Direct naar de inhoud

Let op! Dit is de beta website van BHIC. Reacties die je hier achterlaat, gaan verloren na officiële livegang.

Terug naar overzichtOverzicht
Oud Strijp (21): Apostolisch Vicaris Antonius van Alphen

Oud Strijp (21): Apostolisch Vicaris Antonius van Alphen

Gerard Strijards

6 maart 2025

Bijgewerkt op 13 maart 2025

In de periode van 1713 tot 1850 is Nederland voor Rome, het katholieke bestuurscentrum en nog altijd een volkerenrechtelijke mogendheid van importantie, een missiegebied. De situatie is daar, in dat missiegebied, hoogst eigenaardig.

Een pluriforme samenleving van minderheden

Want een meerderheid van de ingezetenen is katholiek. Er is een welgeorganiseerde minderheid, die samengegroept is in de Nederduyts Gereformeerde Kercke. De calvinisten. Die zijn na de Vrede van Münster de regeerders in de Republiek: zij stellen daarbinnen de openbare orde samen naar normen.

Maar evenmin als de genoemde katholieken belijdend en hun religie praktiserend in een openbaar toegankelijke eredienst, zijn de calvinisten feitelijk toegelaten tot hun openbare belijdenis, hun eredienst en hun gemeenten. Een minderheid uit ieder van deze twee denominatie is inderdaad actief in de kerkelijke organisatie en oefent daarin een zekere functie uit. Daarnaast wemelt het in dit missiegebied van de niet-officieel toegelaten religieuze gemeenschappen. Zoals de Portugese Israëlieten, ook wel bekend als Sefardische Joden, de Oosterse Joden uit Rusland en Centraal-Europa, ook de Askenazen genoemd, de Wederdopers, de Mennonieten, de Schotse Merchandisten, de Hugenoten en ga zo maar door.

Portugese synagoge Amsterdam
De Portugees-Israëlitische Synagoge te Amsterdam (bron: Wikimedia Commons).

De grotere havensteden wemelen ervan.  Nederland is een transitland. Een staatje dat het vooral voor het Bruto Nationaal Product bij uitstek moet hebben van de overslag en vervrachting, doorvoer en cargo-assurantie, niet van de stapeling. De Schotten streken neer vanwege hun hoogwaardige lakens en wollen halfproducten, als voorbeeld. Ze bleven hangen in Veere, Vlissingen, Middelburg, Rotterdam en Hoorn. Dat gaf economisch voordeel en handel is wandel. De Schotten met hun eigenaardige kerkgenootschappen verzochten deze te mogen stichten bij langduriger verblijf en steden stonden het graag toe, want dat genereerde nieuwe fiscale feiten.  Zo was het ook met Ottomaanse bedrijvigheden en zelfs die herkomstig rondom de Zwarte Zee, of uit Het Verre Oosten. Toe maar. Poen maakt veel goed, zeker in de Lage Landen.

Een zwevend schaakbord

Deze denominaties hebben voortdurende een zwevende staatkundige positie. Soms mogen ze alle actieve en passieve staatkundige rechten uitoefenen die de Nederlands constitutie kent.  Constitutie: het samenstel van aanvaarde regeergewoonten. Want een geschreven grondwet voor alle publieke bestuursactiviteit heeft Nederland pas sedert 1848 gekend en leren kennen - dus laat. Het is bepaald niet zo, dat een Jood geen kiesrecht kan uitoefenen voor een openbaar lichaam, zoals een stedelijke raad, een polder- of waterschap, een Hoogheemraadschap of een Kamer van de Verenigde Oost-Indische Compagnie of vergelijkbare handelsvennootschappen. Wel in tegendeel.

Ook islamieten kunnen dergelijke rechten hebben, dat hangt van gewestelijke of stedelijke reglementen af.  Dat geldt voor de katholieken óók. Dat maakt dat deze moerasdelta alleen maar is samengesteld uit minderheden die samen op een of andere rare, niet-ideologisch centraal aanstuurbare, toch een nationaal regeerapparaat kunnen vormen, dat voortdurend van kleur verschiet. Daarin hebben de katholieken ook een plaats. Ook die moeten begrijpen dat ze regeermacht per definitie moeten delen: een monolithisch staatkundig blok bestaat in dit rare land niet. Maar met de katholieken is het bevreemdende dat ze altijd door hun doop deel uitmaken van een wereldomspannende rechtsorganisatie.

Die vertegenwoordigd wordt door De Heilige Stoel. Die beschikt over een nauwkeurig uitgelijnde hiërarchie met bisschoppen, dekens, pastoors, delegaten en nuntii, diplomaten die deze Stoel representeren als waren ze ambassadeurs. Dat maakt deze rechtsorganisatie voor de Republiek tot een vreemde, transcendente, mogendheid die toch politiek bepaald niet onmachtig is. Dat maakt haar tegelijkertijd sterk en kwetsbaar in missiegebied. Sterk, omdat de organisatie universeel is. Zwak, omdat je de ambtsdrager eruit kunt beschuldigen en negatief sanctioneren als correspondent met een vreemde mogendheid. 

Botti en Van Alphen

Nu had Botti [pastoor van Strijp, red.] een superieur die voor de duivel niet bang was: Antonius van Alphen. Die kwam uit Boxtel, waar hij op 16 mei 1748 was geboren. Hij zou in 1831 te Schijndel sterven. Hij zou zijn ambten tot zijn 82e levensjaar actief blijven waarnemen. Hij kende Botti als medestudent in Leuven. Ook hij haalde een licentiaat in de godgeleerdheid, maar hij had zich vooral toegelegd op het canonieke recht, waarin Leuven een vermaarde faculteit had, toen en nu. Hij had de Brabantse omwenteling van nabij meegemaakt, al had hij geen actieve bijdrage geleverd. Hij was aan de kant gaan staan van de groep die de kerkelijke privileges intact wilde laten en zelfs weer uitbreiden, vooral op het stuk van het maatschappelijk hulpbetoon. Hij vond dat de kerk daarin moest blijven voorzien: de staat diende hier geen zorgplicht te claimen, zoals de op Frankrijk gerichte revolutionairen wilden.

Sint-Petruskerk Boxtel
De Sint-Petruskerk te Boxtel (foto: BHIC, nr. 1901-05055).

Van Alphen werd kapelaan in 1777 te Boxtel bij de uitgestrekte parochie van de indrukwekkende basiliek.  Daar,  waar het wonder van het Heilig Bloed zich had voltrokken dat zovele bedevaarten bleef trekken. Hij wist dus dat hij moest plooien en schikken met de protestantse ambtenarij die lastig kon zijn. Hij trad prudent maar vastberaden op. Hij trok de aandacht van De Propaganda, die in deze periode na 1713 veel te stellen had met priesterlijke heethoofden in dit missiegebied. Het Dicasterium De Propaganda Fide, dat is het departement voor missiezaken, dat opgericht werd naar aanleiding van het Concilie van Trente, dat had in 1663 moeten vaststellen dat de Roomse Kerk voortaan te maken zou hebben met staten, die het katholicisme niet als staatsgodsdienst erkenden.

Rome zou toch, opportunistisch en pragmatisch als altijd, toch in verstandhouding op diplomatiek niveau moeten blijven met deze staten. En Rome zou dus die ketterij, dat heidendom van die staten als feit moeten aanvaarden. Als feit. Niet als norm en niet als aanvaardbare werkelijkheid. Wie in Leuven studeerde aan een grootseminarie of aan de universiteit zelf, en beoogde als geestelijke te worden aangesteld in Staats-Brabant, diende daarvan voortdurend doordrongen te zijn. De Nederduytse Gereformeerde Religie was weliswaar gelukkig niet de staatsgodsdienst van de Republiek – al hadden Holland en Zeeland dat te Münster wel gewild, maar de gereformeerden waren wel oppermachtig al waren ze gering in getal. En ze wisten altijd van wanten. Van Alphen was ervan doordrongen.

Hij werd aangesteld als coadjutor van de Apostolisch Vicaris Andreas Aerts, die ook moest manoeuvreren tussen de politieke partijen, die uiterst conservatief en ultra-progressief heetten: Patriotten – vooruitstrevenden —  en Orangisten of Oranjeklanten, de behoudenden die niet veel ophadden met grondrechten. Van Alphen werd inmiddels ook pastoor te Schijndel, waar hij bleef resideren.

De Franse Revolutie barstte los. Op 13 augustus 1790 volgde Van Alphen Aerts, die inmiddels was komen te overlijden, op. Van Alphen ging nu zijn pastoors circulaires zenden, want hij zag in dat die revolte niet bij de landsgrenzen zou ophouden. De pastoors kregen tot opdracht zich niet met de actuele staatkunde in te laten, omdat in Holland de machtsverhoudingen gedestabiliseerd waren. Pruisen was in 1787 binnengevallen om de Stadhouder Willem V militair te steunen tegen de opstandige patriotten die zich kapot geschrokken waren.

De Pruisische inval en expeditionaire strafexpedities in Noord-Nederland

Willem V met gezin
Willem V was gehuwd met Wilhelmina van Pruisen, zus van koning Friedrich Wilhelm II. Op 28 juni 1787 werd ze bij Schoonhoven aangehouden door Patriotten, toen ze onderweg was naar Den Haag om de Staten van Holland te overreden haar uitgeweken echtgenoot terug te laten keren. De aanhouding werd voor de Pruisische koning aangegrepen om Willem V militair te steunen in het herstel van zijn macht (afbeelding: Wikimedia Commons).

Er lagen bezettingen hier en daar door den lande. Pruisen was oppermachtig, de Hollanders waren eigenlijk hun interne soevereiniteit kwijt omdat Willem geen enkele leiding wist te geven. In deze situatie moest de kerk zich op de achtergrond houden. Dat zou lastig zijn, want veel jonge herrieschoppers eisten volkomen vrijheid van godsdienst. Zij wilden ook, mede daarom, vrijheid van vereniging, vergadering en drukpers. Ze wilden verder aansluiting bij revolutionair Frankrijk, dat helemaal niet zo sterk was.

De pastoors moesten deze jeugdige raddraaiers verre houden. Op het eerste gezicht leek hun positiekeuze voor de kerk gunstig. Want ze vonden dat de katholieken hun godsdienst vrij en openlijk moesten kunnen belijden en dat de staat buiten hun organisaties en erediensten moesten blijven, ook buiten het kloosterwezen.

De overdracht van roomse onroerende goederen volgens de revolutionaire principes uit Frankrijk

Ook vonden ze dat de van staatswege weggenomen kerken die tussen 1650-1670 waren toegedeeld aan de protestanten aan de lokale meerderheid gelovigen teruggegeven moesten worden. In het rechtsgebied van Van Alphen waren dat altijd roomsen. Dus: in Strijp zou het kerkje aan het Strijpse zandpad teruggegeven moeten worden aan de Strijpers die daar van oudsher hun woonst hadden.

Dat zou Botti misschien goed uitkomen. Op korte termijn. Maar, zo rekende Van Alphen voor, die Franse Revolutie zou niet duren. Dat werd daar in Parijs niks. Dat werden bloedbaden, waarbij de priesters en gelovigen het loodje gingen leggen. Dan zou er een soort terreur gaan ontstaan en dan raakte de kerk in het volledige slop. Dus: pastoors moesten deze revolutionairen negeren, hoe moeilijk het ook zou zijn. Dat zou een lenigheid van geest vergen die veel van zijn pastoors niet hadden, dat wist Van Alphen ook.

Botti en Jan van Hooff, de Franse en Eindhovense revolutionair

Botti was op zijn gemak gesteld en niet zozeer een nieuwlichter. Van Alphen kende hem wel. Geen opvallende persoon, schuchter en zich al te gemakkelijk plooiend om toch vooral geen risico te lopen. Botti had in zoverre pech dat Eindhoven betrekkelijk dichtbij was en dat zekere heetgebakerde Jan van Hooff daar op marktdagen nogal “op de spraak” was, zoals Botti zijn zus schrijft. Die Van Hooff was de nieuwe Franse staatkunde hartgrondig toegedaan en gold als hemelbestormer.

Hij was de Brabantse volksgeest in persoon en eiste volledige scheiding van kerk en staat, waaruit als noodzakelijke bijvangst de teruggave van alle middeleeuwse, in 1650 genaaste, kerken aan de roomsen moest volgen. De Staten van Holland hadden die naastingen – onteigeningen zonder schadeloosstellingen – destijds, zo kort ná de Vrede van Münster, kunnen doordrukken tegen de wil van de volksmeerderheden op locatie in.

De protestanten hadden misbruik gemaakt van hun tijdelijke overwicht aan schijnbare doorzettingsmacht. Strijpenaren, ter markte getogen, kwamen met deze parlando’s terug die tot verhitte discussies leidden in de tapperijen rondom het Eindhovense Marktplein. Het was weer eens wat anders. In 1795 werd de zaak acuut toen, eigenlijk onverklaarbaar, de hele Hollandse regering in elkaar scheen te storten toen in de ijzige februarimaand de Stadhouder naar Engeland vluchtte, volk en natie primair verweesd achter latend. In heel de Kempen werd nu overlegd in de kerkdorpen en kapelgehuchten of de plaatselijke meerderheid die bedehuizen konden terugvorderen en hoe. Het scheen doenlijk, was de tijd niet rijp?

Slag bij Boxtel, september 1794
Op 14-15 september 1794 vond de zogeheten Slag bij Boxtel plaats: een schermutseling rond Boxtel en ten westen van Schijndel tussen enerzijds een coalitie van Engelsen, Oranjegezinde Nederlanders en Duitse huurlingen en anderzijds het Franse revolutionaire leger met patriottische bondgenoten. De slag eindigde in een Franse overwinning en markeerde daarmee het begin van de Franse Tijd voor Brabant ten westen en zuiden van de Aa. (Afbeelding: collectie familie Van Doorn, fotograaf Rini van Oirschot).

De grondwetgevende vergadering van 1796 en Strijper ruzies

De achtergebleven leden van de Staten-Generaal vormden een provisionele staatsregering en stelden een grondwetgevende vergadering samen op basis van algemeen kiesrecht voor hen die de kunst van lezen en schrijven vaardig hadden. Daarin zou over de verhouding tussen kerk en staat nader voorzien worden, vermoedelijk in de vorm van een totale scheiding. Dat hing in de lucht. Ook dat werd besproken in Eindhoven.

Nu waren er notabelen die vonden dat de middeleeuwse kerk maar teruggevorderd moest worden. Het was een suffisant gebouw, het had historie en het kerkhof, van oudsher gebezigd, lag er omheen. De lijken konden naar eerbaarheid, eis en rouw overgeluid worden en de grafdelving zou geen probleem zijn. Schoppen, lijkkleed en baren waren aanwezig. Maar deze pleitvoerders voor deze naasting waren allemaal woonachtig rondom de gemeyne weide met de brandkuil en de waterplaats. Daar hielden ze nering, nijverheid, ambacht en tapperij. Een uitvaart trok klandizie. Dus geen wonder dat die de oude kerk – ook in oudere akten Geuzenkercke genaamd – terugwilden.

Dat kwam hun debiet ten goede, want dan werden daar ook de trouwerijen gedaan, met de huifkarkaravanen van dien. De uitbaters van de kroegen in ’t Ven en bij De Heuvel waren het er niet mee eens. Bij De Heuvel was ook een schuilkerk, listig opgenomen in een boerenbehuizing aan de Zeelsterweg of Heuvelsestraat.

Dat was oneerlijke concurrentie, wat die notabelen daar bedisselden, want namens wie traden ze eigenlijk op? Was er eerst algemene rondvraag gedaan in de gemeente? En dan: die Geuzenkerk was zwaar onderkomen. Het priesterkoor was afgesloten van het schip door een zware muur waarop inmiddels de dakspanten waren komen te rusten. Achter die muur de consistoriekamer met secreet. In de apsis waren bijna alle vensters hoog dichtgemetseld met alleen lichtvallen laag bij de grond.

Je kunt echt niet zeggen dat deze discussies, zoals Thijm en de zijnen later beweerden, echt theologisch van strekking waren en gewaagden van de missionaire aandrift de Enig Ware Moederkerk te herstellen in haar integere verschijningsvorm die ze in de middeleeuwen had gehad. Het ging, zoals altijd, om geld, oneerlijke concurrentie, wederrechtelijk voordeel en schadecompensaties. Dat is bij bijna ieder intermenselijk conflict zo.

Verstoorde eigendomsverhoudingen en Botti’s zuster

Dat moest dan zeker weer allemaal opengebroken worden op kosten van de gemeente? Dan: van wie was dan de bellefort met klokkenstoel en luidklokken? Wie beschikte over dat eigenlijke luiden en bij wie waren de luiders dan in dienst? Wie zou aanzeggen en graven openen en dichten, roeren en de knekels verzamelen en beheren? Van wie waren dan de kerckeackers, de weiden, herdgangen en de houtopstanden met groenwallen? Ging men dat regelen in die grondwet of wat? 

Wat vond mijnheer pastoor en waarom? Zie, dat wilden de Strijpenaren wel eens weten. Vooral na enige glazen brandemoris. Je moest van je hart geen moordkuil maken. We hadden inspraak, was het niet zo? Wie had eigenlijk de kerkmeesters benoemd? Wist die Van Alphen er van? Had die ingestemd? Waar was het papier daarvan? Goed, niemand kon het lezen, maar dan ging men er wel mee naar de geleerdigheid in Eindhoven. Botti keek er van op. Hier had hij niet voor doorgestudeerd. Dat vond zijn zuster nu óók.

Lees hier verder in Oud Strijp (22): De Kempen doortochtsgebied...

Ga hier terug naar Oud Strijp (20): Staatkundige inertie en vervreemdheid tot 1850.

Reacties

Reacties laden…

Feedback geven

Wat vind je van deze pagina? We horen graag wat beter kan.

0 van 300 tekens gebruikt

Deel geen gevoelige gegevens, zoals je BSN, adres, telefoonnummer of medische informatie.

Oud Strijp (21): Apostolisch Vicaris Antonius van Alphen | BHIC