Van 2017 tot 2024 schreef Henk Beijers als coördinator van de historische werkgroep van de Heemkundekring Schijndel de column 'Oud Nieuws' voor DeMooiSchijndelKrant. Daarin bracht hij zijn lezers op de hoogte van bijzondere feiten uit de geschiedenis van Schijndel.
Wat het eten betreft, schrijft zuster Wilmino, leeft iedereen hoopvol van dag tot dag, van de ene maaltijd naar de andere. Al te vaak kregen we ’s morgens geen ontbijt. Je beseft op een bepaald moment hoe erg honger kan zijn. Het middagmaal was meestal niet meer dan een bordje gekookte rijst in water met een paar schijfjes wortel erin en ’s avonds wederom rijst met een paar knolletjes of ongeschilde aardappelen. Sommige zusters liepen een vergiftiging op van die ‘ongeschilde rommel’. Het zag er uit en rook ook als varkenspot, zwart en zo dun dat je het met een lepel moest eten.
Zeer zelden kregen we, als er een magere karbouw geslacht was, ieder 4 à 5 blokjes vlees ter grootte van een dobbelsteen. Het was een gewoonte dat de mannen die het beest binnen brachten op het kampterrein het ook ter plaatse gingen slachten. Het bloed werd opgevangen door de jonge meisjes als het beest nog lag te stuiptrekken, een griezelig tafereel. De meisjes moesten het beest ook naar binnen slepen en schoonmaken. Zuster Xavera zorgde samen met enige dames voor het uitbenen.
Van zo’n beest werd letterlijk alles gebruikt. Van de beenderen werd meel gemaakt tegen kalkgebrek waar bijna iedereen aan leed. De darmen werden gemalen en in het vlees verwerkt. Ondanks alles was het wel zo, als er een karbouw werd aangevoerd en enkele karren met knollen, dan liepen de kinderen er achteraan joelend en zingend. Sommigen graaiden knollen van de kar en aten ze rauw op. Als je echt honger hebt smaakt alles!
Overigens liepen we altijd het risico, als we bv. niet diep genoeg geboden hadden voor de Jappen, of weer eens iets gesmokkeld hadden dat ze ons gewoon honger lieten lijden. Op een morgen krijste een kampleidster : “Vandaag geen eten voor dat het hele kamp schoon is”. Dat was een ramp want het gras stond op diverse plaatsen wel een meter hoog en moest met een mes kort gesneden worden en vervolgens volgden de veegbeurten met grote groene takken want vegers hadden we niet.
Een paar keer, schrijft zuster Wilmino, hebben we met z’n allen de moed gehad een hongerdemonstratie te organiseren, trokken al demonstrerend naar het Jappenkantoor en schreeuwden daar om eten! De kinderen en de zusters voorop, waarvan sommigen wel een uitgemergeld geraamte leken, om van de ziekten die zich openbaarden, omdat velen totaal verzwakt waren, maar niet te spreken.
Bron:
- Kloosterarchief van de Zusters van Liefde [Fotoalbum van de kloosters van de congregatie samengesteld door zuster Fidelia de Bie [2005].
- Dagboek van Zuster Wilmino van Roosmalen – congregatie-archief Zusters van Schijndel [A 87] inv.nr.1108 thans berustend in het Erfgoedcentrum Nederlands Kloosterleven te Sint Agatha in het complex van de Kruisheren.
- Wikipedia : trefwoord Jappenkampen
- Inmiddels is nog een ander dagboek teruggevonden nl. dat van zuster Clasine Minkels maar ik heb besloten dat van Zuster Wilmino aan te houden voor de toekomstige afleveringen.
- Ook zijn er veel tekeningen gemaakt door o.a. Frater Silverius van de Fraters van Tilburg en een liefdezuster van de Oude Dijk uit Tilburg die anoniem wilde blijven.
Oorspronkelijke publicatiedatum: 13 maart 2018 (nr. 19)
Illustratie via Leiden University Libraries, Digital Collections.
