Direct naar de inhoud

Let op! Dit is de beta website van BHIC. Reacties die je hier achterlaat, gaan verloren na officiële livegang.

Terug naar overzichtOverzicht
Vergeten helden uit de Tweede Wereldoorlog

Vergeten helden uit de Tweede Wereldoorlog

Cor Vervoort

1 november 2021

Bijgewerkt op 15 januari 2025

De Amerikaanse bommenrichter Donald Oliver Mills werd op 20 oktober 1943 na een bombardement in Duitsland neergeschoten boven Nederland. Hij wist op miraculeuze wijze te ontsnappen aan de Duitsers. Wie waren die dappere mensen uit Sint-Oedenrode die Mills geholpen hebben? Na een zoektocht van vele jaren en teleurstellingen gaf een Nederlandse brief uit de US Archives het antwoord.

Bemanning van B-17 nr 42-3439, 3 oktober 1943. Eerste rij v.l.n.r. Pilot Charles F. Geyer, Co-Pilot Robert P. Surdez Jr, Bombardier Donald O. Mills, Navigator William J. Doherty. Achterste rij v.l.n.r. Edward L. Lantron, Radio Operator Melvin H. Litke, James A. Parker, Frank J. Killarney, Alexander J. Guilianelli en Gunner Everett J. Missey.

In 2018 heb ik mijn boek ‘Sodom und Gomorra’ gepubliceerd. In het boek een groot aantal authentieke ooggetuigenverslagen uit de Tweede Wereldoorlog uit de omgeving van Sint-Oedenrode. Vanaf heb ik in 2017 een ware zoektocht ondernomen naar mensen uit Sint-Oedenrode, die een bemanningslid van een Amerikaanse B-17 op het meest cruciale moment van zijn vlucht geholpen hebben. Helaas leverde mijn zoektocht toen geen enkele bruikbare reactie op.

De naam van de Amerikaan was 2e Luitenant Donald Oliver Mills uit San Francisco, de bommenrichter van een B-17 van de 96th Bomber Group, die op 20 oktober 1943 boven Brabant op de terugweg uit Düren (D) naar de thuisbasis Snetterton Heath in Engeland werd neergeschoten door Duitse Messerschmitts. Mills wist bijna twee maanden later op 17 december veilig en wel Gibraltar te bereiken. Hij werd direct teruggevlogen naar zijn thuisbasis in Engeland en vandaar uit naar Amerika.

Als bommenrichter bediende hij het geheime Norden-apparaat, dat de Amerikanen in staat stelde veel nauwkeuriger en bij daglicht te bombarderen. Het apparaat was kort tevoren, evenals als zijn toestel een B-17 ‘Flying Fortress’ in gebruik genomen. Bij zijn terugkomst volgende een lange ondervraging, waarvan een uitgebreid geheim rapport opgemaakt werd (E&E report 279). Deze rapporten zijn afgelopen jaren vrijgegeven voor verder onderzoek.

Reddeloos verloren

Mills vertelt na zijn terugkomst in Engeland wat hem op 20 oktober 1943 overkwam. Hun B-17 met 10 bemanningsleden aan boord voert die dag een bombardement uit op een spoorwegcomplex in Düren (D). Door technische problemen raakt de B-17 op de terugweg achterop bij de formatie en wordt het toestel boven Oost-Brabant door een groep van zes Messerschmitts in brand geschoten. Al snel is het de bemanning duidelijk dat het toestel reddeloos verloren is.

Donald O. Mills

Mills weet samen met 4  bemanningsleden het brandende toestel ternauwernood, via het neusluik, te verlaten. De 5 overige bemanningsleden die achterblijven in het toestel zijn op dat moment waarschijnlijk al dood. De onbestuurbare B-17 zal 20 minuten later in De Bilt neerstorten op het huis van de familie Rijksen. Hierbij komen 3 bewoners om het leven.

Mills landt rond 15.00u met een gescheurde parachute in een bosrand op de grens van de Koevering (Gemeente Sint-Oedenrode) en Eerde (Gemeente Veghel). Mills ziet hoe vier Duitse jagers in een ‘overwinningsformatie’ laag over hem heen vliegen en hoe op enkele honderden meters afstand een tweede B-17 neerstort in Eerde (bij Garage Fassbender, nu BAS Volvo).

Snel is een groep Duitsers op motoren ter plaatse, die een ware klopjacht op hem organiseert. Mills kruipt door een bietenveld in de richting van de Duitsers. De Duitsers verwachten dit niet en lopen op weg naar de bosrand langs hem heen. Ze passeren hem op zo’n korte afstand dat hij de modderspatten van hun laarzen in zijn gezicht voelt. Ook is hij erg bang voor een blaffende hond, die zoals later blijkt de Duitsers van de familie Vissers ‘geleend’ hebben.

Na enkele uren lijkt de kust veilig en verplaatst Mills zich met behulp van zijn kompas, het is het enige dat hij nog bezit, naar het zuiden. Hij bereikt ter hoogte van de Koevering de Veghelseweg, de huidige A50. Op de weg is weinig verkeer. Diverse keren verstopt Mills zich achter bosjes en in sloten. Hij weet niet waar hij neergekomen is en is bang dat hij opgemerkt wordt. Dan verschijnt er uit het niets een jongeman op een fiets. De man op de fiets volgt de Amerikaan en spreekt hem aan. Een gesprek is nauwelijks mogelijk, de man op de fiets spreekt geen Engels.

De man biedt Mills aan mee naar zijn huis te gaan. Mills heeft geen keus, zijn ‘emercengy’ pakket is hij tijdens de ongecontroleerde landing kwijtgeraakt en hij draagt nog steeds zijn luchtmacht uniform.
Onderweg komen ze een paar Duitsers tegen, het deert de fietser niet. Ze fietsen rustig verder. Mills probeert zich met zijn naamplaatje te identificeren, de fietser is niet geïnteresseerd. Hij heeft alleen interesse in de ‘wings’ van de Amerikaan.

Dutch people always want souvenirs

Tijdens zijn verhoor, na zijn veilige terugkeer, verklaart Mills het volgende over de Nederlanders; ‘I found that the Dutch people, more than others I have met, always want souvenirs’. Als ze bijna in Rooi zijn, komen ze een bekende van de man met de fiets tegen. Mills krijgt de pet van de kennis zodat hij minder opvalt. Ze arriveren bij de familie van de fietser. De grote familie is bepaald niet blij met de komst van Mills, ze weten zich geen raad. De boosheid richt zich niet op Mills, maar op de fietser. Mills noemt de familie ‘Good Jerry’s’, ze zijn erg vriendelijk tegen hem.

Mills verklaart verder dat hij ondervraagd werd na zijn aankomst bij de familie. De ondervrager, die Engels spreekt, vraagt naar de identiteit van Mills. Mills laat zijn ‘dog tag’ zien en de ondervrager is gerustgesteld. Volgens Mills betrof het een infanterie officier uit het Nederlandse leger. (Deze uitspraak zette mij helaas in het onderzoek naar de helpers op een volkomen verkeerd spoor).

Verder vertelt hij dat ze weinig voor hem kunnen doen. Mills krijgt uitgebreid te eten en andere kleren. Ze voorzien hem van genoeg eten en drinken voor de komende dagen. Daarnaast krijgt hij rantsoenbonnen voor melk en brood, 20 gulden en een landkaart met daarop ingetekend de veiligste route naar België.

Dezelfde avond wordt Mills door drie mannen buiten het dorp gebracht. Twee mannen gaan hem vooraf, een man volgt hem. Mills neemt afscheid van zijn begeleiders, op het meest cruciale moment van zijn vlucht is hij geholpen door deze dappere mensen. Mills staat voor een bijna onmogelijke en gevaarlijke tocht. In zijn eentje zal hij naar België lopen, met uiteindelijke bestemming Gibraltar. Twee dagen later steekt hij bij Borkel en Schaft de grens over. In de buurt van Leopoldsburg komt hij in contact met verzetsmensen van de ‘Komeet ontsnappingslijn’.

Missed In Action

Bijna 2 maanden later arriveert Mills, als enige van de vijf overlevende bemanningsleden, veilig in Gibraltar. Zijn jonge vrouw Anna Lowland, waarmee hij kort van tevoren getrouwd was, had ondertussen het bericht ontvangen dat haar man Donald was neergeschoten. Hij werd vermist ‘Missed In Action’, dat beloofde weinig goeds. Zoon Don vertelde me dat zijn moeder Anna er toch alle vertrouwen in had dat haar man Donald veilig terug zou keren.

Lees dan hier verder (opent in een nieuw tabblad)

Reacties

Reacties laden…

Feedback geven

Wat vind je van deze pagina? We horen graag wat beter kan.

0 van 300 tekens gebruikt

Deel geen gevoelige gegevens, zoals je BSN, adres, telefoonnummer of medische informatie.