Van 2017 tot 2024 schreef Henk Beijers als coördinator van de historische werkgroep van de Heemkundekring Schijndel de column 'Oud Nieuws' voor DeMooiSchijndelKrant. Daarin bracht hij zijn lezers op de hoogte van bijzondere feiten uit de geschiedenis van Schijndel.
De reis van het station naar het kamp had veel slachtoffers geëist. Van de zusters die van Brastagi afkomstig waren lagen er steeds zes op bed die echt helemaal niets meer konden. Na vijf maanden waren ze er nog niet bovenop. Vier ervan hebben maanden in het ziekenhuis gelegen en een van hen is uiteindelijk bezweken op de 7e augustus. Ze wachtte rustig en vredig op de dood en bad terwijl ze leed aan hoge koortsaanvallen, zo zeiden de omstanders: “Jezus kom me maar halen; wanneer kom je nou Jezus?
Zuster Wilmino beschrijft de laatste uren van die stervende zuster, overigens een van een andere congregatie, die ’n uur voordat ze overleed nog de volgende woorden gesproken scheen te hebben: “Ik zal Onze Lieve Heer eens goed zeggen wat jullie hier allemaal te lijden hebben en ik zal hem vurig bidden om vrede, want nu zijn we toch wel aan het toppunt van de ellende”. Zuster Laurentia en zuster Aurelia hebben samen haar doodskist gemaakt van vieze vuile gekalkte planken en met oude kromme spijkers. Ze werd even buiten het kamp begraven onder de rubberbomen waar al drie Hollandse mannen uit het kamp begraven lagen. Jonge meisjes hadden het graf gegraven.
Het kamp Aek Pamienka was een ware beproeving voor iedereen en niemand had nog enige hoop dat het beter zou worden. We leefden van de ene dag naar de andere en iedere morgen vroegen we ons af….wat zal er vandaag weer gaan gebeuren? Iedereen klaagde steen en been. Je wist niet hoe je moest gaan zitten want er zat geen vlees meer op je botten, zo uitgemergeld liepen we hier rond. Tere poppetjes waren we geworden! Zo mager als ’n lat zouden ze in Brabant zeggen.
Maar….wat schetst onze verbazing…..de Jappen begonnen ons ineens te helpen en kwamen veel grappiger over dan voorheen. We kregen ineens 10 zakken rijst en 3 zakken maïs cadeau als extra voedsel. Onze vermoedens werden bevestigd dat er iets bijzonders aan de hand was. En ja hoor, op 24 augustus 1945 riep de kampleiding ons bij elkaar en kondigden het volgende af: “Als er binnenkort soms vrede komt dan moet je blijven gehoorzamen aan de kampleiding, rustig blijven en niet als krankzinnigen het kamp uit lopen, maar binnen de omheining blijven.” Enige uren later kwamen twee dames van het kampbestuur de loods binnen, hesen zich op een tafel, met om hun rechterarm een band van de Jappen en links een band die rood wit blauw kleurde. Onder een doodse stilte werd ons de vrede bekend gemaakt. Iedereen raakte ontroerd, sommigen snikten en anderen lachten nerveus. Onze bevrijding was een feit en binnen niet al te lange tijd zouden we al deze ellende achter ons kunnen laten. Uiteindelijk werden we overgebracht naar Medan waar we mochten logeren in een klooster van de Zusters van Amersfoort. Na ruim 3 ½ jaar zeer zware beproevingen konden we weer een nieuw bestaan opbouwen en proberen dat trauma in goede banen te leiden zodat het ons verdere leven niet al te zeer zou beïnvloeden Gelukkig hadden we elkaar!!!
Bron:
Dagboek van Zuster Wilmino van Roosmalen – congregatie-archief Zusters van Schijndel [A 87] inv.nr.1108 incl. tekeningen dat berust in het klooster van de Kruisheren te Sint Agatha waar kloosterarchieven uit het hele land gecentraliseerd zijn.
Oorspronkelijke publicatiedatum: 3 oktober 2018 (nr. 32)
Illustratie via Leiden University Libraries, Digital Collections.


