avond toen hij bij de weduwe Cor de Groot-van Rooij was, de zus van This. This woonde bij haar in, samen met zijn neef Sis en nicht Gordina de Groot, de kinderen van Cor.[2] Deze mensen staan afgebeeld op het definitieve schilderij. This is de man die het koffiekopje omhoog houdt en zijn zus Cor schenkt de koffie in.
Tot besluit
Voor dit verhaal heb ik een paar foto’s van Adrie bewerkt om de overeenkomst met de tekeningen van Van Gogh beter uit te laten komen. Ik sluit af met een foto van Adrie in kleur en ten voeten uit. Een eerbetoon aan een man die vijf maanden nadat ik de foto’s maakte, op 18 juni 2013, overleed.

Zijn Belgische grijze volgde hem een paar jaar later en inmiddels is de boerderij ook gesloopt. Gelukkig heb ik in de loop van de jaren tientallen foto’s gemaakt van boerderij Hopmans. Nóóit ben ik langs de boerderij gelopen zonder te zien! De groene deurkes en de oude klinkertjes op het voorerf. Soms zag ik Adrie doende met de verzorging van Kelly. De grote schuurdeuren stonden niet zo vaak open. Dat heb ik maar een enkele keer gezien en dan stopte ik even om te kijken naar de gebinten, het stro op de zolder en de werktuigen op de deel. Daarna wandelde ik verder en steevast kwam de herinnering aan de jaren dat ik als klein manneke in de zomervakantie ging logeren bij opa en oma. Die woonden in de Heense polder bij boerderij ‘De snelle hoeve’ waar opa paardenknecht was. De wandeling door Woensdrecht naar de Zomerbaan[3] en via de Zouteweg terug naar huis loop ik met regelmaat en vanaf de plek waar hij woonde is Adrie Hopmans sindsdien een herinnering die mij tijdens mijn wandeling korte tijd vergezelt.
Voetnoten
[1]: In 1883 gebruikte Van Gogh deze woorden toen hij in een brief aan Theo de boeren in Drenthe typeerde.
[2]: In de boeken ‘Van Gogh in Brabant’ (1987) en ‘Van Gogh en Nuenen’ (3e uitgave 2018) worden de mensen op ‘De aardappeleters’ verschillend geïdentificeerd. Ik volg de identificatie uit ‘Van Gogh en Nuenen’
[3]: De officiële naam Brilseweg gebruik ik niet. De naam Zomerbaan zit vast in mijn geheugen omdat ik in dat seizoen het meest geniet van de wandeling met het weidse uitzicht over de velden.
Bronnen
- Vincent van Gogh en zijn geboorteplaats; Als een boer in Zundert;
- Alles voor Vincent, het leven van Jo van Gogh-Bonger;
- Van Gogh in Brabant;
- Vincent van Gogh door W. Jos de Gruyter;
- Van Gogh en zijn weg, het complete werk;
- De Kalmthoutse of grijze school;
- Tijding 2005-1
- www.aloïsblommaert.be
- https://berts-literaire-blog.webnode.nl
- www.researchgate.net publication/336240581 Hoe gemene gronden verdwenen in België.
- www.dbnl.org Vlaanderen jaargang 27
- www.vangoghletters.org


