Van 2017 tot 2024 schreef Henk Beijers als coördinator van de historische werkgroep van de Heemkundekring Schijndel de column 'Oud Nieuws' voor DeMooiSchijndelKrant. Daarin bracht hij zijn lezers op de hoogte van bijzondere feiten uit de geschiedenis van Schijndel.
Op ’n zondag kregen we opdracht om een wagon knollen te gaan lossen. De eerste groep waren vier van onze zusters en ’s middags zou een tweede ploeg aantreden met drie zusters. Nadat de eerste wagon gelost was volgde nog een tweede. Op de klaar staande lorries waren bakken gemonteerd van zinkplaten, het leken wel ledikanten met een hoofd- en voeteneinde. Die knikkerden we vervolgens vol met knollen.
Het was een uitgesproken pechdag want de lorrie die wij 12 kilometer moesten voortduwen was al vijf keer uit de rails geschoven en op een afstand van circa 20 minuten van het kamp vloog hij weer eens uit de bocht terwijl de duisternis al inviel. De knollen rolden alle kanten uit en daar stonden we! Een van ons liep snel naar het kamp om hulp te halen. Gelukkig schoot een groepje jonge meisjes onze richting in en die namen het karwei van ons over, terwijl zuster Emberta hen begeleidde want we wilden ze niet alleen laten in het donker.
Even later kwamen nog enkele dames aangerend die ons adviseerden vooral niet langer meer achter die lorrie aan te lopen. Een doodvermoeide zuster Emberta werd zelfs tussen de knollen in de kar gehesen, want ze wilden niemand van ons nog langer dat beulswerk laten voortzetten. We waren de hele groep uiteraard zéér dankbaar! In het kamp aangekomen moesten natuurlijk alle lorries nog uitgeladen worden. Afgemat en vooral ook hongerig trokken we ons terug voor de nachtrust.
Door de dag heen hadden we slechts ’n paar van die knollen gegeten, meer kregen we niet. Ze hielpen bovendien tegen de dorst. Een bijkomend probleem bij al die transporten was ons schoeisel. Ruim 12 km. lopen op die Indische klompjes viel niet mee. Onze goede schoenen wilden we graag bewaren tot het moment dat het hele kamp bevrijd en gesloten zou worden en wij weer van onze vrijheid mochten gaan genieten. Gelukkig hadden we in Brastagi uit de vuilnisbakken van de Jappen enige stellen sandalen en wat oude gymschoenen ‘gebietst’ en die kwamen ons nu goed van pas. Er zaten her en der wel wat gaten in maar het was altijd nog beter dan die klompjes. Deden onze voeten heel zeer dan was even op blote voeten lopen een welkome afwisseling, want net als bij de inlanders zat er bij ons inmiddels voldoende eelt onder! Als we van de Jappen op het veld moesten werken gebeurde dat altijd op blote voeten, dus we waren wel wat gewend.
Een ander probleem was dat je door je lichamelijke zwakte eerder vatbaar was voor allerlei tropische ziekten. Zuster Radulpha bijvoorbeeld ging ook met die transporten mee en kreeg een malaria-aanval. Gelukkig dat er geen Jap in de buurt was die het gezien heeft. Ze is langs de weg in het bos gaan liggen en daarna stilletjes en onopvallend teruggesukkeld naar het kamp, waar ze overigens wel enkele uren over gedaan heeft.
Bron:
Dagboek van Zuster Wilmino van Roosmalen – congregatie-archief Zusters van Schijndel [A 87] inv.nr.1108 incl. tekeningen dat berust in het klooster van de Kruisheren te Sint Agatha waar kloosterarchieven uit het hele land gecentraliseerd zijn.
Oorspronkelijke publicatiedatum: 5 september 2018 (nr. 30)
Illustratie via Leiden University Libraries, Digital Collections.

