Op BHIC gaf ik eerder een historiserend kijkje op de geschiedenis van het Sint Joriscollege te Eindhoven onder het bewind van Knuvelder, wegens diens oorlogsverleden geenszins onomstreden. Diens aftreden luidde een nieuwe aanpak in betreffende de opbouw van het katholieke middelbaar onderwijs onder Dr M.P.J. van den Hout, eerder docent klassieke talen en conrector aan het Hertog Jan-college te Valkenswaard. Hij moest de Mammoetwet in 1968 invoeren in deze Eindhovense scholengemeenschap ter spreiding van inkomen, kennis en macht. Maar deze vernieuwing impliceerde nog veel meer maatschappelijke veranderingen.
Het roomse van het katholicisme op de tocht
Het jaar 1968 bracht mondiaal revoltes te weeg in het schoolwezen dat mede van overheidswege voorzien was. Tenminste: in Het Westen. Wat er in Sovjet-Rusland op dat terrein gebeurde en in Het Verre Oosten, dat is nog steeds niet in kaart gebracht. Maar in de Angelsaksische landen en de Centraal-Europese werden steeds indringender vragen gesteld over de inrichting, doeleinden en hiërarchische structuur van de onderwijsinrichtingen, of ze nu door de staat onderhouden of gesubsidieerd werden of bekostigd werden door particulieren.
In Nederland, met zijn typische verzuilingen naar confessionaliteit of levensbeschouwing, werden dergelijke vragen óók gesteld, maar steeds vanuit een bepaald ideologisch perspectief over de zorgplichten van de staat met het onderwijs. Thorbecke had vanzelfsprekend gevonden dat deze gedefinieerd werden vanuit een christendom zonder leerstellige geloofsverdeeldheid. Daartegen waren de hervormden, gereformeerden en hervormden steeds te hoop gelopen.

Wikimedia Commons (opent in een nieuw tabblad). Publiek domein)
Het bijzonder onderwijs in de zuilenstructuur
Zij vonden dat de staat met hun duiding van de goddelijke openbaring en de daarop gestoelde heilsgeschiedenis niets te maken mocht hebben: in deze duiding zou het desbetreffende volksdeel zelf wel voorzien. In Brabant hield dat vooral in dat twee bisschoppen – die van Breda en Den Bosch – daarin een beslissende vinger in de pap zouden hebben, waarbij beiden andere eigensoortige nadrukken legde aangaande de lotsbestemming van de mens, zijn levensdoel, de vrijheid van de wil, de neiging tot misdoen tegen wet, moraal of fatsoen, het gebruik van grondrechten bij constitutie of grondwet geborgd en de vervulling van de plicht tot arbeid ter voorziening in eigen nooddruft.

1936 (collectie BHIC 1910-001016)
Hopmans deelde wat minder in de preoccupatie van Diepen betreffende het seksuele vraagstuk en wat meer in die betreffende de bestrijding van de klassenstrijd, terwijl Diepen bij voortduring sterk hechtte aan onvoorwaardelijke gezagshandhaving in gevallen waarin de eerste wat meer de vrije teugel liet. Beiden vonden dat het episcopaat de gelovigen bevelen hadden te geven in het bezigen van het actief en passief kiesrecht, maar de tweede deed dat openlijk en de eerste verheimelijkte de druk die zijn curie in dit opzicht placht uit te oefenen.
De gezagshandhaving via Rome
Knuvelder, steeds geneigd tot rigoureus autoritarisme was daarom een man naar het hart van Diepen, die beslist wel wat voelde voor de staatshuishoudkunde die Mussolini voerde nadat hij met de Paus een Concordaat had kunnen sluiten. En Knuvelder blééf die houding koesteren, ook in bevrijd Nederland. Hij bleef star op zijn strepen staan. Hij sloot zijn school geheel af voor de merkwaardige ontwikkelingen die zich in de zestiger jaren gingen voordoen: de tweede feministische revolte, de seksualisering van de samenleving.
Maar ook de intens voelbare secularisatie-driften en de daarmee gepaard gaande ontzuiling, de ontvoogding van christelijke openbaringsmythen. Dat hield in dat al deze verschijnselen zich als een doorbrekend cataract manifesteerden nadat Knuuf, zoals de rector/directeur ook meer gemeenzaam genoemd werd, zijn biezen had gepakt. Maar deze tendenties waren toch werkzaam. Maar dan ondershuids, smeulend als de ondergrondse sintels bij een nog niet echt uitgedoofde veenbrand.
Het gaf ook binnen het lerarenkorps flinke spanningen, mede, omdat interconfessioneel overleg met andere bijzondere instellingen van middelbaar onderwijs deed uitkomen dat andere directeurs en rectoren wat soepeler waren, meer op de hoogte van de verdiensten van het atoomtijdperk, dat niet alleen in rotanstoeltjes met vlechtwerk tot uitdrukking kwam in de huiskamer.
Het nieuwe regime teugelloos
Er klonk dan ook een zucht van opluchting aan de Elzentlaan toen Knuvelder wederstrevend op de pensioengerechtigde leeftijd op 13 juni 1967 afscheid nam. Van den Hout was een man van de wereld, en tot op zekere hoogte een man of all seasons gelijk Thomas More (opent in een nieuw tabblad). Maar gelijk deze zou hij niet ongeschonden het krijt kunnen verlaten. Want het nieuwe onderwijsstelsel trok beslist ook ander publiek.
Vooral de reeds genoemde HAVO (Hoger Algemeen Voortgezet Onderwijs) werd ingezet ter verheffing van de sociale klassen die tevoren waren bestemd voor wat destijds ronduit ambachtsonderwijs werd genoemd. Het op een na hoogste niveau binnen het voortgezet onderwijs in het Koninkrijk der Nederlanden en Suriname. De HAVO gold in principe niet als eindonderwijs – het is algemeen vormend (theoretisch) en geen beroepsopleiding (Bildung versus Ausbildung). Het havodiploma is een startkwalificatie. Je kon er op zichzelf niet echt veel mee. Er moest een hoger beroepsonderwijs op volgen.
Van alle scholieren in het voortgezet onderwijs in Nederland gaat ongeveer twintig procent naar het hoger algemeen voortgezet onderwijs. Het scheen te excelleren in wat vage vakken, zoals maatschappijleer, beginselen van de economie, organisatiekunde en gezondheidsleer. Godsdienst werd een niet erg belangrijk bijvak. De leerling werd geacht zelf vakkencombinaties te kiezen, al naar gelang zijn scoringsdriften in de beoogde maatschappelijke competitie.
De vooronderstelde zelfbestemming
Maar daar waren de pubers uit deze doelgroep niet echt op voorbereid en hun ouders al helemaal niet. Vooral niet, omdat ze echt geen idee hadden wat nu precies staatsleer en staatshuishoudkunde was of communicatiekunde. De pubers die de hormonen door het lijf voelden gieren – en daarvan hadden tot ontsteltenis van de mannelijke docenten jongens én meisjes last van – hadden veeleer belangstelling voor (meestal) de oppositionele sekse.
En, naar bleek op de schuchtere schoolbals, niet alleen in afstandelijk verkennende zin. In 1966 was het nog niet zover dat alles maar moest kunnen. Maar al in 1968 kreeg het daarvan toch wel veel weg. De mode was daarbij stellig niet de wegbereider, maar wel de facilitator, want de strakke broeken en vooral de steeds provokanter minirokjes lieten weinig te raden over al bleef veel resteren dat tot de barre verbeelding sprak.
En de pretpakketten bij de havoklanten bleken bij de wisseluren op de roosters ruimte te laten om deze verbeelding te laten spreken, zonder dat de deelnemers aan dat gesprek ter dege seksueel voorgelicht bleken, vooral op het gebied van de contraceptieve middelen. Het was een aangelegenheid die te Parijs aanleiding gaf tot de contestaties aan de universiteit van Nanterre in het voorjaar van 1968. Die werden bekend als de Revolte aan de Sorbonne, met heuse bezettingen en weerspannigheid tegen de grimmige oproerpolitie. Aan ’t Joris ging men dat nu nadoen. Aan die deftige Elzentlaan. Het leek net echt. Maar het was het net allemaal niet. Zó drastisch was de onderdrukking van de onderklassen immers niet geweest. En een proletariaat was op deze school even niet voorhanden. Alleen maar een imitatie ervan.

Rooie Dannie
Er was in Nanterre een wat gezette student met piekerig rood haar die de Franse minister van Onderwijs erop aansprak dat euvel was dat de universiteit wel sportlokalen kende maar geen ruimtes om de seksuele vereniging te bedrijven. Terwijl dat toch een eerste levensbehoefte was van de gemiddelde student. Aldus deze vrijpostige roodharige met veel aangezichtspuistjes.
De minister, niet anders gewend dan met “excellentie” aangesproken te worden had er niet van terug. Zijn gesprekspartner glimlachte charmant, stak een sigaretje op, de excellentie om vuur vragend. Dat werd wereldwijd uitgezonden. De rooie werd nu bekend als Dany le Rouge, ook wel Cohn-Bendit (opent in een nieuw tabblad) genaamd. Hij werd om redenen die hem zelf ook niet duidelijk waren geassocieerd met Che Guevara en dus geafficheerd door het verstarde gezag als gevaarlijk revolutionair.
Dat werd wereldwijd uitgezonden op de journaals van de staatstelevisies. Zo kwam deze volksleider zijns ondanks ineens ook terecht op het prikbord van Het Joris bij de twee ingangen op de cour. Waar de pisbaas die de toiletten geacht werd schoon te houden sjaggerijnig post placht te vatten. Deze beambte kreeg nu een orde-handhavingstaak. Want ook aan Den Elzent dreigden, dachten de leraren, bezettingen. Vooral nadat de Franse President De Gaulle de Parijse oproerpolitie op de studentjes had afgezonden. Dát was ook iets voor Eindhoven, dachten de HBS-ers.
Het bleek waarachtig ineens dat veel havoklanten persoonlijk bevriend waren met Rooie Dannie. Ze waren ook bij de revolutie betrokken. De rooie internationale, weet u wel? Maar dan met een dure Puch – de bromfiets van die jaren voor de welgestelde jongenspuber, onder je kont. En sjans had je daar, met deze connectie, altijd mee. Met meiden die wel tegemoet wilden komen aan de behoeften van de jongens die in dat idee van vrijlokalen wel veel zagen.
De Eindhovense receptie van Dannies inzichten
De gevolgen bleven dan ook niet uit en wel op een schaal waarin de Mammoetwet niet voorzien had. Het was een van de karweien waarmee de nieuwe rector had te klaren. Of hij zich daarvan kundig kweet weet ik niet. Rooie Danny was wel populair. Deze held moest nagevolgd worden op deze handelsdagschool. Zulks gaf uitzicht op erotisch divertissement in vele standen in het fietsenhok of in de weelderige begroeiingen van de Dommelvallei, belendend aan de voormalige Catharinavleugel. Maar deze activiteit was moeilijk plaatsbaar in het beoogde lesprogramma. Zeker niet op dat van het gymnasium dat nog een aantal jaren op de oude leest werd gedreven, omdat er na 1968 veel zittenblijvers bleken.

(particuliere collectie)
Of er oorzakelijkheid bestond tussen de revolte-stemming en deze breuken in het didactisch curriculum waag ik niet te beoordelen. Erg mooie meiden liepen er niet rond op dat gymnasium. De gymnasiasten telden slechts duchtig met groene zeep gewassen trutten. Dat konden wij, moeizaam Tacitus vertalend, wel zien als de HAVO uitging om twee uur. Terwijl wij nog tot drie uur moesten piekeren over Tacitus zijn merkwaardig gebruik van de ablativus absolutus. Dannie bracht veel te weeg. Maar niet op dit gym onder de hoede van Sint-Joris, die ineens bleek ook nooit bestaan te hebben. Dat gaf het geestelijk gezag, hoezeer getoogd, ineens toe. Wel werd nu in plaats daarvan gehandeld in heroïne en LSD op de openbare wegen waar de leerlingen van beiderlei kunne bleven samenscholen ter wederzijdse uittarting.
We waren erg van gisteren
Maar dat kon geen kwaad, aldus onze zeer modernistische leraar Latijn. Integendeel. Het was zelfs gezond. Ik dacht destijds al dat Knuvelder dat echt helemaal niet goed zou hebben gevonden. De moderator die godsdienst gaf evenmin, maar die had zondermeer afgedaan: priesters waren gek en dienden in bewaring te worden genomen. Dat gebeurde niet. Ze drosten. Bij bosjes.
Het was wel een nieuwe toepassing van de Bergrede waarin Christus zich van ontferming bewogen had getoond wegens het getal der menigte. Dat had hij dan met die Dannie gemeen, zo giste ik. Die kwam ook steeds meer met menigten aanzetten, net als in Duitsland de militante Rudi Dutschke (opent in een nieuw tabblad). Of rector Van den Hout hieraan sturing heeft gegeven blijft een open vraag. De veronderstelling bleek steeds gewettigd dat hij zich liet meedrijven op de stroom der tijden.
Hij vond het best dat tijdens de schoolmis Beatlemuziek te gehore werd gebracht. Het traagzame “Yesterday”, bijvoorbeeld. Toen al onze trubbels nog vér weg waren. Wij waren, hier aan Den Elzent, niet van gisteren. Dat voelden we ergens. Maar wáár, dat wisten we niet.


