Direct naar de inhoud

Let op! Dit is de beta website van BHIC. Reacties die je hier achterlaat, gaan verloren na officiële livegang.

Terug naar overzichtOverzicht
Oud Strijp (26): Kerkhofkwestie nationaal onderwerp

Oud Strijp (26): Kerkhofkwestie nationaal onderwerp

Gerard Strijards

7 maart 2025

Bijgewerkt op 13 maart 2025

Wekenlang zal het nietige Strijp in 1874 prijken op de voorpagina van de nationale couranten: De Nieuwe Rotterdamsche Courant, het Algemeen Dag- en Handelsblad, De Nederlander. Want een pastoor heeft de begrafenis ontzegd aan een kind van een protestant.

Utrechts provinciaal en stedelijk dagblad, 11-01-1874
Fragment uit het Utrechtsch Provinciaal en Stedelijk Dagblad van 11 januari 1874 (zie Delpher.nl voor het gehele artikel).

Een protestants kindje sterft

Terwijl het kerkhof eigenlijk protestants is. Kamervragen, interpellaties, vlugschriften: het Beest van Rome overweldigt protestants Nederland! Het gaat om een kind van een protestantse loodsopzichter. Het sterft aan een van de onverklaarbare ziektes waardoor Strijp zo berucht is. De vader wendt zich tot dominee. Die verwijst hem naar het kerkhof rond het stenen kerkje te Strijp. Daar is er maar één van. Dominee komt bij het sterfhuis een overweging doen. Men zingt een psalm. Daarna zet een armzalig begrafenisstoetje zich in beweging, gevolgd door spoorwegarbeiders die werken aan de aanleg van het rangeerterrein te Eindhoven.

Er is al een grafje gegraven. Het overlijden is naar behoren aangegeven bij burgemeester Vogels. Hij tekent het aan in de gemeentelijke registers van de burgerlijke stand. De stoet trekt naar dat aangeduide hof. Dat is omringd door een gracht, vol troebel water dat niet doorstroomt. Het belendt in de brandkuil.

Het kerkhof rondom het Geuzenkerkje

De pastoor is op dat moment op dat hof samen met enkele confraters. Het poortje naar het hof is gesloten. De vader roept de pastoor aan: hij wil toegang. Maar de geestelijke houdt zich doof. Men schijnt op dat hof te bidden. De vader roept weer. De pastoor en collegae zwijgen en keren zich af. Nog eens roept de vader, smartelijk als een roerdomp in de ochtendmist. Geen reactie van gene zijde. De vader gebiedt nu het kistje op het bruggetje te zetten dat naar dat poortje leidt. Vanuit de stoet maakt zich een van de volgers los. Hij rept zich klompen kletterend naar Eindhoven. Hij zal er op het stadhuis aldaar werk van maken. Dit kerkhof is protestants.

Hij blijft lang weg. Zeer lang. Men ziet hem verslagen aan komen sjokken in de namiddag. Op het Eindhovens gemeentehuis wisten ze geen bescheid. Er waren heel hoge ambtenaren bij. Maar hiervan konden ze niks effectief maken. Dit is een Strijpse affaire. De burgemeester Vogels heeft óók een bode gezonden. Hij verwijst naar het algemeen kerkhof te Woensel, want dit kerkhof in Strijp is katholiek. Het is gewijde aarde. Alleen gedoopten van de Moederkerk mogen er na consent van de pastoor op begraven worden, aldus Vogels. Ja, hij heeft deze dood als een natuurlijke naar behoren geregistreerd. Maar hij heeft ambtshalve geen bemoeienis met de lijkbezorging. Dat is een zaak voor de nagelaten betrekkingen, de bloed- of aanverwanten in de naaste linie van de afgestorvene. Die worden bijeengetrommeld uit de tapperijen. Want het duurde zo lang. Een mens moet dan wat schavuitenwater hebben.

Trudo-begraafplaats Strijp
Begraafplaats van de Sint-Trudokerk te Strijp (foto: Bewonersgroep KerckeWoud, Strijp).

De voorzienbare doch onvoorziene escalatie

Ook in protestantse kring. De zaak escaleert nu, want de tongen zijn nu los, ook bij de katholieke Strijpenaren. Inderdaad, een ketters lichaam mag hier niet ter aarde besteld worden. Dat ontheiligt het hof, dan komt de ziel spoken. Dus moeten loodsopzichter en familie maar naar Woensel gaan. Dat nemen dezen niet. Ze gaan hogerop. Wat denken die roomsen wel?

Nieuwe verhitte beraadslagingen resulteren erin, dat een telegram zal worden gezonden naar de minister van Binnenlandse Zaken Mr. Heemskerck. Men eist zijn recht en dus lijkbezorging door begrafenis op locatie, het staat in de wet en met de wet mag niet gespot worden. De pastoor heeft er inmiddels tabak van, opent de poort en wringt zich naar buiten tussen de drommen door. Hij stompt zich en zijn getoogde ambtsgenoten een weg naar zijn pastorie. De grote deftige voordeur valt bonkend toe.

De achtergebleven rouwgenoten overleggen of ze de poort maar niet eenvoudig zullen openbreken. Maar dat verhindert de vader: neen, dat is zaaksbeschadiging, dat is strafbaar, bovendien is die Heemskerck protestant, dus die zal recht doen geschieden. Het retourtelegram laat op zich wachten. Het wordt valavond. Dan, verdomme, zetten we dat kistje in de voortuin van die verrekkeling van een pastoor.

Dat verhindert de veldwachter, inmiddels óók aanwezig en inmiddels óók verhit. Dat is het betreden van verboden terrein, weet hij. De burgemeester wil dat het kistje voorlopig maar wordt gezet in de ruimte in het luidhuis, waar ook de baren, scheppen, spaden en lijkkleden hangen. Dat gebeurt, bromsnor heeft de klewang al uit de leren schede. Maar de volgende ochtend staat het kistje in de schemering breeduit op de stoep van de pastorie.

De rijksoverheid komt tussenbeide

De rijksoverheid komt uiteindelijk tussenbeide, brengt het kistje eigener beweging naar de openbare begraafplaats te Woensel. Pastoor Maas wordt een Bekende Nederlander en net als nu zitten daar ook beslist negativa aan verbonden: sympathie hebben ze in Den Bosch en in Den Haag niet voor Maas. Hij moet bij de bisschop komen. Dat is niet goed voor hem, al blijft hij pastoor. In onooglijk Strijp. Er komt een langdurig onderzoek, met als conclusie dat de handelwijzen van alle betrokkenen de toets der kritiek niet kunnen doorstaan. Net als nu heeft niemand daar wat aan. Maar iedereen neemt er genoegen mee. Zie: Stripe kerk, niet van gisteren, over deze afdoening en de daarbij gewisselde ambtsmissiven, pp. 121-128.

Het Kempisch gezagsvacuüm

In Strijp was de pastoor tot ongeveer 1629 de baas geweest. Hij bedisselde alles. Zijn woord was wet. In dat jaar valt Den Bosch in handen van de troepen van Holland, daar komt het alles bij elkaar op neer. De wet wordt daardoor in Kempenland en in de Meierij volledig verzet. De centrale autoriteit is niet meer de Prins-Bisschop van Luik, al komt deze vorst niet in dit veel te noordelijk deel van zijn rechtsgebied, het diocese.

Er is wel een bisschop aangesteld in Den Bosch, in 1571 geïnstalleerd. Die heeft evenwel vrijwel geen doorzettingsmacht en geen toereikende financiën. Hij kan de hem opgedragen en overgelaten rechtsmacht niet effectief uitoefenen, heeft bonje met de bovenlaag in Den Bosch en is vrijwel voortdurend ambulant.

Wel zit hij veel op de Donjon in Geldrop, waar hij veilig is in het woelige Zuidoostelijk Brabant voor de geregelde legers die maar slagen blijven leveren, de immense gewapende bedelaarsbenden, herkomstig uit gedeserteerde of afgedankte huurlingen van beide partijen, en de burgerbrigades die zich in vredesnaam maar gewapend hebben ter rechtshandhaving en eigenrichting. Want de publieke overheid beschermt de stedelingen en plattelanders niet. Verder trekt de Prins-Bisschop zich opvallend weinig aan van de Decreten van het Concilie van Trente: hij voert ze niet uit en als hij kan, negeert hij de nieuwe bisdommen die op de kaart gedefinieerd zijn als die van Den Bosch en Roermond.

Kasteel Geldrop
Het Kasteel van Geldrop, van waaruit bisschop Michael Ophovius na het beleg van 's-Hertogenbosch in 1629 zijn werk voor de katholieke bevolking onder protestantse heerschappij zoveel mogelijk voortzette. In 1636 werd hij gesommeerd de Meierij te verlaten. (Foto: collectie BHIC, fotograaf: Wies van Leeuwen, nr. PNB001022540.)

In deze chaos is te Strijp de pastoor redelijk eigenmachtig. Hij verlaat uiteindelijk zijn standplaats en voor hem komen dan missionarissen in de plaats, meestal uit Gemert, dat een exclave is, of uit Postel waar een abdij gelegen is die deze zending wil beoefenen en soms een enkele Augustijn uit Leuven. Er is sedert 1400 een schepenbank samengesteld uit afgevaardigden uit Woensel, Gestel en Strijp. Die heeft eigenlijk een arbitrage-status in landbouwgeschillen, vooral inzake het grensverloop van in gebruik zijnde agrarische grond. Criminele jurisdictie heeft die bank niet.

Ontbrekende bestuursadministratie te Strijp gewoon

Maar verkavelings-conflicten over het verloop van de grenskeien tussen de percelen lopen veelvuldig totaal uit de hand en dan kan de bank toch een disciplinair tuchtrecht toepassen. Woensel veracht overigens, komt men bijeen, Strijp en Gestel. Woensel is als dekenaatscentrum ouder en vindt dat het de doorslaggevende stem moet hebben in de einduitspraak. Dat vinden Gestel en Strijp vanzelfsprekend helemáál niet. Maar daar zijn er weinigen die kunnen schrijven en lezen.

Daarom trekt Woensel veelvuldig toch aan het langste eind. Ze zijn alleen eendrachtig als er invallers zijn uit Frankrijk. Maar dan hebben ze aan deze saamhorigheid niet veel. Want de invaller heeft zware bewapening en zij niet. Veel onverlaten groepen samen in het reeds genoemde gebied dat exterritoriale allure heeft en houdt, “Het Vrankrijk” te Woensel, een soort exclave van de Franse Zonnekoning, die het uiteraard niet echt interesseert wat er in dat Kempenland allemaal omvalt. Anarchie en destabilisatie bij de noorderburen: altijd goed.

Na 1750 wordt dat beter, maar tussen 1795-1813 komt er van een geregelde bestuursadministratie, rechtspleging en politionele ordehandhaving niet veel terecht, omdat er steeds een ander overheidsgezag is.  Dat wordt na 1814 wel wat beter, maar niet veel. Weer zijn er soldaten die de streek overhoop halen al was het maar omdat ze tijdelijk gelegerd zijn. Ze blijven brandschatten en plunderen.

In 1840 is de demobilisatie van het Veldleger van de Kroon voltooid. Op papier, maar niet heus. Er blijven gedroste miliciens achter, invalide vrijwilligers, huurlingen die krijgstuchtelijke vergrijpen begingen en op de vlucht zijn voor de strafvervolgingen, deserteurs die nooit opgepakt zijn en de trawanten die zij inmiddels opgedaan hebben. Er is een Strijpse Veldwachter, maar die vermag niet veel. Eindhoven evenmin, ook niet als gemeente.

Luidhuis Strijp
Het luidhuisje van klokke Trudo (foto: J. Wierden, 1929. Bron: Rijksdienst Cultureel Erfgoed nr. 39.780 (opent in een nieuw tabblad)).

Een districtscommissaris komt het publieke recht handhaven

Na 1850 heeft Den Haag deze regio beter onder controle. Er is nu een districtscommissaris en die zit de Strijpse burgemeester en zijn wethouders toch flink achter de vodden: het luidhuis zit nu geregeld afgestampt met opgepakte gasten. Die gaan in het beste geval uiteindelijk naar oorden voor bedelaars, vagebonden, beroeps- en gewoontemisdadigers.

De beruchte “Oorden van Weldadigheid” in het hoge noorden, ’s Rijks Krententuin op het roemruchte Ooster-eiland in de haven van Hoorn of ze worden stomweg opgezonden naar De Oost of De West. De koloniën aldaar. Die ziet men nooit meer terug, als ze de overtocht al overleven. Dat werkt. Generaal-preventief en speciaal-preventief.

De burgemeester of de pastoor?

Ook in Strijp keert nu eindelijk de broodnodige regelmaat weer, die er ooit heerste. Er komt daarom wat nijverheid en gemechaniseerde industrie, een logement en tapperijen, bij de brandkuil. Het is daar geen lustoord, verre van, maar op zondagmiddag is het er best uit te houden. Nu dringt de vraag zich op: wie is hier eigenlijk de baas? De burgemeester of de pastoor? Die laatste is zijns ondanks redelijk activistisch. 

Hij heeft delen van het lager onderwijs tot zich getrokken en verder taken van maatschappelijk hulpbetoon. Maar daarbij komt hij ingevolge de wetten dienaangaande – vooral de Armenwet – op het terrein van het gemeentebestuur. Dat krijgt via de commissaris subsidie op forfaitaire jaarbasis en schoolgelden per aangemelde leerling.

Toont de parochieherder daarentegen toereikend aan dat deze pupil bij hém schoolloopt – meestal gaat het om een meisje – dan wordt het gemeentebestuur in zoverre gekort voor het komend boekjaar: de subsidieregeling van de Lager Onderwijswet-Van der Palm uit 1806 verschuift dan die uitkering naar de houder van de schoolinrichting. De pastoor. Die kan steunen op welgezinde rijke boeren. Dat vindt de burgemeester minnetjes.

Vooral als de school van de pastoor aanslaat bij de Strijpenaren en de schoolinspectie gewaagt dat de Zusters van Liefde van Tilburg beter onderricht verschaffen dan die, gangbaar op de gemeentelijke school. De bovenmeester daar komt klagen. De burgemeester krijgt ruzie met pastoor Van Griensven. Die heeft de zondagse kansel tot zijn beschikking. Hij roept daar de hartstochten van de gemeentelijke galerij wakker, wanneer hij betoogt dat hij een Gode welgevallige zending heeft. Daar kan de burgemeester niet tegen op. Zo ontstaat tweespalt die de rest van de negentiende eeuw blijft duren. Het gemeentehuis aan de Venstraat te Strijp op de hoek met de Heuvelseweg – zo heet de Zeelsterstraat in deze tijden nog lang – wordt een druk praathuis. Het komt de dorpsvrede niet ten goede.

Toch een breuk met de seculiere overheden

De Strijpse kerkhofkwestie is er een symptoom van. De pastoor Maas haalt hier een overwinning. Op het eerste gezicht. Maar de bisschop te Den Bosch is woedend. Godsschalk heeft nog zó gewaarschuwd: maak nu toch geen heibel met het seculiere publieke gezag. Ga als pastoor niet op je strepen staan. Eist geen zogenaamd historische exclusiviteitsrechten op. Die zijn nooit eenduidig, hun authenticiteit staat vaak niet vast, de Luiker pouillé’s zijn doorgaans onvolledig of door de Franse volkstroepen tijdens de Brabantse Revolutie van 1791 in de hens gestoken.

Probeer met de protestanten en andersdenkenden tot een goede verstandhouding te komen en te blijven. De Roomse organisatie der Nederlandse kerkprovincies is nog in opbouw. Weet toch, dat ze nog steeds voorwerp kan zijn van heftige antipapistische ontremmingen. Stuur niet aan op kortstondige victorie, want die zal een Pyrrhusoverwinning blijken. Die moet te Den Bosch steeds vergolden worden bij de commissaris des konings die zelden op de hand van de Roomsen is. Dan is de bisschop de pineut. En Maas doet precies het tegenovergestelde. Wat heeft dat hem opgeleverd? Maas is nu persona non grata aan De Parade 'ten Bosch', in de schaduw van de machtige Sint-Janskathedraal en dat zal ook blijken. Strijp is er goed mee.

Lees hier verder in Oud Strijp (27): Volksgezondheidszorg.

Ga hier terug naar Oud Strijp (25): De slingering der tijd trilt nauwelijks.

Reacties

Reacties laden…

Feedback geven

Wat vind je van deze pagina? We horen graag wat beter kan.

0 van 300 tekens gebruikt

Deel geen gevoelige gegevens, zoals je BSN, adres, telefoonnummer of medische informatie.