Direct naar de inhoud

Let op! Dit is de beta website van BHIC. Reacties die je hier achterlaat, gaan verloren na officiële livegang.

Terug naar overzichtOverzicht
Het Eindhovens Bels Lijntje (6/12)

Het Eindhovens Bels Lijntje (6/12)

Gerard Strijards

16 september 2025

Bijgewerkt op 9 oktober 2025

In de maanden april tot en met augustus 1915 werd het hekwerk langs de Belgisch-Nederlandse grens geplaatst dat spoedig bekendstond als de 'Dodendraad'.

De plaatsing van de draad en de connexe regelingen

Dat gebeurde na goedkeuring door het Kaiserliche Deutsche Generalgouvernement Belgien te Brussel, met aan het hoofd gouverneur-generaal Moritz von Bissing. De oorspronkelijke deadline van 1 juli 1915 werd niet gehaald, mede doordat de eerste maanden werden gebruikt voor nauwkeurige voorbereidingen. De Nederlandse overheid werd via een nota in juni 1915 op de hoogte gebracht van de komst van de versperring. Ze nam zulks voor kennisgeving aan en deed niet moeilijk. Daar is later van geallieerde zijde te Parijs in februari-maart 1919 wel het een en ander over gezegd.

Dodendraad
Dodendraad, ca. 1916 (bron: Wikimedia Commons).

De Draad bracht nog heel wat teweeg, ook in vredestijd. In juli 1915 waren de eerste delen in werking. Die maand werd ook de Belgische bevolking officieel geïnformeerd door Von Bissing. Pas halverwege 1916 was de Draad volledig klaar. De versperring bestond uit vijf tot tien koperen, verzinkte of andere elektriciteit geleidende draden die met porseleinen isolatoren dertig centimeter van elkaar aan palen waren gespannen tot een hoogte van anderhalf tot drie meter. Op geregelde afstanden waren er wacht- en schakelhuizen, voorzien van telefonische verbindingen met het oog op kortsluitingen en afschakelingen, nodig om lijken tussen het prikkeldraad te verwijderen. Want natuurlijk waren er geregeld illegale passages. De Duitsers verplichtten vaak de Belgische grensgemeenten de dennenhouten palen kosteloos te leveren.

De door de Duitsers uitbestede plichten ter onderhouding van de draad

De barrière had een lengte van 332 kilometer van nabij het toenmalige vierlandenpunt in Noordoost-België tot in Knokke in het westen. Bij de Scheldemond was er een onderbreking in het prikkeldraadtraject en waren de stroomdraden doorgaans zonder voltage. Voor de bouw werden Duitse militairen van de Landsturm ingezet, evenals Russische krijgsgevangenen en Belgische arbeiders, van wie velen naar Nederland vluchtten. Op de versperring stond op steeds wisselende draden 2000 volt wisselspanning. Aan beide zijden van de Draad was een extra hek met prikkeldraad geplaatst, om mens en dier van de Draad weg te houden. Aanraking van de Draad leidde tot elektrocutie, met de dood tot gevolg. Naast het prikkeldraad lag aan Belgische zijde een pad voor patrouilles.

Op één locatie maakten de Duitsers een fout door het hekwerk op Nederlands grondgebied te plaatsen. Nabij De Blokken, ten zuiden van Baarle-Hertog, stond de Draad voor circa dertig meter op Nederlands grondgebied. Nadat de Nederlandse overheid op deze fout was geattendeerd, werd het Duitse leger verzocht de Draad te verleggen. Een deel van het hekwerk werd hierop afgebroken om weer rondom De Blokken opgebouwd te worden. Ook op andere locaties werd het hek in de loop van de oorlog verplaatst. In de meeste gevallen was dit om stukken niemandsland binnen het omheinde gebied van België te laten vallen. Een voorbeeld hiervan was een gebied bij Hamont-Achel dat tot 1916 buiten de Draad viel.

Abdij de Achelse Kluis
Abdij de Achelse Kluis, op de Belgisch-Nederlandse grens. De grens volgend, werd de Dodendraad hier dwars over het abdijterrein geplaatst (fotograaf: Frank van Dorst, collectie: BHIC, nr. 1926-001801).

De regeling van de passages voor het bidden van getijden in het Kluisgebied van Achel

Een andere in het oog springende doorsnijding was die bij de Abdij van Achel. Het klooster staat deels in België en deels in Nederland. De versperring werd vanaf de zomer van 1916 dwars door de kloostertuin aangelegd en een deel van de kloostermuur werd gesloopt om ruimte te maken. De kosten van de werkzaamheden kwamen voor rekening van het klooster. Dat heeft dat nog betaald ook, terwijl het toch de ceremonies niet echt diende noch liturgisch betekenisvol kon wezen. Als ik abt was geweest, had ik een rekening ingediend bij de Duitsers vanwege de vernielingen aan die tuin en die muren. Eens kijken wat daarvan gekomen zou zijn!

Bijna komisch zijn de regelingen voor de kloosterlingen die op de akkers werkten en toch de getijden moesten zingen in hun kapel. Ze moesten dan de draad passeren die ook dan even van de stroom moest worden gehaald. Daar werd met de abt over onderhandeld door Siemens, de leverancier van de energie, omdat het kerkelijk jaar soms wisselingen had van de tijdstippen en de duur der getijden mitsgaders het inleidend klokkengelui.

'Het arrivement van de Duitse Keizer op 9 november ter asylering'

Ingewikkeld was de regeling wanneer de stroomonderbreking onvoorzienbaar was. Dat bleek op 9 november 1918 bij het arrivement van de Duitse Keizer bij Eijsden. De eenzame monarch stond er onaangekondigd, met een groot aantal briesende doch nutteloze generaals. Wachtend, want een heel baanvak moest van die dodelijke stroom afgehaald worden. Dat was tevoren aangevraagd, maar zonder te zeggen waarom, uiteraard.

Nederland wilde poseren alsof het overvallen was.  Dat was natuurlijk niet het geval: die dodelijke draad moest immers geneutraliseerd worden, wat dacht u? De ontzettend ingewikkelde regeling die toen getroffen werd, spreekt tot ieders verbeelding. Zie daarvoor in Neutraal Nederland hoofdstuk II.4.4. Wilhelms nachtelijke reis naar Nederland en hoofdstuk III.13 De vlucht van de Duitse Keizer naar Nederland.

De afspraak was gemaakt dat als de Keizer zou komen, om in Nederland als vluchteling te worden toegelaten, eerst de schakelingen voor de stroomtoevoer zouden worden uitgedraaid: geen stroom. Het zou de neutraliteitspolitiek van Nederland niet echt te stade komen als men zou aankomen met een geëlectrocuteerde Keizer.

Wilhelm II in Eijsden
Vierde van links: Wilhelm II op het perron in Eijsden, in afwachting van toelating tot Nederland, 10 november 1918 (Bundesarchiv, Bild 183-R12318 / Victor Sniekers / CC-BY-SA 3.0, via Wikimedia Commons).

Een verbijsterende menigte experts toevallig bij Eijsden

Dat vond Den Haag, tenminste. Zelf denk ik daar anders over en destijds de Britten ook. Daarom zou het beste ruim van te voren de bediende in dat schakelhuis moeten worden ingelicht. Of men zou de asielering moeten laten plaatsvinden over Achel. Hier kon dat, omdat de stroom centraal geregeld werd, niet geïmproviseerd worden. Op beide plaatsen waren technici aanwezig en rangeerders voor de Keizerlijke trein die dan langzaam zou moeten opstomen. Die waren er destijds vroeg in de ochtend in Eijsden ook.

Iedereen vroeg zich af waar al die lui vandaan kwamen. Niemand bij het stationnetje bij Eijsden wist bescheid. Vooral niet waarom een zekere De Bruijne, inspecteur van het staatsspoor, al de hele nacht beschikbaar was, met een cypers mannetje dat een geheimzinnige gereedschapskist torste.

Wij weten het nu wel. Hij was daar ontboden vanwege de opening van de hekken voor en achter de daar over het spoor lopende “doodelijke draad”. Ik gaf ter aangehaalder plaatse - zie de eerdere link - al aan dat de ambtenaar van consulaire dienst Verbrugge van ’s-Gravendeel, juist als diplomatieke zendbode uit Brussel, de stationschef van Eijsden Willem de Clercq waarschuwde dat hij de versperringsblokken op het spoortraject moest laten weghalen, de poorten openzetten en moest zorgen dat de Duitse ambtelijke bediening van de schakelkasten paraat was om de hoogspanning van de draad te halen. Een gecompliceerde operatie. Sergeant-majoor Pinckaerts, belast met de grensbewaking bij de Eijsdense doorlaatpost, noteert dat De Clercq wakker was op dat tijdstip en bezig is alle toegangen tot het rangeeremplacement af te sluiten. Dat verbaasde de goede sergeant bovenmate.

Hellevuur in De Kempen

De Clercq is kennelijk niet echt verbaasd als hij de Keizer ziet. Hij zorgt na een aantal telefonades dat de keizerlijke trein die in Visé staat te wachten onder volle stoom tot vóór het grensblokkeringen kan opstomen en dat de hekken die onderdeel uitmaken van de dodelijke draadversperring open gaan.  Dat alles wekte toch weer wél verbazing bij de Nieuwe Rotterdamsche Courant. Die had daar een journalist. Dat de Keizer er aan zat te komen, zong in ieder geval in de burelen van dat periodiek aan de Groote Markt te Rotterdam wel degelijk rond. De verslaggever vroeg niet door, maar dat alles te Eijsden was hoogst opvallend, terwijl die afschakeling bij Achel regulier gepland was vanwege de moniale getijden.  Was daar tussentijds, afgeschakeld dan was dat niet zo in het oog gelopen.

Daar waren onverwachte passages met het oog op dat Bels Lijntje minder opvallend geweest.  Vooral omdat de akkers en heiden daar onbevolkt waren. In Achel werd ook regelmatig afgeschakeld voor geneeskundige transporten. Want via het Eindhovens Bels Lijntje werden ook wel ambulancediensten uitgevoerd bij grotere aantallen gewonden en met het oog op het lijkenvervoer. Ik geef één voorbeeld uit die Groote Oorlog in de volgende aflevering van dit serietje. De ontstellende munitie-ramp rondom Hamont op de rangeervorken aldaar. Explosie na explosie, de hele omgeving in hellevuur waardoor heel Kempenland in paniek raakte.

Ga terug naar deel 5.

Lees verder in deel 7.

Reacties

Reacties laden…

Feedback geven

Wat vind je van deze pagina? We horen graag wat beter kan.

0 van 300 tekens gebruikt

Deel geen gevoelige gegevens, zoals je BSN, adres, telefoonnummer of medische informatie.

Het Eindhovens Bels Lijntje (6/12) | BHIC