Direct naar de inhoud

Let op! Dit is de beta website van BHIC. Reacties die je hier achterlaat, gaan verloren na officiële livegang.

Terug naar overzichtOverzicht
Geld stinkt niet

Geld stinkt niet

Wim van de Kerkhof

13 oktober 2025

Bijgewerkt op 13 oktober 2025

De rooms-katholieke kerk en geld, dat is al eeuwenlang een uiterst delicate kwestie. Het begint al in het jaar 33, als Judas Iskariot in Jeruzalem zijn dertig zilverlingen de tempel in smijt. Hij int de aalmoezen en giften die aan Jezus worden gegeven. Daarvan koopt hij het eten en drinken voor Jezus en zijn groep volgelingen. Hij denkt er goed aan te doen om de verblijfplaats van de gezochte Jezus te verraden. Dat levert immers de aanzienlijke som van dertig zilverlingen op. De noodlottige afloop kennen we allemaal.

St. Servatius, Westerhoven (foto: Wies van Leeuwen / collectie BHIC)

De kruisridders die het Heilige Land beschermen tegen de Saracen zijn de eerste bankiers van de wereld. Daarmee wordt deze orde schathemeltjerijk. Op 13 oktober 1307 worden deze ridders op verzoek van de paus Clemens V door de Franse koning Filips IV vermoord. De enorme rijkdom van deze ridders wordt verdeeld tussen de Paus en de Franse koning. Daarmee zijn hun problemen - een lege schatkist - meteen opgelost.

Op 31 oktober 1517 spijkert Maarten Luther zijn 95 stellingen op de kerkdeur in Wittenberg en wordt daarvoor uit de katholieke kerk gesmeten. Zijn grootste bezwaar is de "handel" van de katholieke kerk in aflaten. De zonden van alle zondaars worden vergeven, als men aan de kerk een enorm bedrag betaalt. Je ziel werd daardoor "gereinigd" en men kan ongehinderd weer doorgaan met het (zondige) leven.

Zelfs in de jaren tachtig van de vorige eeuw wordt de Vaticaanse bank Ambrosiana veroordeeld tot een boete van bijna anderhalf miljard gulden vanwege witwaspraktijken.

Gelukkig hebben in het kleine pittoreske Westerhoven dergelijke taferelen nooit afgespeeld. Maar dat neemt niet weg dat het voor het bestuur van de St. Servatiusparochie ook belangrijk is dat op tijd de kas gespekt wordt. 

Zowel het exterieur als het interieur van deze kleine parochiekerk is, sinds zijn bouw, nauwelijks veranderd. In het middenschip staan - links en rechts van het middenpad- rechte houten zit-/knielbanken. Daar tussenin staan kleine houten knielbankjes. Die zijn bestemd voor de jonge kinderen. Met maximaal drie kun je daarop zitten. Die zijn weliswaar gratis, maar om daar een Hoogmis van een uur geknield op te zitten, is een ware marteling. Ze zijn zelfs de stuiver die je voor de collecte hebt meegekregen niet waard. De oudere kerkgangers herinneren zich dat maar al te goed. Dus zodra de mis begonnen is en er een plaatsje vrij is in een van de banken, wenken zij je om daar te komen zitten. Gelukkig maar en de zitplaats is toch al betaald.

In de zijbeuken staan dezelfde banken, maar uiteraard een stukje kleiner van model. Zowel bij het Maria-altaar als bij het St.-Jozefaltaar staan houten bidstoelen.

Ten tijde van het pastoraat van de beminnelijke pastoor Franciscus van der Eerden (9-3-1874/12-9-1956) worden de zitplaatsen van deze kerkbanken verpacht aan de hoogste bieder. Die verpachting vindt steeds plaats op de eerste zondag van het nieuwe jaar. De kerkmeesters Franske Kuijlaars (van de Molenvelden) en Frans van Valenberg (van Loveren) verzorgen de verpachting. De eerste twee banken aan de epistelkant zijn gereserveerd voor de burgemeester en de huisarts en hun vrouwen. Ook de kerkmeesters (collectanten) hebben daar hun vaste plek. De verpachting gebeurt bij opbod. De rijke boeren bieden fors tegen elkaar op. Immers een plek vooraan in de kerk: dat geeft status. De pastoor is de lachende derde. De kas van de kerk wordt zodoende flink gespekt.

Mijn vader is een heel felle tegenstander van dit soort praktijken. 'Stelletje farizeeërs' foetert hij steeds. Uit protest pacht hij voor tien cent per jaar altijd een bidstoel bij het St.-Jozefaltaar.

Met de komst van pastoor P. Brands op 12 oktober 1956 verandert alles. Niet alleen wordt het complete interieur van de parochiekerk vernieuwd, ook de verpachting wordt afgeschaft.

Op initiatief van het Bossche Bisdom wordt er een gezinsbijdrage geïntroduceerd. Als norm hanteert men de regel dat 1% van het totale jaarinkomen van het gezin moet worden afgedragen. Mijn moeder vindt dat veel te gortig. Vijfentwintig gulden per maand vindt zij meer dan genoeg. Uiteraard komt de pastoor daarover zijn beklag doen. Mijn moeder is onverbiddelijk en zegt: 'U hoeft maar één gebouw te onderhouden, ik daarentegen elf kinderen die mij de oren van mijne kop vreten'.

Maar als je tegen de kerk of het gemeentehuis pist, wordt dat nooit meer droog. Dus pas op, ook de pastoor trekt altijd aan het langste eind.

En die gelegenheid komt veel sneller dan mijn moeder verwacht. Als mijn vader toch nog vrij onverwacht overlijdt, grijpt de pastoor uiteraard zijn kans. Alle broers en zussen zitten in de grote eetkeuken bijeen om te overleggen over de komende uitvaart en begrafenis. Wanneer de pastoor achterom binnenkomt, gunt hij niemand van ons een blik waardig. Hij gaat direct naar de woonkamer. 'Vierhonderdvijftig gulden! Vooraf betalen en anders is er geen uitvaartmis en begrafenis.' Schaakmat!

Mijn moeder gaat naar de Boerenleenbank en stort de vereiste som, maar wel op de rekening van de Servatiusparochie. Zo haalt zij - gevoelsmatig - toch nog enigszins haar gram. Een van mijn broers stapt naar de pastorie en laat het stortingsbewijs zien. De pastoor knikt wat nukkig en bromt iets onverstaanbaars. Moeder is geschokt over zoveel harteloosheid. In de jaren nadien bezoekt zij nog maar spaarzaam de parochiekerk.

Met in totaal zeventien kamers, is het ouderlijk huis uiteindelijk toch veel te groot voor mijn moeder. Zij verkoopt het huis en na vijftig jaar verlaat zij Westerhoven. Een paar decennia later overlijdt zij. Wij honoreren haar - nooit zo specifiek uitgesproken - wens om in Westerhoven begraven te worden.

Na de uitvaartmis begeleiden we haar naar de parochiebegraafplaats en leggen haar lichaam te rusten in het graf van ons vader. Maar ja, ook daarvoor moet betaald worden. We besluiten tot de beste optie voor de komende veertig jaar. Daarmee heeft de kerk haar geld en mijn ouders een "eeuwigdurende (graf)rust".

Dit verhaal verscheen eerder in dorpsblad de MikMak (opent in een nieuw tabblad) (3 september 2025).

Bekijk hier alle verhalen in de serie

Reacties

Reacties laden…

Gerelateerde verhalen

VerhaalDe Servatiuskerk in WesterhovenIn Westerhoven stond in de dertiende eeuw al een stenen kerk, maar deze is in de ‘protestantse’ tijd zo verwaarloosd dat de katholieken haar in 1798 niet meer in gebruik konden nemen. Zij bleven dus hun schuurkerk uit 1734 gebruiken.VerhaalMisdienaar (I)Mijn eerste Latijnse lessen? Wonderlijk genoeg komen die vanuit een hoek die je absoluut niet verwacht. De docente is "Anna van de Pastoor". Anna is een forse pronte vrouw met een streng gezicht. Tegenwoordig zouden we haar de titel van pastoraal medewerker meegeven, maar vroeger was dat gewoon "de pastoorsmeid".VerhaalMisdienaar (II)Het is op een donkere wintermorgen, als een kleine processie door de Dorpstraat loopt. Voorop de misdienaar met een lantaarn en een altaarbel. Daarachter de Pastoor met een donkere cape om en op zijn hoofd de bonnet. Deze typische pastoorshoed moet enigszins bescherming bieden tegen de winterkou.VerhaalDe HoogmisHet moet voor die tijd een enorm karwei zijn geweest. In 1886 is de bouw van de huidige Sint-Servatiuskerk in Westerhoven voltooid. De klokken en ook het uurwerk worden van de oude kerktoren overgebracht naar de nieuwe kerktoren.VerhaalPastoor P.L. BrandsHet tweede Vaticaanse concilie betekent het einde van het tijdperk van 'het Rijke Roomsche Leven'. Alle - veelal overtollige - pracht en praal wordt in het museum geparkeerd. In de liturgische vieringen wordt het Latijn vervangen door onze landstaal. In het pittoreske Westerhoven is inmiddels Pastoorke van der Eerden overleden. Als opvolger van deze aimabele man, wordt Petrus Laurentius Brands (20-09-1909/03-08-1986) benoemd.

Feedback geven

Wat vind je van deze pagina? We horen graag wat beter kan.

0 van 300 tekens gebruikt

Deel geen gevoelige gegevens, zoals je BSN, adres, telefoonnummer of medische informatie.

Geld stinkt niet | BHIC