Direct naar de inhoud

Let op! Dit is de beta website van BHIC. Reacties die je hier achterlaat, gaan verloren na officiële livegang.

Terug naar overzichtOverzicht
Mijn vader en zijn canadassen

Mijn vader en zijn canadassen

Janleo van de Laar

18 maart 2021

Bijgewerkt op 26 mei 2021

In Rooij zijn enkele families soms lange tijd verbonden met de teelt en verwerking van Canadese populieren

Mijn vader en populieren

Mijn grootvader deed begin vorige eeuw in klompen, hij kocht ze op en verkocht ze door, vooral in Holland, de winkeliers staan in zijn kasboek. Met zijn winst kocht hij onder meer bospercelen rond het dorp. Die percelen stonden op naam van zijn drie kinderen, waaronder mijn vader, maar het vruchtgebruik was voor mijn oma, ze waren in 1914 getrouwd. Ruim honderd jaar later, drie generaties bomen en mensen later, had onze familie nog ruim één hectare met peppels.

Een klompenhandelaar op de markt in Uden, 1959 (foto: Fotopersbureau Het Zuiden. Bron: BHIC)
Een klompenhandelaar op de markt in Uden, 1959 (foto: Fotopersbureau Het Zuiden. Bron: BHIC)

Mijn vader leerde als jongen van zijn vader hoe je canadassen moest planten en onderhouden. Vóór het planten moest je een ruim gat graven, bij het planten zette je de jonge boom een beetje schuin tegen de heersende windrichting (west) in, dan groeide hij vanzelf recht.. Onderhoud was ook nodig, dat betekende meestal de bomen iets opsnoeien en het onderhout (onder meer elzenopslag en wilg) op tijd terugsnoeien met de hiep, een kapmes. De elzen brengen stikstof in de grond, zet je ze op tijd af, dan komt die meststof de bomen ten goede.

Ome Frans, de waaghals

Ik heb mijn ome Frans, mijn vaders broer, die ook bos had en regelmatig een handje toestak bij het ‘houten’, meermalen daarbij geholpen. De bomen waren toen al flink op weg, ik denk een jaar of vijftien, zo ongeveer op de helft. We stonden dan op de bovenste sport om maar zo hoog mogelijk te kunnen snoeien met ‘den hiep’. Zijtakken zijn namelijk waardeloos voor de klompenindustrie en dode takken groeien in. Daardoor krijg je losse noesten, dat werkt natuurlijk niet bij klompen(hout). Voor ‘den Lucifer’ was het ook niet goed, zeker niet voor het schillen van het fineer, waarvan ze lucifers maken.

Mijn oom was een waaghals (ik heb hem over de takken van de oude appelboom in de tuin zien lopen) en ik wilde niet voor hem onderdoen, dus stonden we vaak zelfs óp de bomen van de ladder te snoeien, en zijn toch nooit gevallen..

Populieren in het Dommeldal nabij Olland (bron: BHIC)
Populieren in het Dommeldal nabij Olland (bron: BHIC)

"Populieren zijn geen timmerhout"

Bernard van de Laar snoeit zijn peppels, begin jaren '90
Bernard van de Laar snoeit zijn peppels, begin jaren '90

Mijn vader was niet zo speels, maar een noeste werker, die het ook lang volhield: hij kon eindeloos doorgaan met het graven van plantgaten aan het begin van de cyclus en met het opruimen van rest- en snoeihout na dertig jaar. Maar hoeveel hij ook over populieren en populierenteelt wist, hij waardeerde het hout helemaal niet als timmerhout.

Eiken, dát was pas mooi en stevig hout. Onze meubels moesten van eiken zijn: de eettafel, de salontafel met zijn bolpoten en natuurlijk de Oirschotse stoelen (opent in een nieuw tabblad). Dus: toen mijn moeder was gestorven en er dezelfde avond over een kist gesproken werd, moest haar kist van ons vader van eiken zijn. En het wérd er een van eiken. Had hij achttien jaar later, hij werd bijna honderd, kunnen beslissen over zijn eigen kist, dat was zijn keuze er onverbiddelijk eentje van eiken geweest.

Maar wij vonden, dat populierenhout beter bij hem paste, het werd een eenvoudige, mooi witte, lichte kist. Van de peppels, waar hij en zijn vader mee hebben geleefd, voor hebben gezorgd, mee hebben gehandeld en waar ze letterlijk alles van wisten.

Dit verhaal is aangevuld met een foto op 20 mei 2021. Redactie

Verder lezen

Klompen blaozen

Reacties

Reacties laden…

Gerelateerde verhalen

VerhaalEen sociaal bewogen klompenmaker: Adriaan Wilhelmus van Hout (1877-1968)A.W. van Hout werd als houtfabrikant (what’s in a name!) in de eerste helft van de vorige eeuw een van de grootste werkgevers in de regio. Behalve ondernemer was hij jarenlang opperbrandmeester van de plaatselijke brandweer en maakte hij decennia lang deel uit van het gemeentebestuur.VerhaalDe klompenmakerijVanwege de aanwezige rijkdom aan wilgen en populieren kent Schijndel van oudsher een aantal ambachten als het maken van manden, hoepels en klompen. Klompen maken is een ambacht dat van vader op zoon werd doorgegeven. In het begin was het een bezigheid voor de wintermaanden om in de eigen behoefte te voorzien.VerhaalKlompenmakerDe Korteweg voert vanuit Schijndel het buitengebied in. Een boerderijtje langs deze weg trekt de aandacht, omdat er een bovenmaatse klomp in de traditionele kleur geel in het voortuintje staat. Hij is wel een stuk kleiner dan de klomp van St. Oedenrode, maar je kijkt er bepaald niet langsheen.VerhaalHoe de klompenmakerij in Rooi kwam en weer gingDe klompenmakerij in Sint-Oedenrode bestaat al sinds eeuwen. Oorspronkelijk hoorde het maken van klompen tot de zelfvoorziening. Maar rond 1800 ontstond er wel iets als een bescheiden centrum van klompenmakerij in de kring van de dorpen Sint-Oedenrode, Best, Liempde, Boxtel en Schijndel, vanwaaruit zelfs geëxporteerd werd naar Holland.VerhaalKlompenmaker aan het werkAls je wat langer naar deze foto kijkt, ruik je bijna de geur van de houtkrullen op de vloer. Het is een nostalgische prent van een hardwerkende klompenmaker in Sint-Michielsgestel.VerhaalKlompenmakers Gebroeders Van AarleDe sociale werkster die de rapporten opstelde over oorlogsschade en noodhulp, ondertekende die altijd met “N. Muller”. Door haar rapporten in te zien kunnen we even binnenkijken in de gezinnen die zich toen meldden bij de gemeente als oorlogsslachtoffers.

Feedback geven

Wat vind je van deze pagina? We horen graag wat beter kan.

0 van 300 tekens gebruikt

Deel geen gevoelige gegevens, zoals je BSN, adres, telefoonnummer of medische informatie.