Van 2017 tot 2024 schreef Henk Beijers als coördinator van de historische werkgroep van de Heemkundekring Schijndel de column 'Oud Nieuws' voor DeMooiSchijndelKrant. Daarin bracht hij zijn lezers op de hoogte van bijzondere feiten uit de geschiedenis van Schijndel.
Aangekomen op de plek van bestemming kregen we het ene na het andere commando. De meesten van ons waren met onze inmiddels magere botten zowat geradbraakt van die barre tocht die we achter de rug hadden. Bijna niemand had geslapen en we voelden ons lichamelijk slap, ook vies en niet tot veel energie in staat. De Jappen hadden daar weinig of geen begrip voor tenzij je echt ziek of gebrekkig was en niet in staat om het traject van vier kilometer te voet af te leggen. Voor hen werd een auto geregeld werd gezegd. De liggende patiënten werden op een lorrie gehesen en over de spoorbaan voortgeduwd.
Wij zusters pakten ons boeltje bij elkaar en liepen samen maar vast aan, maar op een gegeven moment werden we gemaand te stoppen. Eenmaal langs de spoorbaan zittend zagen we in de verte een grote groep mensen, de zieken en verzwakten, vanaf het station onze richting in strompelen. Aanvankelijk zouden die met een auto vervoerd worden, maar een van de Jappen had ze met z’n zweep opgejaagd en verplicht om aan te lopen. Sommigen van hen hadden totaal opgezwollen voeten en enkels zo dik als een normaal bovenbeen. Ondanks hun protest en hun angstige uitroep dat ze echt ziek waren….het baatte helemaal niets. De zweep ging er wederom overheen en men zou en moest lopen.
De droeve stoet zette zich wederom in beweging, het was, zo schrijft zuster Wilmino, werkelijk om te huilen. Haar medezusters Constance en Catharina hadden het zwaar. Zuster Constance die de laatste tijd bedlegerig was zag zo bleek als een doek met haar opgezwollen benen en zuster Catharina liep als het ware met de dood in haar schoenen. Tussen ons in malaria- en dysenterie-patiënten, uitgehongerde moeders met kleine kinderen met een rugzakje, kookpotje of emmertje in de hand. Het was voor zowat iedereen ondraaglijk.
Op een bepaald moment doken we even een rubberbos in en zochten naarstig naar een paar stevige takken en regen die aan onze koffers, manden en tassen, zodat we die met z’n tweeën op onze schouders konden meesjouwen. Na elke 30 meter waren we genoodzaakt even te rusten, hetzij zittend of liggend langs de spoorbaan, om energie bij te tanken. Even een moment om elkaar moed in te spreken! We zeiden dan tegen elkaar: “Tanden op elkaar en doorbijten, want wat we nu meenemen hebben we in ieder geval en straks zijn we er blij mee”. We keken elkaar opwekkend aan en bij menige zuster bengelden wat traantjes over de wangen want de emotie zat héél diep! De benen van zuster Henrice waren al opengesprongen en ze durfde niet meer te gaan zitten, bang dat ze dan niet meer verder zou kunnen lopen. Maar er gloorde hoop, want op een korte afstand zagen we een rood zinken dak en iedereen dacht….hè hè Goddank daar zullen we moeten zijn!
Helaas bleken we nog ruim een uur door te moeten lopen.
Bron:
Dagboek van Zuster Wilmino van Roosmalen – congregatie-archief Zusters van Schijndel [A 87] inv.nr.1108. incl. tekeningen.
Oorspronkelijke publicatiedatum: 19 juni 2018 (nr. 26)
Illustratie via Leiden University Libraries, Digital Collections.
