“Ach, dat waren nog eens tijden. Buren stonden altijd voor elkaar klaar bijvoorbeeld bij de boerenverhuizing, waarbij iedereen meehielp. Maar loeiende motoren maken een eind aan dit soort oude romantiek.” We schrijven 1940, en het krantenartikel is doordrenkt van nostalgie en weemoed. Maar gelukkig hebben we de foto’s nog. Een heleboel zelfs.

Bij een boerenverhuizing – ook wel boerenovertrek genoemd – ging de buurtvereniging haar nieuwe bewoners ophalen in de oude woonplaats (doorgaans twee, hooguit drie dorpen verder). De hele inboedel werd op een huifkar geladen, en in een feestelijke stoet werd de route afgelegd. Paarden voor de kar werden versierd met rozen en strikken, nieuwe buren begeleidden het geheel in hun netste kleding. Bij menig café op de route werd gestopt om, op kosten van de verhuizers, iets te drinken.
In die jaren veertig komt het nog maar zelden voor dat een dergelijke feestelijke optocht in gang wordt gezet. De journalist schrijft een mistroostig verhaal, onder de kop ‘De groote trek is niet meer (opent in een nieuw tabblad)’. “Binnen dertig jaar hebben de loeiende roffels uit de motoren van tractors, de automatische maaiers en de Diesel dorschmachines alle gevoel voor de oude romantiek-van-den-buiten ongetwijfeld overstemd”, zo lezen we terug in de krant.

Overigens zien we dat niet alleen nieuwe bewoners zo feestelijk werden onthaald, ook bij de komst van een nieuwe burgervader werd deze folklore uit de kast getrokken. Zoals bij burgemeester Smits van Oyen van Den Dungen. Het gebruik is zo goed als verloren gegaan, maar het heeft wel prachtige foto’s opgeleverd. Klik en blader maar mee.



