Direct naar de inhoud

Let op! Dit is de beta website van BHIC. Reacties die je hier achterlaat, gaan verloren na officiële livegang.

Terug naar overzichtOverzicht
Zwijgen is zilver, spreken is goud

Zwijgen is zilver, spreken is goud

Hilde Jansma

18 januari 2026

Bijgewerkt op 20 januari 2026

Met flinke tegenzin loopt Driek* de Ridderstraat in. De moed zakt hem nog verder in de schoenen als hij het gebouw voor hem op ziet doemen. Liever blijft hij buiten, met het bekende gedreun van treinen in zijn oren. Maar hij moet naar binnen. Het moet stoppen. Dus stapt Driek het gebouw binnen. Recht zijn verleden in. Zes maanden geleden. Toen hij hier niet als aangever, maar als dader was.

Dit verhaal begint op 4 oktober 1949. Je kan het verhaal ook vertellen vanaf de dag ervoor. Dat gaan we hier niet doen, want dan zou de nadruk te veel komen te liggen op wat buurman Driek die dag deed. Op hoe hij ervoor zorgde dat Mien* een van de meest ellendige dagen uit haar negenjarige leven beleefde. Later zal Driek getuigen dat het maar één keer was gebeurd. Maar één keer is veel te veel. Mien woonde drie deuren verderop. Een kind moet zich veilig kunnen voelen in haar eigen buurt, in haar eigen straat, tussen haar eigen mensen. Haar buurman pakte dat van haar af, die 3e oktober. En meteen al een dag erna, op 4 oktober, herpakt Mien zich. En begint haar reis die tot haar overwinning zal leiden.

Het gebeurt veel dat slachtoffers zwijgen, zeker in zedenzaken. Waarschijnlijk had buurman Driek daar ook op gerekend. Grote fout. Mien laat zich het zwijgen niet opleggen. Ze vertelt alles aan haar vader. Vader Ton* doet wat alle vaders zouden moeten doen. Hij gelooft zijn dochter. En hij neemt maatregelen.

Het moet al donker zijn geweest, die 4e oktober, en koud. Ton had waarschijnlijk al een lange, zware werkdag achter de rug wanneer hij de tocht naar het politiebureau maakt. Toch doet hij het. En hij doet het goed. Voordat hij weer thuis is, wordt de zaak serieus genomen. De recherche is nu aan zet.

Vijf oktober, 17.00 uur: door rechercheur Zeeman op de Berghemseweg te Oss aangehouden als verdacht van art. 247 W.V.Str. (het plegen van ontucht met kinderen): Driek de Bakker, 40 jaar oud, machinist, wonende te Oss. Ingesloten.

Huis van Bewaring
Huis van Bewaring in Den Bosch (foto Wies van Leeuwen, collectie BHIC, nr. PNB001031747)

 Mientje blijft praten. Eerst vertelt ze alles aan Vader. Dan aan Meneer Agent. Enkele dagen heeft haar stem rust. Dan komt het bericht dat ook de Rechter haar verhaal moet horen. Ze is pas negen. Een kind nog. Ze wil rennen, lachen, spelen. Met vriendinnetjes springtouwen in de straat. Steltlopen op de stoep. Maar dat gaat niet. De Rechter wil haar spreken. Dus reist Mein af naar een wildvreemde stad. Loopt een wildvreemd gebouw in. Vertelt over de zwartste dag uit haar leven aan een wildvreemde man. Wat een ellende. En wat een kracht.

15 december komt de zaak voor de rechter. Deze keer is het aan rechercheur Zeeman* om de reis naar Den Bosch te maken en te getuigen. Daar is hij de aangewezen persoon voor. Rechercheur Zeeman was bij het verhoor aanwezig waarin de verdachte bekende. Tegen hem heeft de verdachte toegegeven hier straf voor te verdienen. Nu, een rechercheur is het niet vaak met verdachten eens, maar hier kon hij zich toch ruimschoots in vinden.

Fragment uit het vonnis
Fragment uit het vonnis (toegang 810, inventarisnummer 130, pagina 2 van vonnis 4503)

De getuigenis van de rechercheur wordt ondersteund door de getuigenis van het slachtoffer, zoals vastgelegd door de Rechter-Commissaris. Dezelfde dag nog verklaart de rechter de verdachte schuldig en legt hem drie maanden cel op. Met aftrek van voorarrest. Door het lange voorarrest van de verdachte, betekent dit dat hij nog maar een maand in de gevangenis zal blijven. Extra maatregelen voor na de vrijlating worden niet opgelegd. Dat was ook vrij ongebruikelijk in die tijd. Maar het betekent wel: geen meldingsplicht, geen behandeling, geen straatverbod. Op 19 januari mag Driek de gevangenis verlaten. En zonder enige belemmering terug in de straat van zijn slachtoffertje gaan wonen.

Ondertussen probeert Mientje haar gewone leventje weer op te pakken. Het lukt. Bij vlagen. Mannen houdt ze extra in de gaten. Niet meer dan logisch. Als je zelfs de buurman niet meer kan vertrouwen… Daar loopt er weer een. Ze houdt afstand. Een rilling trekt door haar rug. Die lijkt wel erg veel op… Ze kijkt nogmaals. Nee, dat kan toch niet?! Maar hij is het echt.

Ze begint te trillen. Kijkt vlug om zich heen. Is er een uitweg? Waar kan ze heen? Hij mag haar niet zien. Wat als hij haar wel ziet! Plots staat ze stil. Haar blik wordt fel. Ze recht haar rug. Ze balt haar vuisten. Waarom zou ze eigenlijk? Waarom moet zíj wegduiken? Hij is de slechterik! Hij zou weg moeten duiken! Een ongekende kracht welt in haar op. Een hitte verspreidt zich vanuit haar tenen door haar lichaam. Haar grip versterkt. Haar nagels steken in haar handpalmen. Haar ogen vonken. Ze is pas negen, kan nog niet veel beginnen tegen de Boze Buitenwereld. Maar ze zál hem!

Enkele maanden later staat Driek te drentelen voor het politiebureau. Hij durft zich amper buiten te begeven. Overal kan hij zijn buurmeisje tegenkomen. Zijn eigen buurt is nog het meest gevaarlijk. Na een lange werkdag durft hij amper zijn eigen straat in te lopen. Want daar woont ze. Drie deuren van zijn huis. De plek waar hij tot rust moet kunnen komen. Maar rust kan hij er niet meer vinden. Ieder moment zou ze op kunnen duiken. En dan…

Politiebureau Ridderstraat
Politiebureau Ridderstraat (toegang 7364, inventarisnummer 1767)

 Op Witte Donderdag 1950 loopt Driek het politiebureau in. Aangifte doet hij niet. Uit schuldbewustheid? Of ziet hij de ironie van een volwassen zedendelinquent die aangifte doet tegen zijn negenjarige slachtoffertje? Driek vraagt in ieder geval niet om een arrestatie. Hij vraagt om een stopgesprek**. Zou een van de agenten alsjeblieft met de ouders van zijn buurmeisje willen gaan praten? Misschien kunnen zij er een einde aan maken, nu hij nog een flintertje reputatie over heeft. Misschien stopt Mien dan eindelijk met het nalopen, met het roepen, schelden en jouwen.

Dit verhaal is onderdeel van de openbaarheidsmaand. Deze maand geven we een inkijk in welke verhalen er in de archieven liggen te wachten om verteld te worden.  

Mientjes verhaal is gereconstrueerd aan de hand van deze archiefstukken:

Toegang 7536: Gemeentepolitie Oss, 1945 – 1993, inventarisnummer 939: dagrapport van 6 april 1950 (openbaar per 1 januari 2026)

Toegang 7536: Gemeentepolitie Oss, 1945 – 1993, inventarisnummer 938: dagrapporten van 4 t/m 7 oktober

Toegang 52: Gevangenissen in ’s-Hertogenbosch, 1815 – 1975, inventarisnummer 629: inschrijving 630

Toegang 810: Rechtbank in ’s-Hertogenbosch, 1940 – 1949, inventarisnummer 130: rolnummer 4503

 * De namen zijn gefingeerd en bekend bij de redactie.

** De term Stopgesprek is een anachronisme. Stopgesprekken bestonden in 1950 wel, maar hadden nog geen formele naam en betekenis zoals tegenwoordig.

De tekst van dit artikel is gepubliceerd onder een CC BY-SA 4.0-licentie. Voor de illustraties geldt de licentie die in het bijschrift is vermeld.

Reacties

Reacties laden…

Feedback geven

Wat vind je van deze pagina? We horen graag wat beter kan.

0 van 300 tekens gebruikt

Deel geen gevoelige gegevens, zoals je BSN, adres, telefoonnummer of medische informatie.

Zwijgen is zilver, spreken is goud | BHIC