In 1955 werkte ik bij de Stoomvaart Maatschappij Nederland als jonge kok op het emigrantenschip
SS Zuiderkruis. Mijn oudere broer Jan, schoonzus en mijn kleine neefje Henkie gingen in die tijd ook emigreren met dit schip, hun twee broers achterna.

19 April is het zover; ik ben bemanningslid en zij passagiers. Mijn vader, moeder, familie en vrienden zwaaien ons uit in Amsterdam. Wat hebben ze het moeilijk, daar aan de Javakade.
De meeste Brabanders die vertrekken zijn nog nooit over de landsgrens geweest. Lange linten verbinden ons nog lang met elkaar. De zakdoeken hebben twee functies: zwaaien en snotteren.

De sleepboten worden vastgemaakt, langzaam komt het schip los van de kade. Als ik even later door de patrijspoort kijk zie ik de Coenhaven en daarna Petroleumhaven voorbijglijden. Als we de Hembrug passeren zijn we zo in IJmuiden. De sluis gaat open en de Noordzee ligt voor ons. De loods gaat buitengaats van boord en de reis kan beginnen. Als alles goed gaat ben ik in juli weer terug in Amsterdam.
Voor mij is het geen afscheid, maar voor mijn broer en schoonzus en kleine neefje wel. Als zo´n emigrantenboot vertrekt heerst er onder die mensen gejaagdheid. De een staat te huilen en de ander lacht breed de onzekere toekomst tegemoet. Veel Brabanders waren echter van mening dat de toekomstkansen in Nederland gering waren en kozen voor de onzekerheid voor een nieuw bestaan in Canada, de Verenigde Staten, Zuid-Afrika, Australie of Nieuw-Zeeland. De overheid stimuleerde de emigratie met subsidies. Honderden Brabantse emigranten steken de oceanen over met schepen als de SS Waterman, SS Groote Beer en de SS Zuiderkruis. Eind 1946 kocht de Nederlandse regering deze drie troepentransportschepen, ingerichte Victory’s van het snelle type. De SS Zuiderkruis pendelde daarvan jaren onvermoeibaar heen en weer met emigranten.

De Zuiderkruis was, net als de Groote Beer, toch wel een sober passagierschip voor het transport van 850 passagiers. Je kon er wel van alles kopen, want er was een winkel aan boord en een kapper. Je kon een beroep doen op medische hulp. Er was een grote keuken, restaurant, bioscoop en klein hospitaal.
Het wordt een reis van hard werken met een lange oversteek over de Atlantische Oceaan naar de eerste aanlegplaats, Willemstad op Curaçao.
In de avond ga ik wel eens op visite bij mijn broer. Maar ik heb mijn werk aan boord en ik moet me aan de regels houden.

