Tijdens de laatste oorlog was er voor de bakkers een nijpend tekort aan bakmeel. Ieder gezin zocht naar een reddingsmiddel zoals ook mijn ouders om de monden van het elf personen telend gezin te snoeren.

Vader trok op een zondagsavond met oudste zoon heimelijk met slee binnendoor over bevroren besneeuwde akkers voor een zak graan naar de boer op buurtschap Kooldert in Uden. En daarna met een graanmolen in het verduisterende werkhuis gemalen. Waarna moeke het verkregen meel tot een deeg kneedde en in een in het woonhuis gebouwde hout gestookte oven werd gebakken.
In het preHistorisch Dorp van Eindhoven maken kinderen kennis met brood bakken door eerst met een steen op een eveneens stenen ondergrond koren te malen tot meel. Daarna geruild met een stukje deeg, gewikkeld om een stok en daarna door de bezoeker(ster) boven het houtskoolvuur gebakken.
Als kind belast met het stoken van rijbossen, musterds (takkenbossen), keek ik door het raamwerk in de vlammenzee, zoals de Hel uit de catechismus. Ondertussen maakte ik kennis met kneden van roggebrooddeeg en werd ik door mijn broers aan m’n armpjes opgetild en in de deegtrog geplaatst. De door vader getimmerde trog met sierlijke poten - 83 cm hoog (inhoud: 110 cm lang, 55 cm breed en 33 cm diep) – nadat ik al snel het zware werk had ondervonden eruit getild.

Met het stoken begonnen, kleurde de ovenstenen lichtgrijze en daarna zwart. Op het moment dat deze weer licht van kleur werd moest ik vader en moeke waarschuwen: hét moment dat de oven de juiste temperatuur had bereikt! Moeke had ondertussen tientallen broden gekneed en vader schraapte de brandende houtskooltjes van de ovenbodem naar een stalen ton, die nadien met een natte juten zak werd afgedekt. Daarna werden het deeg en het roggebrooddeeg op de ‘inschieter’ gelegd en in de ovenruimte geschoten en de ovenopening met het stalen deurtje gesloten. Na het bakproces werd het brood op de keldervloer uitgespreid. Soms werd de ovenbodem met appelschijfjes bedekt.

In de hout gestookte bakoven van het Pre Historisch Dorp in Eindhoven plaatsen sommige bakkers een kommetje water waarna de opening met een houten deksel wordt afgesloten en de kieren met leem gedicht.

Het stalen ovenpoortje van de huisoven, 30 bij 50 cm, kreeg een tweede bestemming. Broer Wim plaatste het bij de bouw in de tussenmuur van de ouder- en kinderslaapkamer. Zijn zoon zoekt er nu weer een andere bestemming voor. Een Beugense bakker plaatste het nadien in de muur van de straatzijde.
De trog heb ik voor behoud geheel in de lijnolie gezet, de poten voorzien van stalen schoenen en de deksel geverfd. Mijn broer vergaarde buiten de trog meer interessante voorwerpen, ook deze zijn in het Plattelandsmuseum Duinhove (opent in een nieuw tabblad) van Uden te bewonderen.
Bij het aansnijden werd met het broodmes een kruisteken over het brood gemaakt onder het uitspreken van de woorden: ‘Geef heden ons dagelijks brood’. Daarna op de broodplank, of door moeke met als ondergrond haar schort, gesneden. Wie krijgt het korstje? De belegde broodsnee bedekt met een snede roggebrood, die vormde de boterham. Als kind kenden we geen boterhamplankje of -bordje. Het brood werd direct op het houten tafelblad gelegd - gesmeerd - belegd en gegeten. Of bij het nuchter zijn meegenomen gewikkeld in krantenpapier.


Klik voor een vergroting
