Naar de oorzaak van de ramp ten Hamont blijft het gissen. Lichtkogels die verkeerd zijn neergekomen? Onvoorzichtige plunderaars? Sabotage? De Duitse geweren die werden verbrand? Of was het toch een kwajongensstreek met vuur, zoals de New York Times vermeldt?
Ramptoeristen uit Holland schuldig
Maar hoe kwamen die wagons in Hamont terecht? Na de wapenstilstand kozen tal van Duitse legereenheden de kortste weg naar de 'Heimat' en daarvoor gebruikten zij de dubbele spoorlijn Antwerpen-Mönchengladbach. Deze spoorlijn werd op 2 juni 1879 geopend voor het goederenvervoer en op 30 juni van hetzelfde jaar opengesteld voor het reizigersverkeer. Voor Hamont was dit van uitzonderlijk belang. Het station was duidelijk een eindpunt voor het binnenland en een zeer drukke en bedrijvige doorreisplaats voor Nederland en Duitsland.
De rangeerplaats telde 54 sporen en er reden gemiddeld 60 treinen per dag. Het ligt dus voor de hand dat de Duitsers bij hun aftocht gebruikmaakten van deze belangrijke spoorlijn. Doch, aan de Nederlandse grens werd het een verwijtbaar oponthoud. Er moest immers aan het neutrale Nederland toelating gevraagd worden om met die militaire konvooien via Weert en Roermond naar de Duitse grens te trekken. Daarbij kwam nog dat de Nederlandse locomotieven geleidelijk de treinen overnamen en zorgden voor het verdere transport over Nederlands grondgebied.
Talrijke treinen reden het Hamonter station binnen. Spoedig raakten alle sporen geheel vol en nog steeds kwamen nieuwe treinen aan, zodat er tot Neerpelt toe een opstopping ontstond en uiteindelijk zelfs tot Mol. Er waren wagons geladen met voedingswaren, jenever in vaatjes, jenever in flessen, wagons met gereedschap, kledingstukken, schoeisel, glaswerk, porselein, juwelen, schilderijen, allemaal oorlogsbuit, ook wagons met oorlogsmaterieel, munitie en dynamiet. Tussen al die chaos stond er die 18 november ook een Rode Kruistrein met zieke en gekwetste militairen - sommige bronnen zeggen twee treinen. De grens werd alleen nog maar bewaakt aan de Nederlandse zijde. De elektrische draadversperring was overal al doorgeknipt en de Hamontenaren gingen reeds eetwaren kopen in Budel.

Nederlandse plunderaars
De Nederlanders kwamen van hun kant in Hamont een kijkje nemen naar die formidabele treinopstopping. In de chaos zagen sommigen hun kans schoon. Ze gingen plunderen en doorzochten de wagens met open kaarsvuur in lantaarns. Dat moest fout gaan en dat ging dus ook fout. Er kwam brand van en die plantte zich voort. Op 18 november rond elf uur 's avonds hoorde men meerdere knallen gevolgd door een enorme slag. Hamont schudde op zijn grondvesten. Het was alsof de Aarde beefde. Tot in een straal van 15 kilometer was iedereen opgeschrikt en vlogen de ruiten stuk. In de verte tekende zich een rode gloed boven Hamont af.
De rapporten krijgen nu delirische diepgang. De wielen en het ijzer van de uiteengereten wagons werden in het rond geslingerd. De luchtverplaatsing verbrijzelde de ruiten en rukte de deuren uit. Niet alleen het station, doch ook vele omliggende huizen voornamelijk uit de Achterhoek, Bosstraat, Molenstraat en zelfs de Winter werden erg toegetakeld. Een inwoner van de Achterhoek vond 's anderendaags een treinwiel tussen zijn preiplanten. Van de mooie St.-Laurentiuskerk lagen veel leien van het dak en er werd 230 vierkante meter glas-in-lood vernield. Er zat geen stukje glas meer in de ramen. Men heeft later aan de kerk ruim anderhalf jaar gewerkt om alles weer in orde te krijgen. De schade aan het Ursulinenklooster bedroeg toen meer dan 20.000 fr.
Talrijke Duitsers, men zal wellicht nooit weten hoeveel, werden op slag gedood. Onder de inwoners van Hamont waren er gelukkig geen dodelijke slachtoffers, maar men telde wel enkele ernstig gewonden, onder wie Adriaan Beliën, die een oog verloor. Vele Hamontenaren sloegen op de vlucht naar St.-Huibrechts-Lille, naar Kaulille en naar het klooster der zusters Ursulinen. Tegen de morgen van 19 november was er, zoals gezegd, een nieuwe bedreiging. De brand na de ontploffing nam uitbreiding tot aan de wagons geladen met stikstofbommen. In de kelders van het Ursulinenklooster baden de zusters, mannen, vrouwen en kinderen om het luidst. Ten slotte kwam het goede nieuws dat de bedreigde wagons waren afgehaakt en weggesleept.
De gewonden en de doden: de verschillende casus
Kort na de ontploffing doen de gruwelijkste verhalen de ronde. Ooggetuigen vertelden dat Duitse soldaten op hun rug of op hun knieën lagen te kermen, anderen renden weg als waanzinnigen. De zieken en gewonden uit de Rode Kruistrein kropen door de glasscherven om aan die hel te ontsnappen. Men zegt zelfs dat sommige Duitsers, die dadelijk na de ramp de Hamontenaren aanklampten om hulp, als levende toortsen waren. Een soldaat die hulp kwam vragen in een huis vlak bij de windmolen ondersteunde zijn uitpuilende ingewanden met de handen. Er zouden ook twee Rode Kruiswagons met tientallen gekwetsten uitgebrand zijn. Toen het licht begon te worden, zagen de mensen van Hamont boer Beliën met paard en hooikar door de Stationsstraat rijden. Een Duits officier vergezelde hem met de revolver in de hand.

Lugubere vervoersstoeten gedurende de voor de nachtrust bestemde tijd
's Nachts had de boer de lijken moeten ophalen om ze naar het gemeentekerkhof te vervoeren. De verslagen worden nu heel concreet. Grafmaker, Jan Mulkens, begroef er daar een veertigtal in een massagraf. In de voormiddag van 19 november werd een deel van een trein, volgepropt met verminkte en kreupele soldaten, door de Nederlandse wachtposten doorgelaten met bestemming ziekenhuis Weert en Budel-fabriek. De overigen werden op karren naar de schoollokalen vervoerd en bij gebrek aan bedden op uitgespreid stro neergelegd. Anderen werden in het klooster der Ursulinen binnengebracht waar ze met de beste zorgen werden behandeld. Nederlandse soldaten, te Budel gelegerd, kwamen eveneens ter hulp. Op het plein vóór het gemeentehuis van Budel stonden ambulances van het Rode Kruis, paardenkoortsen en zelfs een diligence.
Wrakken van mensen werden op draagberries eruit weggedragen naar de toneelzaal. De gewonde soldaten, die nog op hun benen konden staan, mochten voorlopig de toneelzaal niet binnen. Uit naburige huizen bracht men stoelen aan om de sukkelaars even te laten rusten. De marechaussee zorgde ervoor dat in een herberg op het plein warme koffie en thee werden gezet. De Hamontenaren vonden geen doden meer op de plaats van de ontploffing.
De Duitsers probeerden alles zo vlug mogelijk uit België te krijgen. Op het rangeerterrein lagen lichaamsdelen, stukken rails en zware granaathulzen. De ontploffing had bij de remise, driehonderd meter ten westen van het stationsgebouw, twee enorme gaten in de grond geslagen "waarin een huis kon worden gebouwd". De ramp had tot gevolg dat de Duitsers in een mum van tijd Hamont verlieten. Nochtans bleven vele wagons in het station staan. Men kon niet beletten dat sommige inwoners deze wagons plunderden zodat de oprichting van een hulppolitiekorps, burgerwacht genaamd, noodzakelijk was. Allemaal verslagen, bestemd voor de Parijse vredesbesprekingen, waarbij ook Nederland verantwoording moest afleggen. Zo waren ze geredigeerd, maar dat viel te Parijs ook te veel op.
