In deel 1 van dit artikel over de Potjeskermis in Bergen op Zoom is stilgestaan bij het ontstaan van deze traditie. Na in deel 2 te hebben gekeken naar de Potjeskermis op de Antwerpsestraatweg staat in dit laatste deel de Potjeskermis in het dorp Nieuw-Borgvliet centraal.
De Potjeskermis op Nieuw Borgvliet
In 1924 bericht dagblad De Grondwet op 1 mei dat op het Fort wegens bijbouwing geen goede plaatsen meer beschikbaar zijn in de de plaats daarvan komt een kermis op Nieuw-Borgvliet.

Maar de verhuizing vindt pas jaren later plaats. Het West Brabants Archief (WBA) kent een overzichtslijst van de gehouden kermissen 1940 tot en met 1946. Op deze lijst staat bij de kermisweek 21 tot en met 31 oktober 1943 Nieuw-Borgvliet met een draaimolen en Burgemeester de Roocklaan met een vlindercarroussel vermeld. Bij de voorjaarkermis van 29 april tot en met 14 mei 1944 staat het Emmaplein met een butterfly en Nieuw-Borgvliet met een vlindercarroussel vermeld. De Potjeskermis komt die jaren niet op andere lokaties op ‘t Fort voor. In 1945 blijft het kermisgebeuren beperkt tot de oude binnenstad.
De Potjeskermis op Nieuw-Borgvliet speelt zich af op het pleintje in de Rembrandtstraat direct voor de kerk van H. Antonius Abt. Opvallend is de duiding van de “op het terrein tegenover de oude kerk te Nieuw-Borgvliet” door burgemeester en wethouders op 16 januari 1952 met eerdere datum 15 januari 1951. Mogelijk is er een link met de in oktober 1944 vernielde oude kerk en de op 11 juni 1951 ingewijde nieuwe kerk.
Ook blijkt uit de kermisvoorwaarden rond de jaren 1950 de mogelijke invloed van de rooms-katholieke kerk op de Potjeskermis te Nieuw-Borgvliet. De kerminsinrichtingen mogen op zondag pas vanaf 12 uur toegankelijk zijn voor publiek. De attracties moeten tijdens 'het lof' gesloten zijn. Ook is tijdens het lof muziek niet geoorloofd.
Voor de Potjeskermis op 28 en 29 april 1946 wordt voor Nieuw-Borgvliet ingeschreven met een scheepjescarrousel, luchtschommel, draaimolen, lunapark, ballentent, flessensport en brievensport. Wie op de kermis heeft gestaan, blijkt niet uit de tekening in het dossier, maar uit een andere lijst kan worden opgemaakt dat er een draaimolen en luchtschommel staat. Op 13 en 14 april 1947 staat er een zogeheten golfbaan met een doorsnee van tien meter en een draaimolen met een doorsnee van negen meter.

Op 12 april 1947 adverteert de dicht bij de kern van Nieuw-Borgvliet gelegen zaal De Raayberg in het Brabants Nieuwsblad. “Bezoek: gedurende de Potjeskermis Zaal De Raayberg Bergen op Zoom Zondag en Maandag PUBLIEK BAL Entree 50 cent Beneden 18 jaar: geen toegang”.
Zoals ook in latere jaren doet Brabants Nieuwsblad op 17 april 1947 alleen verslag van de potjeskermis op ’t Fort. De Potjeskermis op 4 en 5 april 1948 kent vier inschrijvingen: draaimolen, luchtschommel, zaagselsport en brievensport. Echter, volgens de situatietekening gaat de inschrijving van zaagselsport en brievensport niet door. De plaats wordt ingenomen door de suikerkraam van J.J. Goris.


De Potjeskermis op Nieuw Borgvliet op 24 en 25 april 1949.


Voor de kermis op 16 en 17 april 1950 is ingeschreven met een golfbaan met een doorsnee van 10 meter en een draaimolen met doorsnee van 11,5 meter. De golfbaan krijgt een plaats.
In 1952 is de Potjeskermis op zondag 8 en maandag 9 juni 1952. In de gemeentelijke archieven is te zien dat niet alleen voor de attractie moet wordt betaald, maar ook voor de wagen.


De Potjeskermis op Nieuw-Borgvliet kent op 12, 13 en 14 juni 1954 alleen een vlindermolen van H. Janvier, doorsnee 9 meter. Aan kranten kan worden ontleend dat de vlindermolen van Janvier een caroussel voor kindervermaak is.
- 4, 5 en 6 juni 1955: babymolen van Gebr. Keijzer, doorsnee 7 meter
- 17, 18 en 19 juni 1957: hangpaardjesmolen van A.J. van der Zande, doorsnee 9 meter
- 31 mei, 1 en 2 juni 1958: vlindermolen van H. Janvier, doorsnee 9 meter
- 23, 24 en 25 mei 1959: babymolen van J. Keyser, doorsnee 8 meter
Het Brabants Nieuwsblad bericht op maandag 25 mei 1959 nu zelfs over de Potjeskermis op Nieuw-Borgvliet. De kop en de betreffende passage luiden als volgt: “Potjeskermis draait weer volop ….. Voor de jeugd van Nieuw-Borgvliet was er zoals gebruikelijk, een draaimolen neergezet in de Rembrandtstraat voor de kerk.”
In 1960 wordt ingeschreven voor een autofietsmolen en/of hangpaardjesmolen en het wordt de auto-fietsmolen, aldus Brabants Nieuwsblad op 13 april 1960 in het artikel Gunning standplaatsen Potjeskermis. Op de lijst met verpachtingen bij de brief van burgemeester en wethouders van 15 maart 1961 komt Borgvliet niet terug. In 1963, met kermis data 8, 9 en 10 juni, moet een kermisexploitant op aanwijzing naar Nieuw-Borgvliet. Opsteller veronderstelt dat een golfbaan een rupsbaan is, zie verhaal verderop.


In dit jaar neemt het college ook verkeersmaatregelen voor de Rembrandtstraat. In de richting naar de Antwerpsestraatwerg is de noordelijke rijbaan gesloten, voor zover betreft het gedeelte van de splitsing (voor de kerk) tot de Oude Huijbergse baan. Het zuidelijk deel van voormeld weggedeelte open in beide richtingen.
De Potjeskermis in de Rembrandtstraat komt ook nog in 1965, data 12, 13 en 14 juni, voor op de publicatie van de verpachtingsvoorwaarden. De kermis is echter beperkt tot 1 of 2 inrichtingen. Op lijst verpachtingen voor de Potjeskermis in 1965 komt alleen het Emmaplein terug.
Ook de verpachtingsbrief van 18 februari 1966 gaat nog uit van kermis op Borgvliet. De vraag is of er nog een kermisexploitant naar Borgvliet wilde. In ieder geval Borgvliet komt niet meer voor in de verpachtingsbrief van brief van burgemeester en wethouders van 20 januari 1967: “de “Potjeskermis” wordt gehouden op of in de onmiddellijke omgeving van het Emmaplein”. Ook in 1968 komt Nieuw-Borgvliet niet terug en verhuist de kermis op het Emmaplein naar het Lourdesplein.
Gelukkig wordt de Borgvlietse Potjeskermis nog herinnerd
Verschillende personen hebben hun herinnering laten weten.
“Ik kan me de kermis nog goed voorstellen!! Meestal alleen een draaimolen en de stekker voor de stroom werd bij ons in het stopcontact gestoken!! In mijn beleving denk ik dat het april of mei was, altijd lekker weer. Een avond gingen alle ouders een ritje maken, dan lieten ze hem extra lang gaan!!"
“Ja ik ben van 1946 en in het begin stond er volgens mij alleen een draaimolen.”
“Zeker wel ritje in de rups ‘n kwartje”.
“Nou na de mis van 10 uur ‘s-morgens ging de kermis open en dan mochten wij een keer kiezen waar wij in wilde vonden wij heel wat dan had ik een vriendin die kreeg meer om te besteden op de kermis en mocht ik altijd met haar samen in de rups en hadden daar van erg genoten ook een snoepkraam.”
“Het enigste wat ik kan herinneren is de draaimolen en de snoepkraam daar kocht ik altijd een zuurstek en nougat!!!!!!”
“Draaimolen bij Fientje Leus voor de deur! Als je de kwast had mocht je gratis nog een keer, ik was daar erg goed in al zeg ik het zelf!”
