Van 2017 tot 2024 schreef Henk Beijers als coördinator van de historische werkgroep van de Heemkundekring Schijndel de column 'Oud Nieuws' voor DeMooiSchijndelKrant. Daarin bracht hij zijn lezers op de hoogte van bijzondere feiten uit de geschiedenis van Schijndel.
In de voorgaande column is nogal wat aandacht besteed aan het eten en de honger die men leed. Dat relaas was uiteraard niet uitputtend, want zuster Wilmino voegt er nog een aardig hoofdstuk aan toe. Het ergste vond ze het grote gebrek aan vet en suiker, cruciale bouwstoffen voor je lichamelijke functies. In plaats daarvan kregen de kampbewoners wat klapper- en palmvet en eens in de 10 dagen één eetlepel suiker. De meesten in het kamp namen qua gewicht dan ook in korte tijd sterk af en vermagerden zienderogen. Zout kreeg men ook maar zelden en er werd standaard zoutloos gekookt. Pap van stijfsel, soep van aardappelwater met hier en daar een korreltje rijst, een half bordje sagopap, ongezuiverd en soms vol ongedierte, wat we onder elkaar ‘blubber’ noemden. Velen van ons kregen buikloop van alle sojabonen die voorgeschoteld werden. We moesten het er mee doen. Op een bepaald moment was ‘lekker’ niet meer belangrijk maar vooral de ‘hoeveelheid’!
Een bijkomend probleem was het verstoren van ons slaapritme. Met de regelmaat van de klok kwamen enkele Jappen het kamp binnen om een zgn. ‘telling’ te houden op het moment dat we allemaal blij waren dat we onze vermoede ledematen konden laten rusten. Er werd stevig aan de deur gerammeld en daarna stapten enkele Japanse agenten, geassisteerd door een dame van het kampbestuur, met felle lampen de slaapgelegenheid binnen. Iedereen, volwassenen en kinderen, werden opgeschrikt en in wezen stelde de hele telling niets voor. Het klopte altijd, maar je was wel uit je eerste slaap gehaald.
We ondervonden ook veel narigheid van ons schoeisel. Een schoenmaker was er niet in het kamp en onze schoenen sleten zienderogen en raakten kapot. Zuster Landelina probeerde dat euvel enigszins te verhelpen, zo vindingrijk als ze was. Ze haalde uit de vuilnisbakken oude schoenen en probeerde dat oud materiaal weer enigszins op te lappen. Ging het bovenleer uiteindelijk kapot dan werd dat met een ijzerdraadje aan de zool vastgemaakt. Waterdicht was niet belangrijk, maar het moest wel aan je voeten blijven hangen. Er zijn heel wat weggegooide damesschoenen omgetoverd tot ‘nieuw’ redelijk schoeisel. Door de week droegen de meesten overigens ‘Indische klompjes’ nl. een plankje met een riempje over de tenen. Zuster Landelina was schoen- en klompenmaakster tegelijk! Een Jappenkamp was bepaald geen pretje!
Bron:
- Kloosterarchief van de Zusters van Liefde [Fotoalbum van de kloosters van de congregatie samengesteld door zuster Fidelia de Bie [2005].
- Dagboek van Zuster Wilmino van Roosmalen – congregatie-archief Zusters van Schijndel [A 87] inv.nr.1108 thans berustend in het Erfgoedcentrum Nederlands Kloosterleven te Sint Agatha in het complex van de Kruisheren.
- Wikipedia : trefwoord Jappenkampen
- Inmiddels is nog een ander dagboek teruggevonden nl. dat van zuster Clasine Minkels maar ik heb besloten dat van Zuster Wilmino aan te houden voor de toekomstige afleveringen.
- Ook zijn er veel tekeningen gemaakt door o.a. Frater Silverius van de Fraters van Tilburg en een liefdezuster van de Oude Dijk uit Tilburg die anoniem wilde blijven.
Oorspronkelijke publicatiedatum: 27 maart 2018 (nr. 20)
Illustratie via Leiden University Libraries, Digital Collections.
