Direct naar de inhoud

Let op! Dit is de beta website van BHIC. Reacties die je hier achterlaat, gaan verloren na officiële livegang.

Terug naar overzichtOverzicht
Noord-Brabantse inhuldigingsfestiviteiten voor Koning Willem II (2)

Noord-Brabantse inhuldigingsfestiviteiten voor Koning Willem II (2)

Gerard Strijards

5 juni 2024

Bijgewerkt op 5 juni 2024

Vanaf de troonsaanvaarding door Willem II leek het Den Haag verstandig een charme-offensief ten behoeve van het Huis Oranje te starten. Vooral in Brabant. Die provincie had duidelijk doen blijken geen belangstelling te hebben in een protestantse dynastie met soevereiniteitspretenties. Onderschillig was Braboland. Dat is eigenlijk nog eufemistisch uitgedrukt. Willem kreeg de katholiek Dr Wap mee als chapperon en vertaler van de dialecten. Want Willem sprak een raar brouwend Hooghollands met Britse tongval. Wap moest dagelijks Den Haag berichten of Willem zich netjes gedroeg. Deel twee van het drieluik: het bezoek aan 's-Hertogenbosch.

Lees eerst deel 1

Inhuldigingsfestiviteiten te Den Bosch

Noord-Brabant had sedert 1830 alle aanleiding om niet al te Oranjegezind te zijn, reeds omdat Koning Willem I zich tegen allerlei beloften in weinig had aangetrokken van de economische behoeften van dit voormalig wingewest of Generaliteitsland. De provincie had nauwelijks gedeeld in de buitengewone activiteiten vanwege de vorst op het gebied van de commune infrastructuur ontwikkeld: de Koning had vooral veel aandacht gehad, paradoxaal genoeg, voor het later zo opstandige Belgenland. Wel had hij de Zuid-Willemsvaart doen aanleggen. Dat was voor Den Bosch gunstig geweest, want dat had daarmede een directe aansluiting gekregen op het hoog industriegebied rondom Luik. Dat was in de stad zeker merkbaar gevoeld.

Anderzijds waren de belastingen voor juist Brabant erg zwaar geworden, omdat het gewest deelde in de plichten ter aflossing van de gigantische schulden die sedert 1602 aangegaan waren voor de doorontwikkeling van de handelsmonopolies gegund aan de Zeeuwse en Hollandse transoceanische zeevaartvennootschappen, waaronder de Verenigde Oost-Indische en West-Indische Compagnieën thans wel de bekendsten zijn. De staat der Nederlanden had die onder druk van Londen in 1813 moeten overnemen. Zij had de belastingen op het primaire volksvoedsel daarom sterk verhoogd, met name die bestanddelen, die in Zuidoost Brabant juist het dagmenu uitmaakten van de heffe des volks: aardappelen, rogge, spek, zuivel en verdere oliën en vetten. In de volksvertegenwoordiging waren door de Bossche afgevaardigde Luyben daartegen protesten aangetekend, vooral omdat katholieken geweerd plachten te worden uit de Indische Archipel wanneer ze daar neringen wilden uitoefenen, beroepen, ambten of aanstellingen.

In 1994 stond het vaandel dat Willem II bij zijn intocht in Grave uitreikte in het toenmalige gemeentehuis (foto: Jean Smeets. BHIC, fotonr. 1907-003012)
In 1994 stond het vaandel dat Willem II bij
zijn intocht in Grave uitreikte in het toenmalige
gemeentehuis (foto: Jean Smeets.
BHIC, fotonr. 1907-003012)

Katholieken golden als onbetrouwbaar. Ze zouden heulen met de katholieke Portugese missieposten in de Archipel die er nog steeds waren. In het algemeen was het beleid van Willem antikatholiek geweest. Vooral had hij zich ingrijpend bemoeid met het lager onderwijs, waarin zulks gebleken was. En verder had hij zich met de priesteropleidingen bemoeid en kloosters gesloten of onder bewindvoering gesteld. De soldaten uit de noordelijke gewesten die gemobiliseerd werden, waren geconcentreerd gelegerd geweest tussen Tilburg en Eindhoven, waarbij bivak gehouden werd tussen de Acht Zaligheden. Maar officieren werden privaat ingekwartierd in de grotere steden. Daarbij was flink verteerd, al in de tijd dat oefeningsmanoeuvres gehouden werden op de Campina. Vooral de Meijerij had flink last gehad van de hinderlijke studentikoze baldadigheden van de aangeschoten Utrechtse en Leidse studenten tussen de bedrijven door.

Door de hele Dommelvallei waren aangiften gedaan van de handtastelijkheden die de heertjes zich daarbij veroorloofden. De derde divisie had haar staf doen leggen op de weide bij het klooster Mariënhage, toen private bedrijfswoning, en van daaruit hadden de Leijdsche Vrijwillige Jagers het nogal bont gemaakt omdat daar veel en goedkoop alcoholhoudende dranken waren te krijgen. Men zou in twee dagen, dat was het plan, geconcentreerd doorstoten naar Poppel, en dáár zou men uitwaaieren om een wig te drijven tussen de aannaderende Belgen uit de Scheldestad en uit Luik, dat was het plan. Daar was niet veel van terecht gekomen. De Belgische troepen gingen frontaal vuurcontact eigenlijk steeds uit de weg. Ze trokken steeds maar terug. De Nederlandse troepen raakten verward in incidentele gewapende ongeregeldheden die zelfs het karakter niet aannamen van een guerrilla.

Ze trokken dus eigenlijk ongehinderd op tot aan Leuven. Maar liepen daarbij volledig uit hun logistieke trein. Zulks werd naar achteren doorgegeven op de marsen. Ook in de colonnes die voortmarcheerden in Nederland.  Ze gingen daarom zich al bij voorbaat door plundering verzekeren van vivres, de dagporties mondvoorraad voor infanteristen, en maakten de boeren die geplunderd werden tot hun vijand. Dat leverde ook weer conflicten op die de soldaten uitleefden op de burgers. De studenten waren niet, zoals professionele huurlingen, gewoon te leven van het land en zich met het noodzakelijke te behelpen. En ze verdroegen niet tegengesproken te worden. Beurtvaarders van en naar Den Bosch hadden ervan gelust. Den Haag had compensatie in het vooruitzicht gesteld aan Den Bosch. Maar natuurlijk was het daarvan eigenlijk zo goed als nooit gekomen.

Dat waren de Bosschenaren, wier marktinkomsten in de totale mobilisatieperiode tot 1840 duchtig waren gedaald niet vergeten. Binnenlandse Zaken meende daarom, dat Den Bosch inzonderheid moest worden bedacht met ’s Konings goedgunstigheden, ook via klinkende munt. Maar vooral door strijkages en niets kostende onderscheidingen, eretitels en beloften. Willem II, die deze regio goed kende en hartelijk was toegedaan, was daartoe meer dan bereid. Hij had tijdens de manoeuvres gelogeerd bij pastoor Zwijsen te Best, in diens grote pastorie. Veel drinkgelagen met deze robuuste molenaarszoon hadden Willem geleerd dat het bij de roomsen best toeven was, dat ze wijntje én trijntje tegelijk wisten te waarderen en onderbroekenlol met kazerneontuchtigheden niet wegkeken, al maakten ze zichzelf daaraan niet altijd in gelijke mate schuldig. Het departement had Willem in zijn gevolg Dr Jan J.F. Wap gegund, een roomse charlataneske journalist die ter plaatse zekere vermaardheid genoot, die zou zorgen dat de vorst verbaal niet te zeer uit de hand zou lopen bij zijn feestredes. Opvallend is het vermelden van ’s mans academische doctorsgraad bij iedere gelegenheid: die graad was bij een katholiek destijds hoogst uitzonderlijk. Dus ging ieder die de doctorshoed had en tóch toffelemoon was er fier op. Hij was eigenlijk een soort chaperonneur en spion op deze tocht. Waren de Brabo’s wel blij met deze nieuwe koning? En vooral: liep Willem II niet meteen al uit de hand? Bekend was dat de man nogal impulsief kon wezen. Vooral na een slok huppelwater. Die hij helaas altijd bij de hand had.

Bladzijde uit het Gedenkboek
Bladzijde uit het Gedenkboek. Klik voor een vergroting

Wap moest zorgen dat iedereen langs ’s Konings route blij keek en vrolijk gesteld was. Daartoe had hij de gelden bij zich. Dat werden dus vele dranktractaties vanaf Vught tot de stad die ook wel de Moerasdraak werd genoemd. Die moest verder flink bevlagd worden en des avonds geïllumineerd. Daarop drong Den Haag bewogen aan bij het stedelijk bestuur, maar aanwijzingen kon het daarbij niet geven. En ook niet dat het bestuur voltallig ter verwelkoming zou staan aangetreden bij de Vughterpoort. Den Haag maakte zich zorgen: de Brabo’s hadden vaak doen blijken volkomen onverschillig te staan tegenover de leden van de protestantse dynastie die nu niet direct sedert de Vrede van Münster in 1648 zich echt veel om de regio hadden bekommerd. Wap had dus de handen vol. Hij rapporteerde elke dag uitvoerig.

Zijn verslagen zouden de grondslag bieden voor het feestboek, waarvan een prachtexemplaar symbolisch alvast bij de binnentreding van de vesten moest worden aangeboden in klein-folio in roodfluwelen band. Wap had de instructie, meteen mede te delen dat al het in de stad voorgedragene en verhandelde daarin geboekstaafd zou worden verguld op plat en snede en later aan de Europese Monarchen ter hand gesteld zou worden. Dat zou wellicht de gemoederen breidelen. Wel noodzakelijk, want Den Bosch was nog niet vergeten dat hun notabele Luyben door Willem I als een eerloze schelm de straat op was geschopt in de mobilisatieperiode. Op 1 mei 1841 des voormiddags ten half elf ure, zo bericht Wap, kwam de stoet te Vught aan. Er woeien vlaggen en er waren erebogen.

Er stonden duchtig gepluimde lieden bij een soort feestpoort, waar ook een mensendrom samenpakte. Dat bleken de bestelde Standaardrijders der Schutterijen van Sint-Joris en Sint Sebastiaan te zijn. De Koning steeg onmiddellijk af. De Koning werd nu voorgereden naar het stadhuis waar hij werd toegesproken door burgemeester D.W. Molhuijzen. De garde d ’honneurs reden daarna de Monarch een eindweegs naar Den Bosch naar het Huisje ten Halve waar de Koning hartelijk afscheid nam. In de verte lag Den Bosch zichtbaar feestelijk getooid, daar wachtte de stedelijke regering de Majesteit in volle omvang, aldus een vooruitgezonden kondschapper. Bij de stadspoort. Daar stonden ook enige pelotons schutterij en een bataljon van het vierde regiment Infanterie, zodat de Koning van een statietrein verzekerd was. Er was militaire stafmuziek vanwege het Korps Ligte Dragonders Nr IV, dat de voegzame nationale hymnes zou spelen.

Burgemeester Verheijen van Den Bosch werd naar aanleiding van de intocht benoemd tot Commandeur in de Orde van de Nederlandsche Leeuw, 1841 (bron: Gedenkboek)
Burgemeester Verheijen van Den Bosch werd naar aanleiding van de intocht benoemd tot Commandeur in de Orde van de Nederlandsche Leeuw, 1841 (bron: Gedenkboek). Klik voor een vergroting

Wap kon gerust zijn: op het eerste gezicht zou het allemaal keurig gaan verlopen. Gelukkig maar. Elders was dat wel anders geweest. De stadsregering rekende erop – dat kreeg Wap ook aangezegd - dat majesteit op 3 mei om ongeveer halftien des ochtends weer zou vertrekken. De postmeester van de stad zou daartoe de wisselpaarden gereedhouden en zorgdragen dat de vorst geleid zou worden naar het gehucht Liempde, dat de vorst als maarschalk ook ooit eens had aangedaan. Wap kon gerust schrijven aan Den Haag, dat Den Bosch alles onder controle had. Tenminste: wat deze inhuldigingstocht betreft. Van Liempde zou hij naar Eindhoven worden gebracht, maar dan moest Wap het verder maar bekijken.

Lees ook de andere delen

Reacties

Reacties laden…

Feedback geven

Wat vind je van deze pagina? We horen graag wat beter kan.

0 van 300 tekens gebruikt

Deel geen gevoelige gegevens, zoals je BSN, adres, telefoonnummer of medische informatie.