De opvolger van Pius XII bleek de aimabele tussenpaus Johannes XXIII Roncalli te zijn. En deze Paus Jan vond in het algemeen dat de katholieke kerk zich te defensief opstelde in wereldse aangelegenheden en zich te veel op de liturgische ritualistiek concentreerde. Hij vond dat de kerkelijke organisatie bij de tijd gebracht moest worden, maar hoe, dat wist hij zelf ook niet meteen.
Dat lag in de Maria Regina-parochie anders. Daar waren bevlogen gelovigen die wisten welke kant het allemaal precies op moest, óók en vooral met Maria. Dat was namelijk een echte geëmancipeerde Joodse vrouw geweest die eigenlijk van wanten had geweten.

Eigenlijk, want ze had haar eigen Zoon toch bij tijd en wijle ook flink op zijn flikker gegeven toen hij zomaar van het avondeten was weggebleven en in de Tempel pedante praat had verkocht aan wetsgeleerden. Er waren in de parochie vrouwen die VOS-cursussen hadden gelopen. VOS: Vrouwen Oriënteren zich op de Samenleving. Dat was nog eens wat anders dan het ordinaire zelatricenwerk van “De Zonnebloem”, de katholieke organisaties voor bedlegerige patiënten. In de sporthal bij de kerk werden deze cursussen gegeven. Dat werd mede gesubsidieerd door het departement van Cultuur, Recreatie en Maatschappelijk werk onder de onsterfelijke Marga Klompé die vond dat de vrouw ook binnenkerkelijk letterlijk haar mannetje moest kunnen staan. Dat kon Marga zelf óók, terwijl ze rookte als een ketter en Luns, de minister van Buitenlandse Zaken, alle hoeken van de Tweede Kamer liet zien. Deze cursussen gaven vrouwen een nieuwe kijk op de nieuwe maatschappijkritische religie en hun positie daarbinnen.

Inmiddels had Paus Jan ook een Tweede Vaticaans Concilie bijeengeroepen waarin de liturgie een nieuwe uiterlijke verschijningsvorm moest worden gegeven, liefst in de gangbare volkstaal. De priester diende niet langer meer beschouwd te worden als de enige liturgant. Neen: ook het Volk was participant en moest zijn geluid doen horen. Dus, zo stelde men in “De Lievendaal” vast, natuurlijk ook de vrouwen. Uit dat Volk dan, dat onderweg was naar weidse verten. Dat Volk moest ook liturgisch assertief worden en dat kon nu mooi in die Maria Reginakerk waar ook daartoe voldoende contactpunten waren voor de daarbij te bezigen microfoons.
Zodat deze vrouwen konden belijden dat ook zij vaardig konden zijn in iedere sacramentele bediening, zoals ze ook best competent waren tot het vervullen van leidinggevende functies op ieder maatschappelijk vlak. Daartoe moest natuurlijk wel het kerkelijk meubilair gedeeltelijk vervangen worden en herplaatst. Het hoogaltaar was nu te zeer op een verhoog muurwaarts geplaatst, zodat de priester mis kon lezen met de rug naar het Volk toe. Dat moest juist anders om: het Volk moest precies kunnen zien wat de priester deed. Er kwam nu een gebedstafel en een plaats voor een fonteintje waarmede het levenwekkend water van het Christelijk geloof zo nu en dan tot klateren kon worden gebracht. Aanvankelijk via een tuinslang, inderhaast uitgerold en met zwaar linnen plakband vastgetaped, maar later aard- en nagelvast uitgevoerd zodat er niet over gestruikeld werd tijdens de overtocht naar de kleuternevendienst in een belendende ruimte uitgevoerd.
En de communie, die moest men elkaar handmatig aanreiken, want het gold hier een broodoffer ter onderlinge solidariteit met de verdrukte massa’s. De VOS-vrouwen konden dat ter dege toelichten en ook hoe de mannen stiekem de ambtsbedieningen van geestelijken misbruikten ter onderdrukking van vrouwen. Onder de schutse van Maria en Martha.
Daarop studeerden de jongeren uit de parochie de bijbehorende opruiende teksten in. Vaak in zelfgemaakt Engels naar Bob Dylan. Of met de toch wel vakbonds-achtige liederen van Huib Oosterhuis die God terzake van Zijn imperfecte schepping héél wat te verwijten had. “Waar blijft U met uw donderen, met uw Almachtige Wil? Uw bliksem en uw donderen, waarom blijven ze stil?” Daar had God niet van terug. Maria Regina kon alleen maar verwijtend glimlachend toezien toen daar een apart punt van werd gemaakt met Pinksteren. Met een hitsig beukend combo waarin vooral de slagwerker excelleerde in soloroffels waar iedereen van opkeek. Gerard Bruggink heette deze kunstenaar, maar soms kwamen ook echte gestudeerde kunstartisten opdraven om evangelieteksten te verscheuren, begeleid door handgeklap van het gelovig Godsvolk. Want ook Brabo’s lieten niet langer meer met zich de kachel aanmaken, dat moesten de autoriteiten goed weten. En zo kreeg deze fraaie ruimte vol gele lichtinvallen een geheel nieuwe dimensie waaraan pastoor de Beer maar niet kon wennen. De nieuwe tijd, hè? Niet voor iedereen weggelegd. Dat bleek later ook wel.


