Van 2017 tot 2024 schreef Henk Beijers als coördinator van de historische werkgroep van de Heemkundekring Schijndel de column 'Oud Nieuws' voor DeMooiSchijndelKrant. Daarin bracht hij zijn lezers op de hoogte van bijzondere feiten uit de geschiedenis van Schijndel.
Het waren bijzonder primitieve omstandigheden in die kampen en bepaald geen lolletje om daar je leven van alledag te moeten doorbrengen. Veel zwaar werk stond ons te wachten. Vooral het werk op de velden was haast niet om te doen. Het eten wat we kregen was erg karig en als een soort bijvoeding kreeg je knollen veevoer die je van het veld gehaald had en die eigenlijk bedoeld waren voor de karbouwen, de bekende Indonesische trekdieren. We hebben, zo schrijft zuster Wilmino, hele partijen van die knollen gegeten, want je was blij dat je iets extra’s kreeg!!!
Bijzonder vermoeiend was het uitsteken van bamboeheggen die wel een halve meter diep in de grond geworteld zaten. Je kreeg ze er bijna niet uitgetrokken en bovendien zaten er nog stukken prikkeldraad tussen. Een heidens karwei en dat onder het constante toezicht van agenten die je toeblaften of met een grijns op hun gezicht hun bevelen gaven. Je werd gedwongen om met man en macht te trekken en te blijven trekken, want die bamboeheggen, die men beschouwden als geheimzinnige schuilplaatsen voor smokkelaars, zouden en moesten verwijderd worden. Je was aan het einde van de dag werkelijk doodop!
Berucht was ook de houtdienst waarbij je aangevoerde bomen in kleinere stukken moest hakken zodat de blokken in de ovens pasten als er gekookt moest worden. Zuster Judocia nam het op zich alle bijlen steeds maar weer bij te slijpen en mijn medezusters Aurelia en Cordia raakten op den duur volleerd in het hakken van hout, maar het kostte hen fysiek enorm veel kruim dat typisch mannenwerk, om nog maar niet te spreken van het uitgraven van achtergebleven stronken. Waren de bomen niet toereikend dan kregen we bevel om stoelen, tafels, kastdeurtjes, oude schoolbanken kort en klein te slaan.
De groenten en wat vlees werden mondjesmaat geleverd vanuit een centrale gaarkeuken. Er werd in huis overigens van alles uitgedacht om stiekem rijst of iets anders te koken. Dat werd zuster Judocia, ondanks al haar goede bedoelingen, toch ’n keer fataal. Ze was een soort uiensausje aan het maken voor bij de rijst maar een van de surveillerende Jappen kreeg er lucht van en stormde naar binnen, stampte met zijn geweer op de houten vloer, werd kwaad en schopte de hele ketel om. De zuster werd weggevoerd naar de nabij gelegen Jappenpost en de huisoverste zuster Rosa ging voor alle zekerheid maar mee. Onderweg gaf hij zuster Rosa te verstaan: “Je wordt zeker half dood geslagen!”. Over vernedering gesproken!
Bron:
- Kloosterarchief van de Zusters van Liefde [Fotoalbum van de kloosters van de congregatie samengesteld door zuster Fidelia de Bie [2005].
- Dagboek van Zuster Wilmino van Roosmalen – congregatie-archief Zusters van Schijndel [A 87] inv.nr.1108 thans berustend in het Erfgoedcentrum Nederlands Kloosterleven te Sint Agatha in het complex van de Kruisheren.
- Wikipedia : trefwoord Jappenkampen
- Inmiddels is nog een ander dagboek teruggevonden nl. dat van zuster Clasine Minkels maar ik heb besloten dat van Zuster Wilmino aan te houden voor de toekomstige afleveringen.
- Ook zijn er veel tekeningen gemaakt door o.a. Frater Silverius van de Fraters van Tilburg en een liefdezuster van de Oude Dijk uit Tilburg die anoniem wilde blijven.
Oorspronkelijke publicatiedatum: 28 februari 2018 (nr. 18)
Illustratie via Leiden University Libraries, Digital Collections.
