In negentienhonderd en daarvoor zaten vele mensen in de landbouw. Het waren overwegend kleine keuterboertjes. Er was geen geld onder de mensen, vandaar dat het lenen van gereedschap, gebruiksvoorwerpen en zelfs het paard tot de gewoonste zaken hoorden: “Burenhulp”.
Zo ook bij verhuizing. Ging een boerengezin verhuizen naar een andere boerderij, dan hielp iedereen mee. Op de eerste hoge kar zat het beddengoed met de boer en boerin, op de tweede kar de meubels, daarachter keuken- en huisraad, gevolgd naar belang van de goederen en het hooi of stookhout op de laatste kar. Het was een hele optocht! Bij de nieuwe boerderij werd alles afgeladen en op zijn plaats gezet.

Nu was er een ongeschreven gewoonte dat de boer na enige weken zijn helpers uitnodigde. Er werd flink opgeschept, een uitgebreide koffiemaaltijd, daarna kwam het bier en de oude klare op tafel. Het was een heel gezellig feest, wat tevens inhield dat het gezin opgenomen was in de nieuwe buurt.
Maar o wee als de boer niet van zich liet horen! Dan ging hij over de tong, hij was een gierigaard, een pin of een pezerik. Van een oude overal en verdere oude kleding werden twee poppen gemaakt, voorstellend de boer en boerin, deze werden op een nacht boven in een boom opgehangen zodat iedereen het kon zien.
De laatste keer dat ik poppen heb zien hangen was in Wijbosch bij Schijndel. Het moet voor hen geen prettig gevoel zijn geweest en ze konden dan ook minder op burenhulp rekenen.
Ook deze folklore is verdwenen.
Lees ook
Vrachtwagens rijden boerenverhuizing stuk (maar gelukkig hebben we de foto's nog)



