Jan van der Voort was twaalf jaar oud toen de boerderij van zijn ouders afbrandde. Enkele jaren geleden vertelde hij Gerard Veltman over zijn belevenissen in de oorlog en tijdens de bevrijding.
Bevrijding
“Uit voorzorg om aan het eten te blijven had Marinus Leermakers het plan om tarwe te laten dorsen bij Jan van Wijk op de Distelberg en ik zou rijden. Hij had voldoende stroom omdat zijn zoon Harrie zilverpapier om de stop in de paal had gedaan om de molen te kunnen laten draaien en zo hielp hij veel mensen.
Marinus en ik liepen langs de bossen en probeerden ons oude paard te stimuleren om harder te lopen omdat het gevaarlijk werd. We zijn maar omgedraaid, het ging niet meer, van dorsen is niets meer gekomen.
Het werd steeds spannender in de lucht, vanuit richting Esch en Boxtel kwamen de kogels over, gericht op de Nieuwkuikseweg waar over de Duitsers zich al terugtrokken.


Als schuilkelder hadden we de kelder in het achterhuis ingericht. Maar we lagen in de vuurlinie en als ons huis in brand geschoten werd, zou er geen vluchtweg meer zijn. We groeven een geheel nieuwe schuilkelder in de boomgaard en onze oudste zus kwam kijken. De beschietingen namen in hevigheid toe en de kogels floten door de lucht en een eind verder vielen granaten. Op hoop van zegen zouden we maar liever naar onze kelder gaan en we liepen gebukt, maar door de kogelregen die over ons kwam besloten we maar even plat in een vers geploegde voor het even af te wachten.
Een voltreffer raakte onze woning en we liepen maar vlug naar huis waar de rest ook was. Ook ons oma Nelleke, zij trok zich nergens wat vandaan en bleef gewoon in bed slapen, ook onder de hevige beschieting; zij was zo doof als een kwartel! In de keuken zat een groot gat van een granaat en in de keukenkast zat een grote scherf. Mijn vader had al altijd een hekel aan die lompe massieve kast met die scherf en verkocht de kast later met scherf en al.
Ja, de bevrijding was nabij. In het dorp waren de Tommies al en bij ons was het een dag later omdat de brug over de Zandleij was opgeblazen. Later bleek dat de vluchtende Duitser die het gedaan had doodgeschoten lag op straat langs zijn fiets bij meelhandel Marinus Verbeek!

Eigenlijk mochten we het niet maar we zijn er wel even tussen uitgeknepen met enkele jongen van mijn leeftijd uit de buurt om te kijken naar het leggen van de noodbrug over de Zandleij. We zijn snel bij Schuurmans over den akker gelopen en zo kwamen we bij de Zandleij terecht
Dit was een mooi gezicht, een hele grote leger truck waar een noodbrug op stond. De brug zelf was een beetje rond gebogen en de op en afrit waren terug geslagen door middel van scharnieren. Toen de brug op zijn plaats stond konden onze bevrijders er met hun tanks al over heen. Dit is om nooit te vergeten, zulk een indruk heeft dat moment op ons gemaakt. Het was die dag 27 oktober en we waren verlost van de Duitsers en…. geheel bevrijd, moeilijk om het te begrijpen! Thuis vertelden wij het hoe dat moment was, de Distelberg was bevrijd! Bij ons werd niet meer geschoten, maar we hoorden het nog wel richting Vlijmen.
Na het hevige vuur op de dag bij de bevrijding van het dorp werd er bijna geen schot gelost.
Ik liep naar de buurman Piet Leermakers om te vertellen over het plaatsen van de brug en het moment dat de Tommies er over kwamen en dat de Distelberg nu ook bevrijd was. Hij kon het bijna niet geloven en zei: Dan kunnen we wel even naar de kalveren en ook die van de buurman gaan kijken of dat ze nog voldoende water hebben en niets mankeren. Achter Verbeek terugkomende liepen we op een draf met onze zakdoeken zwaaiend boven ons hoofd, want daar waren de Tommies het heidegebied aan het zuiveren of er nog mogelijke Duitsers zaten. Je weet maar nooit, anders dachten ze misschien nog dat we vluchtende Duitsers waren.
Bevrijders over de vloer
Vroeg in de middag kwamen enkele bevrijders bij ons aan en vroegen om hier te kunnen overnachten. Zo zat er bij ons in de voorkamer de gehele staf. En in de keuken hadden we een keukenkachel waarop de kok al snel pannenkoeken bakte. Het was kostelijk om te zien hoe hij de pannenkoeken bijna tegen de zolder gooide en weer opving.

Licentie: CC BY-SA 3.0 (opent in een nieuw tabblad))
Achter op de wei stond een grote legertent waar ze verbleven tot de beschieting op de Langstraat niet meer nodig was. Achter in de wei hadden ze een gleuf gegraven om hun behoeftes te doen en op kruitkorrels deden ze buiten koken en bakken, we werden uitgenodigd om mee te eten. Een volle pan met cornedbeef, dat kenden we niet, maar het smaakte heerlijk! Na afloop ging mijn vader naar binnen en haalde een schaal met eieren en hij werd bedankt met een pakje Player sigaretten met er op een zeeman! Onze pa nam direct een pafje en ik zag hem genieten, is dat lekker Pa? “Hier neem maar een trekje.” Ik vond het vies, wie kon nu zoiets roken lekker vinden, ikke nie!"
Bron: Jan van der Voort (“Jan Voortjes”), Helvoirt †

