Aktie!
Het begin van de nieuwe feministische beweging in de gedaante van Dolle Mina was spetterend. Ludieke acties zorgden voor landelijke bekendheid en veel vrouwen voelden zich aangesproken, ook in Brabant. Dat had te maken met de onderwerpen die aan de orde werden gesteld, zoals de positie van de huisvrouw, crèches, en abortus. De landelijke actiegroep ‘Wij vrouwen eisen’ organiseerde grote abortusdemonstraties.

Het persoonlijke is politiek
Actie zonder bewustwording blijft echter aan de oppervlakte. Vrouwen onderkenden dit en een paar jaar later verschoof het accent binnen de vrouwenbeweging naar bewustwording. Vrouwen die deelnamen aan vrouwenpraatgroepen ontdekten dat veel van hun ervaringen gemeenschappelijk waren (het persoonlijke is politiek). Ook kregen zij de behoefte om ook buiten de praatgroepen zonder mannen bij elkaar te komen en gezamenlijke activiteiten te ontplooien.

Dat leidde tot het opzetten van vrouwentrefcentra en vrouwencafés in verschillende Brabantse plaatsen en vrouwenhuizen in Eindhoven, Den Bosch en Breda. In Tilburg, Helmond, Oss, Breda en Roosendaal ontstonden iets later centra voor allochtone vrouwen. In de vrouwenhuizen ontmoetten vrouwen uit alle geledingen elkaar. Hier werden plannen gemaakt en projecten gesmeed.
Zo ontstond ook de behoefte aan eigen communicatiekanalen, via welke vrouwen kennis konden nemen van voor hen belangrijke onderwerpen en acties. In verschillende steden werden vrouwenkranten, nieuwsbrieven en radio-uitzendingen gemaakt.
Dat leidde vaak weer tot actie en het oprichten van nieuwe actiegroepen, zoals Vrouwen tegen sexueel geweld (VTSG) in den Bosch en Tilburg en ‘Tegen haar wil’ in Eindhoven. Er werden zogeheten Heksennachten georganiseerd, waarbij vrouwen de nacht en de straat terug eisten en er kwam een landelijke vrouwenstaking met ook acties in Den Bosch.
De behoefte om deze beweging vast te leggen resulteerde hier en daar in het opzetten van vrouwenarchieven, zoals De Spinster in Den Bosch.
Positieve actie tegen maatschappelijke achterstelling
De achterstelling en de onderdrukking van vrouwen (het vrouwelijke) manifesteerde zich in alle sectoren van de maatschappij. Op het gebied van werk ontstonden vele emancipatie-activiteiten. Het was vrouwen duidelijk geworden hoe belangrijk economische zelfstandigheid was. Overal ontstonden werkgroepen en arbeidshulpverleningsprojecten. Er waren intensieve contacten met arbeidsbureau’s, er werden lessen in solliciteren gegeven. Op de Volkshogeschool Noord-Brabant werden cursussen ontwikkeld en gegeven.

Landelijk werd ondersteunend werk gedaan door de Stichting Vrouw en Werk. Daarnaast werden vele kleine vrouwenbedrijven opgericht met de bedoeling dat die loonvormend zouden worden, zoals in Den Bosch kledingzaak Zus en Zo, Hartenvrouw, vrouwenrestaurant De Roze Ruit en vrouwendrukkerij De Doordrukster. In Boxtel was er EVA’s Appel.

Initiatieven op het gebied van onderwijs werden in Brabant vooral vanuit landelijk beleid geïnitieerd. Zoals de Vrouwenvakschool Annie van Dieren in Tilburg, waar in een vrouwvriendelijke omgeving een vak geleerd werd. En de MoederMavo’s, die in alle steden heel succesvol draaiden op voor vrouwen geschikte tijden. Op deze scholen hebben veel vrouwen alsnog de kans gegrepen om zich te ontwikkelen. De sociale academie’s besteedden veel aandacht aan de vrouwenemancipatiebeweging. Enerzijds omdat er veel feministische vrouwen werkten, anderzijds omdat veel vrouwen uit de vrouwenbeweging hier bij de part-time opleiding lessen volgden.

Een uitzondering was het Marietje Kesselsproject in Tilburg. Op initiatief van één vrouw (Klaar van Helvoort) werden op álle basisscholen zelfverdedigingslessen gegeven aan de meisjes van de hoogste klas. Zij leerde de meisjes ook hoe verbaal te reageren. Dit project was succesvol en vond veel navolging, ook landelijk.
Ook waren er initiatieven rond bouwen en wonen. Vanuit Brood en Rozen (Den Bosch) werden woonbewustwordingscursussen ontwikkeld en gegeven. Een van deze Bossche vrouwen richtte later een Landelijk Steunpunt Vrouwen, Bouwen en Wonen op met het landelijke tijdschrift Klinker.

Brandstoffen
De nieuwe vrouwenbeweging bestond zeker in het begin vooral uit vrijwilligsters. Dat betekende natuurlijk niet dat er geen behoefte bestond aan ondersteuning, voeding en inspiratie. Daarin werd op verschillende manieren voorzien:
- Het houden van grote of kleinere demonstraties; grote feesten die met een zekere regelmaat werden georganiseerd; het oprichten en in stand houden van vrouwenhuizen, waarin de ontmoeting vaak weer brandstof gaf voor nieuwe activiteiten, scholingsgroepen, zoals de fem-socgroepen (feministisch-socialistisch), en landelijke studiedagen.
- Vrouwentijdschriften: niet alleen de landelijke, iedere stad had wel een vrouwenkrant.
- De overheid en maatschappelijke instellingen.
In 1977 financierde de overheid voor een periode van drie jaar ‘EVA bijt door’, als landelijke ondersteuning van al het emancipatiewerk binnen en buiten instellingen. Deze ondersteuningsfunctie gaf twintig nieuwsbrieven en themanummers uit, en organiseerde een tiental meerdaagse studiebijeenkomsten.
De provincies betaalden een VOS-consulente, die het VOS-werk organiseerde (kadertrainingen) en de VOS-cursussen in de provincie.

In 1979 kwamen daar de provinciale emancipatiebureau’s bij (Brabant telde er drie), en een veertigtal emancipatiewerkers, aangehaakt bij maatschappelijke organisatie’s, wanneer die daarom vroegen. In 1981 kwamen er landelijke steunpunten voor 'Vrouw en Werk', en voor 'Vrouwen, Bouwen en Wonen'. In 1983 volgde VIA, Steunpunt voor Vrouwenhulpverlening.
Deze ontwikkeling bracht vele feministen een baan, maar onttrok hen ook aan het plaatselijke werk.
Twee inspiratiebronnen verdienen hier een aparte aantekening:
- De volkshogescholen en vormingsinternaten, waar het kader van de vrouwenbeweging elkaar regelmatig ontmoette en zich bijschoolde. Hier vond ook veel persoonlijke groei plaats; kreeg men inzicht in hoe maatschappelijke onderdrukking zich internaliseert en werden wegen geboden om zich daarvan te bevrijden.
- Het andere voedende segment werd geboden in de agogische opleidingen aan de universiteiten en hogescholen, waaraan feministen op grote schaal deelnamen. De zogenaamde vrouwenleerroutes gaven veel inzicht in het vrouwenbewustzijn.
Bemoeienis met het beleid
Bemoeienis van de vrouwenbeweging met het stedelijk en het gemeentelijk beleid was direct nodig: er moest geld komen voor kinderopvang en peuterspeelzalen, Blijf-van-mijn-Lijfhuizen, vrouwenhuizen. Het kostte veel kruim, alles was nieuw.

Dit proces werd per stad doorlopen. Er was geen landelijk beleid en de verschillen per stad waren groot. In Eindhoven (Vrouwenkruidt, Kassandra, Vrouwenhuis) en Breda (Vrouwenhuizen en activiteiten) was er een redelijke verstandhouding met de gemeente en vond ook financiering plaats. In Den Bosch daarentegen verliep alles bijzonder moeizaam. De meeste financiering (Brood en Rozen, Balsemien, Vrouwenproject-Oost) kwam daar van de landelijke overheid, of de activiteiten vonden plaats in kraakpanden (Vrouwenhuis, VrouwenOpvang).
In de kleinere plaatsen werd vaak samengewerkt aan het tot stand brengen van gemeentelijke emancipatienota’s, waarin gemeentebeleid werd vastgesteld, gericht op de verbetering van de positie en kansen van vrouwen. Hierin waren met name de Rooie Vrouwen actief.

Vanaf 1980 werd ondersteuning verleend door het provinciale emancipatiebureau, van bovenaf gedropt door de landelijke overheid. In Brabant op drie locaties: Den Bosch, Breda en Helmond / Gemert. Van daaruit werden geen publieke acties ondernomen.
Een kleine revolutie
Politiek en actie werden zo steeds meer bedreven buiten beeld van de media, die ook niet erg geïnteresseerd meer waren. Als een gevolg werden de activiteiten van de vrouwenbeweging voor het grote publiek minder zichtbaar en zo valt ook de relatief slechte bekendheid van deze activiteiten in de periode na 1975 te verklaren.
Maar ondertussen vond een kleine revolutie plaats, waarvan vrouwen nu nog steeds de vruchten plukken en meestal zonder dat zij zich daar bewust van zijn. Wel worden vandaag de dag belangrijke thema’s van de vrouwenbeweging van toen, zoals lijf en seksueel geweld (#metoo), opnieuw opgepakt.
Tekst: Anita Koster en Nel Willekens