Direct naar de inhoud

Let op! Dit is de beta website van BHIC. Reacties die je hier achterlaat, gaan verloren na officiële livegang.

Terug naar overzichtOverzicht
Overleden aan de mazelen in 1953

Overleden aan de mazelen in 1953

Jos van Aarle

12 december 2018

Bijgewerkt op 12 december 2018

In 1954 ben ik geboren en kreeg ik de naam van het kind dat een jaar eerder aan mazelen en longontsteking gestorven was, elf maanden oud. Wij waren een groot boerengezin in het Hermalen te Schijndel. De stallen en woonvertrekken werden nog verlicht met petroleumlampen, we dronken water uit de put en ons moeder stookte de wasketel met musterthout.

Schijndel, Bertha van Aarle-Schellekens_met_Jos_1954

Omstreeks 2002 heeft mijn moeder het volgende verteld over de dood van mijn jong overleden broertje.

“In het jaar 1953 stierven er veel kinderen aan de mazelen. Al onze kinderen hadden de mazelen al gehad en waren er goed beter van geworden. Ons Josje was met 11 maanden de kleinste en de laatste die er nog van te lijden had.

Ik weet nog dat hij ziek in zijn bedje lag, terwijl ik den herd - waar toen fietsen in stonden - aan het uitvegen was en hij zich af en toe liet horen. Hij zag er slecht uit en wilde niet gauw genoeg beter worden. Dokter Meerendonk, die ik had laten komen stuurde ons door.

Toontje Wouters, de enige in het Hermalen die toen een auto had, heeft ons naar het Ziekengasthuis in ’s-Hertogenbosch gebracht. Dat was toen nog van de Duitse Zusters. Op een hoog plateau werd het kind onderzocht, terwijl ik er bijzat. Nóóit vergeet ik de uitdrukking op het gezicht van dat kind en hoe hij met zijn kopje bleef draaien om mij kunnen zien.

Op een vraag van de zuster antwoordde ik dat het kind alles nog wel wilde eten. Ze schreef op: ‘Hij át alles’. Toen begreep ik dat er geen hoop meer was. Men droeg het kind weg naar een andere zaal. Ik wilde het nog zo graag even zien, daarom klom ik in de gang op een verhoog om door het glas te kunnen kijken. Er zat al een zuster bij te bidden met een rozenkrans in de hand.

Enkele dagen later belden ze vanuit het ziekenhuis dat het stervende was, maar waarschijnlijk was het toen al dood. Harrie reed op zijn bromfiets naar ’s Hertogenbosch, die onderwegen ook nog kapot ging. Met Toontje Wouters ben ik nog naar de rouwkamer van het ziekenhuis gegaan. Er lagen daar toen veel kleine kinderen en maar één  volwassene.

Op de dag van de uitvaart zaten we bij Fassbender in de auto. Het kleine lijkkistje stond op de achterbank. Onze Henk, die toen zes jaar oud was zei: 'Daar zitten zeker zijn spullekens in?'

Altijd heb ik spijt gehad dat ik niet eerder de dokter gebeld had, maar al de anderen waren toch ook goed beter geworden. Dokter Meerendonk heeft veel voor ons huishouden gedaan. Hij was er altijd meteen als ik hem belde. Toen een ander kind behoorlijk ziek werd, nam hij extra snel maatregelen. 'We zijn er hier al ene kwijt', zei hij toen tegen mij.”

Reacties

Reacties laden…

Feedback geven

Wat vind je van deze pagina? We horen graag wat beter kan.

0 van 300 tekens gebruikt

Deel geen gevoelige gegevens, zoals je BSN, adres, telefoonnummer of medische informatie.