Van 2017 tot 2024 schreef Henk Beijers als coördinator van de historische werkgroep van de Heemkundekring Schijndel de column 'Oud Nieuws' voor DeMooiSchijndelKrant. Daarin bracht hij zijn lezers op de hoogte van bijzondere feiten uit de geschiedenis van Schijndel.
Zelfs een afgeladen lorrie optillen en weer keurig op de rails zetten viel ooit gruwelijk tegen, vooral als het de eerste keer niet lukte en je drie of vier pogingen achter elkaar moest doen dan stroomde alle kracht uit je armen. In het donker was het helemaal een crime.
Op een dag werden we door de Jappen gesommeerd om ’s morgens om vijf uur klaar te staan en hebben toen moeten sjouwen tot ’s middags vier uur. Er kwam geen eind aan dat karwei. Over de gehele dag genomen hadden we niets anders te eten gekregen dan een paar maïskorrels. Ze kregen je echt wel klein! Op die dag moesten we wachten op drie lorries die uit een ander kamp zouden komen en intussen kregen we het commando om zakken met rijst en maïs te lossen en kannen te vullen met palmolie die dan weer ergens heen gebracht moesten worden. We zaten van onder tot boven onder de olie en zagen er bepaald niet fris uit aan het einde van de dag. Om onze honger nog enigszins te stillen raapten we maïskorrels op die uit de zakken waren gevallen.
De middag naderde. Die ploert aan de hemel scheen met volle kracht op ons neer. Onder het toeziend oog van enkele Jappen moesten we een lorrie vooruit duwen geladen met 22 hele zware zakken met maïs en rijst en waar tot overmaat van ramp geen touwen omheen zaten om de hele boel bij elkaar te houden. We waren tien met drie zusters en vijf andere dames.
Op een bepaald moment schoot de lorrie van een helling af en ontglipte ons omdat we niet meer de kracht hadden hem tegen te houden. In vliegende vaart stoof dat ding naar beneden en aan het einde weer ’n stukje omhoog en weer retour tot het laagste punt. Toen hij een bocht naderde ontspoorde het hele geval en vielen tien zakken op de grond. Het lieve leventje begon weer van voor af aan….zakken allemaal eraf, de lorrie zien te tillen totdat de wielen weer op de rails stonden, de zakken er allemaal weer op. Gelukkig dat de dames achter ons te hulp kwamen anders hadden wij het met z’n drieën nooit gered. Van de toeziende Jap en een agent hoefden we dat niet te verwachten. Het waren twee Jappen die in het kamp bekend stonden als ‘Doodskop’ en ‘Sammetje’. Die staken echt geen hand uit! Frustrerend was dat, uitbuiting ten top!
We hebben kort daarna ’n dag meegemaakt dat we ’s morgens om vijf uur op appèl moesten verschijnen ter wijl er de avond daarvoor nogal wat regen was gevallen en ze lieten ons ploeteren tot ’s avonds negen uur. We zaten aan het einde die dag finaal onder de modder. De natte rokken sloegen om je benen zodat je niet fatsoenlijk kon lopen laat staan lorries duwen. Er zat niets anders op dan ze tot boven je knieën op te schorten.
Bron:
Dagboek van Zuster Wilmino van Roosmalen – congregatie-archief Zusters van Schijndel [A 87] inv.nr.1108 incl. tekeningen dat berust in het klooster van de Kruisheren te Sint Agatha waar kloosterarchieven uit het hele land gecentraliseerd zijn.
Oorspronkelijke publicatiedatum: 22 augustus 2018 (nr. 29)
Illustratie via Leiden University Libraries, Digital Collections.

