Ooit scoorde ze met korfbal maar Aniek van Alphen wilde meer uitdaging. Inmiddels is ze uitgegroeid tot een vaste waarde in het internationale veldrijden. Wat begon op lokale parcoursen in de Brabantse Kempen, leidde haar stap voor stap naar het hoogste podium van haar sport. Met een combinatie van technische finesse, koersinzicht en onverzettelijke werklust heeft Van Alphen haar plek in de wereldbeker meer dan verdiend.

De sportieve loopbaan van Van Alphen (Hapert, 1 februari 1999) begon overigens niet op de fiets, maar in het korfbal. Maar al snel werd duidelijk dat ze zocht naar meer uitdaging en meer ruimte om haar energie kwijt te kunnen. Die vond ze bij het veldrijden. Op de mountainbike van haar broer deed ze mee aan een lokale veldwedstrijd in Bladel, werd op één na laatste, maar was meteen verkocht. Het plezier overheerste, en nog diezelfde periode meldde ze zich aan bij HSW.
Sindsdien is Van Alphen eigenlijk niet meer van de fiets afgestapt. Nog even gecombineerd met run-bike-run-wedstrijden, om op haar vijftiende definitief te kiezen voor de fiets. Vanaf 2018 besloot Van Alphen zich volledig te richten op het veld en werd opgenomen in de nationale ATB-werkgroep en de Nederlandse selectie veldrijden. In het seizoen 2018/2019 reed ze al regelmatig tussen de wereldtop bij de elites, al kwam ze op kampioenschappen nog uit bij de beloften.
Winnares wereldbekerveldrit
Van Alphen staat bekend om het ‘springen over de balkjes’ in de cross. Iets dat maar weinig in het vrouwenpeloton voorkomt maar een vaardigheid die de Hapertse tot in de finesses beheerst. In 2021 werd ze op het WK in Oostende beloond met zilver bij de beloften, achter Fem van Empel. Na meerdere mooie prestaties volgde het absolute hoogtepunt op 30 november 2025, toen ze in het Franse Flamanville haar eerste wereldbekerveldrit won.
De tekst van dit artikel is gepubliceerd onder een CC BY-SA 4.0-licentie. Voor de illustraties geldt de licentie die in het bijschrift is vermeld.

