Van 2017 tot 2024 schreef Henk Beijers als coördinator van de historische werkgroep van de Heemkundekring Schijndel de column 'Oud Nieuws' voor DeMooiSchijndelKrant. Daarin bracht hij zijn lezers op de hoogte van bijzondere feiten uit de geschiedenis van Schijndel.
Een constante dreiging voor ons allemaal was dat hongerige gevoel. Voortdurende honger maakt je wrevelig, lusteloos, onbeheerst in je woorden en je concentreert je bijna uitsluitend op je werkelijke levensbehoeften. De moeders om ons heen, die de zorg voor hun kinderen hadden, konden soms driftig uitvallen en snauwden van alles en nog wat. Dat was af en toe vreselijk irritant.
Ingrijpend was het transport van jongens van rond de tien jaar die door de Jappen werden opgepakt om overgebracht te worden naar een mannenkamp. Hartverscheurend, schrijft zuster Wilmino, was het afscheid van hun moeders. Kinderen huilden en gilden om hun moeders die immers niet met hen mee mochten.
We hebben meegemaakt dat een van de moeders wier kinderen waren getransporteerd naar het mannenkamp, ernstig en zelfs levensbedreigend ziek werd. Haar man en kinderen zaten in een ander kamp. Haar hartstochtelijke smeekbede om afscheid van man en kinderen te mogen nemen voor dat ze zou sterven werden door de Jappen niet gehonoreerd, zelfs bij haar begrafenis waren ze niet welkom. De dames in ons kamp, schrijft zuster Wilmino, waren woedend en maakten de Jappen onomwonden duidelijk dat dit volkomen inhumaan en onmenselijk was, maar het leek tegen dovemansoren gezegd te zijn. Zelfs een jaar later wisten man en kinderen nog niet dat moeder dood was. Een keiharde wereld was het.
Vrouwen hoorden helemaal niets van hun mannen die elders gevangen zaten. Onderlinge communicatie werd niet toegestaan. Soms werd er via het Rode Kruis een briefje binnengesmokkeld maar dat was dan soms al maanden onderweg geweest. In ons kamp waren ook twee dames die een overlijdensbericht van hun mannen ontvingen, vergezeld van een pakje met wat vuile vieze en kapotte kleren die hun mannen de laatste tijd gedragen hadden. Een Japanner kwam die tijding doodgemoedereerd brengen maar meldde verder niets over de doodsoorzaak, de dag van overlijden of de lijdensweg die hij had doorgemaakt. De vrouwen bleven volkomen verdrietig achter!
Inmiddels schrijven we 1945 meldt zuster Wilmino.
Brastagi lag onder vuur, bombardementen en luchtalarm waren aan de orde van de dag. Het kamp moest van alle kanten verduisterd worden. Tot overmaat van ramp raakten de zusters ook hun pastoor nog kwijt. Bij een grote inval rond het Tobameer ging pastoor Van Duinhoven naar het dorp Porsea waar Jappen vochten tegen Hollandse soldaten. De pastoor voelde het als zijn plicht om daar stervende soldaten bij te staan. Met de H.Olie in zijn boekentas en ‘Ons Heer’ op de borst ging hij naar de plaats des onheils. Diverse Jappen passeerden hem in hun auto’s en de chauffeur van de laatste wagen in de colonne stopte, greep de pastoor vast, slingerde zijn boekentas weg en aangekomen in het een volgend dorpje werd hij vastgebonden aan een boom en werden zijn handen en voeten geboeid. Enige Bataks uit die streek zagen dit, snelden toe en de Jappen bevalen hen om de pastoor te slaan. Dat weigerden ze pertinent! Uiteindelijk wisten ze de pastoor uit zijn benarde situatie te redden.
Bron:
Dagboek van Zuster Wilmino van Roosmalen – congregatie-archief Zusters van Schijndel [A 87] inv.nr.1108. incl. tekeningen
Oorspronkelijke publicatiedatum: 24 april 2018 (nr. 22)
Illustratie via Leiden University Libraries, Digital Collections.
