Ter bevordering van de emancipatie van de rooms-katholieken in het openbare leven werden na de invoering van het rechtstreeks evenredig actief kiesrecht in 1917 door heel Nederland katholieke middelbare scholen opgericht.
De Roomse Handelsdagschool 1917
Dat kiesrecht was tijdelijk voorbehouden aan mannen, maar het zou ook ingevoerd worden voor vrouwen, als er eindelijk een volledig confessioneel kabinet opgericht zou zijn. Dat werd het eerste kabinet Ruys de Beerenbrouck. Dat voorzag in 1922 in die toekenning van dat actief kiesrecht voor meerderjarige vrouwen.
Er moesten nog wat uitvoeringsarrangementen getroffen worden, zoals de aanpassing van de wetgeving omtrent de oprichting, het onderhoud, de inrichting en het subsidiëren van middelbare scholen waar vrouwen – meisjes – onderricht zouden krijgen over de staatshuishouding van Nederland en de constitutionele organisatie ervan. Een katholieke vereniging – Ons Middelbaar Onderwijs (OMO) – zou daarvoor zorg dragen. De gedachte was dat meisjes moesten weten wat een Grondwet was, wat een kabinet deed, wat het verschil was tussen Eerste en Tweede Kamer, wat de verbindende werking was van een wet afgestemd met de volksvertegenwoordiging enzovoort. In 1917 werd alvast een driejarige handelsdagschool opgericht voor jongens, opdat deze volwaardig zouden kunnen deelnemen aan het algemeen koophandelsverkeer als klerk, commissionair, procuratiehouder, assuradeur en zo.

Een didactisch kasteel aan de Elzentlaan
Het OMO richtte zich vooral op Tilburg en Eindhoven. Dat waren na 1918 expanderende industriesteden en vooral katholiek naar populatie. In het zog daarvan konden middelbare meisjesscholen mooi meesurfen, mits daarbij ook aandacht werd gegund aan huishouding, algemene ontwikkeling, taalbeheersing, waaronder het toen zo gangbare Frans van de betere kringen, kunstgeschiedenis en etiquette. Dat werden de Bijzondere Middelbare Meisjesscholen (MMS). Het OMO besloot beide middelbare onderwijsvarianten in één gebouw te stoppen, met in de centraalbouw de praktische vakken waarvoor ondersteunend lesmateriaal noodzakelijk was. Aardrijkskunde, biologie, scheikunde, natuurkunde, die alle ondersteuning nodig hadden van enorme kaarten, globes, gascomforen, opgezette dieren en skeletten en dat soort gerief.
Er kwam een imponerend kasteel aan de Elzentlaan tot dat doel, met een vleugel voor jongens en een voor meisjes, die tezamen gebruik zouden maken van deze centraalbouw met gymnastieklokaliteiten. In dat laatste zat juist de kneep. Coëducatie van de tegengestelde seksen was in die jaren heikel, zeker bij confessionelen. De seksen moesten gescheiden blijven en zeker bij lichamelijke oefeningen waarvoor een zekere ontkleding onontbeerlijk scheen. Er kwam dus een enorme scheidsmuur tussen die vleugels, afgezet met glasscherven en prikkeldraad en doffe vensterglazen. Een grensfortificatie zoals de Oder-Neissescheiding op het hoogtij van de Koude Oorlog, met zoeklicht, maar zónder mitrailleurs en mijnen.
Joristen en Catharinettes
Hetgeen datgene wat vermoedelijk op straffe van den koorde onzichtbaar moest blijven alleen maar spannender en dus aantrekkelijker maakte. Zo was het nog steeds in de aanvang van de zestiger jaren van de vorige eeuw. Het zinderde door de galmende gangen. Zo leerde ik deze instelling ook kennen. Ook al werd het coëducatieverbod toen al gerelativeerd. Tot de rector en zijn directiestaf was dat nog niet echt doorgedrongen, laat staan intellectueel ingedaald. Maar dat zou in de komende sixties wel duchtig afgedwongen worden. Links van de centraalbouw zaten de jongens; dat heette Sint Joriscollege. Rechts de meiden onder patronage van Sint Catharina. Die martelares van Alexandrië, weet u wel? De Catharinettes. Alleen die náám al veroorzaakte klamme visioenen, gis ik achteraf. De Catharinettes zongen in hun schoollied dat ze “gewillig” wilden zijn. De vrome compositoren hadden ermee bedoeld dat de meisjes zich zouden onderschikken aan de man, hoofd der echtvereniging, zoals God het huwelijk bedoeld had. Maar daar maakten de Joristen iets héél anders van. Daar kwam zelfs ik op de duur wel achter.


