Zoals gezegd, begint België zich vanaf augustus 1918 flink te roeren tegen zijn noorderbuur, die volgens Brussel en Le Hâvre zijn neutraliteitspositie eigenlijk de hele oorlog door al heeft misbruikt.
De Belgische hetze tegen Nederland
Het zal daarvoor gelag moeten betalen en wel door naastingen van grondgebied te gedogen, waterwegen en spoorlijnen aan te leggen die Antwerpen, Gent en Brugge toegang verschaffen tot de begeerde Rijnvaartprivileges die zo ook voor de Belgen het handelsdebiet van Centraal-Europa openen zonder douaneformaliteiten of visitaties. Brussel eist voorlopig Nederlands-Limburg, geheel Zeeuws-Vlaanderen en stukken Noord-Brabant op. Bovendien legt het omvangrijke dossiers aan die moeten staven hoezeer België hier gegronde verwijten maakt, die ook tot schadeloosstellingen dienen te leiden.

De zaak wordt scherp opgespeeld vanuit Brussel. Dat eist annexaties zonder referenda van de bevolkingen die in die gebieden wonen. Dat valt slecht bij de Amerikaanse president Woodrow Wilson, want die gaat uit van het dwingende principe van zelfbestemming naar nationaliteit. Dat ziet de Belgische minister van Buitenlandse Zaken Paul Hymans niet in. Brussel blijft drammen en jaagt te Parijs bijna iedereen op stang. Nederland komt met de schrik vrij. Zie hoofdstuk V.4 Waarop baseerde België zijn aanspraken ten laste van Nederland? en vooral V.4.1. Het Belgische beroep op de Vrede van Venlo van 1543 in Neutraal Nederland. Vol vervoerdheid heeft Hymans daarover gesproken in een oververhitte zaal waarin iedereen in slaap viel na de lunch. Zo kwam Nederland met de schrik vrij. Soms zit het mee.
De lijst van Belgische beschuldigingen oeverloos
In oktober, wanneer het Duitse veldleger oostwaarts in trage beweging komt, noteert Brussel in de persoon van Hymans nauwkeurig wat Nederland nog te verwijten valt in de nadagen van deze oorlog die Duitsland in ieder geval niet meer winnen kan. Dat neemt toe, wanneer het Duitse veldleger inderdaad na de 11e november conform de aanwijzingen van Foch en masse de tocht naar de Rijn aanvaardt en daarbij van Nederland toestemming krijgt om daarbij Nederlands Limburg te doorkruisen en gebruik te maken van bepaalde spoorverbindingen.
Er is overleg over gepleegd met Parijs dat daarin toestemde, omdat het ook niet in het belang van België kon blijken dat de gistende regimenten langer blijven verwijlen op diens grondgebied. Zolang dat veldleger maar niet demobiliseert, zodat ordeloze bewapende benden resteren. Aanvankelijk stemt de Belgische regering daarmee in. Maar daarop komt ze in de tweede helft van november 1918 terug. Ze verwijt nu Den Haag dat deze doortochten neutraliteitsschendingen opleveren, ook die per spoor, zelfs als het Nederlands spoor betreft dat aansluit op een doorgaande verbinding naar Duitsland. In dat licht gaat Brussel ook de ramp te Hamont presenteren. De sequelen ervan. Want de troepen ontbinden zich en kunnen nu makkelijk bedelaarsbenden worden die aan het plunderen slaan. Gebeurt dat, dan is dat ook aan Nederland te wijten. Dat is het parool.
Het schouwspel op de sporen rondom Hamont
Volgens Belgische rapporten over de ontwikkelingen in deze novemberweken verbranden Duitse militairen tijdens het wachten massaal hun geweren. Ook die mogen de grens niet over. Het verbranden is echter tegen de wapenstilstandsvoorwaarden die bepaalden dat de Duitsers hun wapentuig op bepaalde plaatsen zouden deponeren met de munitie. Omdat Nederland de grenzen echter gesloten houdt terwijl de regimenten veranderen in uitzwermende horden, valt hier toch schuld door nalatigheid te verwijten.
De Belgen werken het helemaal uit en komen met allerlei nieuwe beschuldigingen aanzetten. Er zijn op het internet nogal wat ingangen op. De Belgen klagen over de gesloten grens, maar zeggen niet dat de Duitsers daar met hun dodelijke Draad voor hadden gezorgd. Daarop hoeft de Nederlandse minister Van Karnebeek in Parijs nauwelijks te wijzen. Iedereen weet dat dan al, want ook de geallieerden hebben van die Draad geweldige last. Zo worden de Belgen afgeserveerd door de Angelsaksen. Van Karnebeek kan gerust zijn. Zo gaat het ook met de Hamonter ramp.

Dan is er de obstructie van de beweerde reddingswerkzaamheden door Nederlands ramptoerisme. Daarover wordt ook gerapporteerd. Heel waarschijnlijk is dat toch niet vanwege dezelfde Draad waarop de hoogspanning nog is ingeschakeld. Toch is de klacht dat nogal wat volk, vooral uit Nederland, een kijkje komt nemen naar de drukte. De geweren, revolvers, granaten en munitie zijn te koop en de Hollanders zijn daarvoor ontvankelijk. Enkele treinen vervoeren zieke en gekwetste militairen - ook een attractie voor de Noorderbuur die zich hinderlijk opdoet. Zie vooral de site van het Grevenbroekmuseum te Achel, met verdere verwijzingen naar vergelijkbare beschouwingen.
Het is opvallend hoezeer zich hier een accentverschil manifesteert tussen de historici. Nederland bleef volhouden dat het niets te verwijten viel en kon daarom in 1927 een forse rekening te Brussel indienen, onder meer voor transporten en medische hulp. Navrant, maar zo gaat het.
Een hel barstte los
Rond elf uur ’s avonds barst in Hamont, zoals gezegd, letterlijk de hel los. Twee wagons die met munitie zijn geladen, ontploffen. Het effect is enorm: tot 15 kilometer ver zijn de knallen hoorbaar, stukken trein vliegen in het rond en lichamen worden weggeslingerd. De ontploffingen veroorzaken in de wijde omgeving een gigantische ravage, met heel veel schade aan huizen en andere gebouwen. De bevolking vlucht in paniek weg, de kelders in en ook naar het nabijgelegen Ursulinenklooster. Er wordt op de plaats van de ramp een krater van dertig meter geslagen. Bovenal vallen er veel doden en gewonden, voor het overgrote deel Duitsers. Veel kwetsuren zijn gruwelijk.
Door de ontploffing ontstaat er een grote brand. Die dreigt even de treinwagons met stikstofbommen te bereiken, maar een tweede ramp kan op het nippertje worden vermeden. De dagen nadien worden de overblijvende wagons vol met kleding, levensmiddelen en drank geplunderd. De doden worden zo goed en zo kwaad als het kan begraven en de gewonden verspreid over diverse plaatsen in de omgeving, in België en Nederland. De meesten kwamen terecht in het Sint Jans Gasthuis in Weert. Hoe kwamen ze daar terecht? Omdat de Nederlanders de grenzen zonder overleg ontsloten is de klacht.
Hoeveel naoorlogse doden er op 18 november in Hamont zijn gevallen, weten we niet. De cijfers gaan van ruim honderd over duizend tot zelfs tweeduizend, al is dat laatste wellicht overdreven. 359 schadedossiers werden ingediend. Dat wil zeggen, voor meer dan de helft van de woningen in Hamont.
