Direct naar de inhoud

Let op! Dit is de beta website van BHIC. Reacties die je hier achterlaat, gaan verloren na officiële livegang.

Terug naar overzichtOverzicht
Oud Strijp (22): De Kempen doortochtsgebied. Strijp weer de klos

Oud Strijp (22): De Kempen doortochtsgebied. Strijp weer de klos

Gerard Strijards

6 maart 2025

Bijgewerkt op 13 maart 2025

De Fransen gaan al in 1791 noordwaarts oprukken, ter beheersing, zo heet het nog, van hun Noordgrenzen.

Frankrijk grijpt noordwaarts aan

Want deze worden aangepaald door de Oostenrijkse erflanden, die vanuit Wenen aangestuurd worden als koloniaal gebied waarbinnen het katholicisme staatsgodsdienst is. Hier is de Habsburgse dynastie de baas en dat is voor de Fransen, die het geloof der volkssoevereiniteit aanhangen, een gevaar. Want de Habsburgers, Apostolische Majesteiten, niet waar, moeten daarvan niets hebben. Zij verklaren daarom de Franse volkslegers de oorlog.

Niet Frankrijk zelf; niet de staat. Want in hun ogen is dat nog steeds een monarchie, van Gode gegeven. Wel hebben de revolutionairen de koning uit het Huis Capet onderworpen aan iets belachelijks als een grondwet, maar Wenen erkent deze ingreep in Gods ordening niet. Lodewijk XVI moet hersteld worden in zijn absolute soevereiniteit. Daarover valt met de Oostenrijkse regering niet te marchanderen, trouwens, met geen enkele Europese monarch.

Lodewijk XVI
Lodewijk XVI (reg. 1774-1792). (Bron: Wikimedia Commons).

Helemaal duidelijk is dat alles niet: wat betekent het, dat men oorlog verklaart aan een regeringsvorm, maar niet aan een staat die door die vorm bestuurd wordt? Kan men opstandelingen eigenlijk wel oorlog aanzeggen? Dat zal de hele negentiende eeuw ook een probleem blijven. Monarchen blijven vinden dat dat niet kan. Op opstandelingen is het oorlogsrecht dus niet toepasselijk. Aldus de regeerders in een koninkrijk - dus de meerderheid van de toenmalige regeringen. Koning Willem I zal ook dit standpunt innemen, als hij het Belgisch muitendrot denkt te verslaan in zijn Tiendaagse Veldtocht van 1831. Ook dan zal Kempenland uitvalsgebied blijken en tevens herstellingsoord voor de geïnterneerde krijgsgevangenen uit dat drot.

Een conserverende coalitieoorlog tegen Frankrijk

De koninklijke regeringen in 1791 weten trouwens de keizersdochter, Marie-Antoinette, die gehuwd is met de ongelukkige Lodewijk XVI, in direct levensgevaar, al weten beide koningskinderen dat nog niet. Wenen sluit daarom militaire allianties, begint een restauratieve oorlog, sluit ook een militair verbond met de Republiek van de Zeven Verenigde Provintiën – de schrijfwijze van de naam van dit staatje wijzigt in deze periode vaak, als om aan te geven dat het bestuursapparaat zelf niet goed meer weet waar het leiding aan geeft – terwijl dat Republiekje toch krampachtig gewapend neutraal wil blijven, mocht het conflict uit de hand lopen. Want het wéét: het heeft nauwelijks een defensieapparaat.

Het heeft meteen delen van de oorlogsvloot opgelegd en veel huurlingen afgedankt, onmiddellijk na de Vrede van Utrecht in 1713. Die ex-huurlingen gaan echter niet meer dit lage land uit. Ook zij vormen bedelaarsbenden en ondermijnen de geregelde commerciële beurtvaart en kondschapsdiensten. Zo komt het dat Den Haag steeds te laat geïnformeerd is en dat het dus ook inadequaat reageert. De afgedankte soldateska gaat graag naar Brabant of naar Drenthe: publieke rechtshandhaving vindt daar immers niet plaats. De economie stort daar weer in, voor de zoveelste keer. Holland interesseert het geen bal.

Brabant open-luchthospitaal en legeringszone

Tussen 1791-1794 vormden deze haveloze troepen een volksplaag, erger dan de bedelaars- en vagabondenbenden die de huurlingen van de Zonnekoning hadden gevormd. De Belgen, hoezeer het revolutionaire regime te Parijs ook toegedaan, wilden deze divisies blootvoeters ook echt wel kwijt. Ze vonden nu hulp bij de patriotten noordelijk van de grenzen van Belgenland. De Republiek der Zeeven Verenichde Provintiën die best bereid waren dat Noorderleger te legeren zuidelijk van Tilburg op de heidevlakten tot aan Strijp en Woensel.

De Fransen gaan nu hun afgebeulde, afgetrapte en verhongerde veldlegers-afdelingen eveneens doorzenden naar het noorden, naar de staat die zich in 1795 Bataafsche Republiek gelieft te noemen. Parijs verklaarde inmiddels de oorlog aan Willem V, de dikke en besluiteloze stadhouder en diens dynastie. Maar, zo zegt het, niet aan het Bataafsche Volk zelf. Dat is immers zelf volkssoeverein. Zoals het Franse Volk. En Volkeren, zo zegt Parijs nu nog, vechten niet met elkaar. Want Volkeren zijn Goed.

Maar, zo zegt Parijs nadien, in februari 1795, dan moeten de Bataven wel aardig zijn voor dat Franse Broedervolk. Om de drie maanden komen nieuwe onderkomen bataljons van achthonderd tot duizend soldaten zich melden onder Tilburg en bij Eindhoven in de randgemeenten om geproviandeerd te worden, aan te sterken, bewapend en geüniformeerd te worden.

Slag bij Boxtel, september 1794
De zogenaamde Slag bij Boxtel, 14-15 september 1794, een episode tijdens de veldtocht die het begin markeert van de Franse Tijd in Staats-Brabant. (Collectie: familie Van Doorn, fotograaf: Rini van Oirschot).

Een fourage-alliantie

Het is onderdeel van de alliantie met de Bataafsche Republiek, die eigenlijk door niemand in Parijs serieus genomen wordt. De alliantie komt erop neer dat de Republiek deze volkslichtingen voedt en encadreert totdat ze weer strijdensbereid zijn. De idee is dat de Bataven nu deelachtig zijn aan het geluk van de vrijheid, gelijkheid en broederschap. Ze moeten daarvoor iets over hebben.

Dus moeten ze de legerscharen die ze deze triniteit brachten maar weer volledig op de been brengen tot hun ammunitie toe. Ze mogen uiteraard de strategie niet bepalen; dat mag ook hun zeloot Jan van Hooff niet. Maar die maakt zich in de Haagse kringen nu wel sterk ervoor dat de Brabo’s gelijkwaardig deel mogen hebben aan de beraadslagingen van de grondwetgevende vergadering. De Republiek moet immers een staatsregeling hebben. Ook dat wordt in Braboland niet begrepen. Want wat heeft het eraan? Maar méépraten, dat willen de Brabo’s wel.

Dat zal worden toegestaan, als de Brabo’s naar evenredigheid van hun bevolkingsgetal en hun bruto gewestelijk product bijdragen aan de staatsschuld van de Republiek. Daar wringt het. De Republiek wil dat Brabo’s naar die criteria ook deelnemen in de delging van de immense schulden van de Verenigde Oost-Indische en West-Indische compagnieën.

De staatschulden afgewenteld op de Brabo’s

Dat vindt ook Van Hooff niet eerlijk. De Hollanders en Zeeuwen hebben die schulden gemaakt. Zij hebben daarmee de renderende vaarten gemaakt. De winsten hebben zij tot zich genomen. De negatieve saldi hebben ze overgeschreven op de staatsschuld van de Republiek der Zeeven Vereniche Provintiën. Dan moeten Holland, Zeeland en Friesland die saldi delgen, eventueel met deelname van de overige noordelijke gewesten en het land Drenthe. Maar niet Staats-Brabant. Dat heeft aan die vaarten nooit mogen deelnemen. De Agent voor de Finantiën van den Lande, Gogel, kan de redelijkheid daarvan niet ontkennen.

Maar hij krijgt geen gelijk in de vergadering. Dus schuift de regering die beslissingen voor zich uit. Wel erkent ze de vrijheid van godsdienst. Dus mogen de roomsen eisen van de “eertijds heersende kerk” dat ze het Strijpse Geuzenkerkje teruggeeft. Maar dan moeten die roomsen wel schadeloos stellen. Consequent is dat niet, want de staatsregeling van 1798 houdt in, dat de naastingen in de zeventiende eeuw eigenlijk onrechtmatig begaan waren door de Gereformeerden. De naasting kán nu gebeuren. Zo veel begrijpen de Strijpers best. Ze drukken haar erdoor, al doet Van Alphen weten dat ze te haastig zijn. Ze trekken, vooruitlopend op gebeurtenissen, te veel de aandacht.

Bataafse Republiek
De Bataafsche Republiek in 1798. Datzelfde jaar werd het Departement Bataafsch Brabant opgedeeld in het westelijke Departement van Schelde en Maas (inclusief Zeeland) en een oostelijke Departement van de Dommel. In 1802 werd Bataafsch Brabant hersteld. (Bron: Wikimedia Commons).

De naasting in Strijp erdoor gedrukt

De Strijpse notabelen vragen nu immers toch de naasting aan op basis van het overgangsrecht dat bij de Staatsregeling hoort van 1798. Dat zit in een bijlage. Daarover wordt nog geducht gesteggeld en verder dreigt een staatsgreep in Den Haag; dan kon die naasting wel eens opbreken. De Strijpse eigenheimers, aangevoerd door kerkmeester Van Tuyn, zetten dóór. Botti [pastoor van Strijp, red.] berekent dat daardoor de kerkenkas van de parochie zwaar belast wordt. Want de gereformeerden willen een som die ze in staat stelt plaatsvervangende kerkruimte te regelen.

Het Geuzenkerkje staat zowat op instorten: haalt men de schragende muur tussen schip en priesterkoor weg – en dat zal men moeten, wil men weer zicht krijgen op de apsis — bikt men de vensters weer open en metselt men raamdorpels, en voorziet men in een dakruiter met Angelusklokje, dan moet men leningen zien te verkrijgen onder de aflossing waarvan de Strijpenaren decennia zullen zuchten. Die dakruiter zal er moeten komen, omdat het bellefort nu officieel gaat behoren tot het publieke eigendom van de gemeente. Ook de klokken en de stoel.

De klokken zullen brandalarm, onheil en oorlog moeten kunnen luiden, dat eist de wet nu. Ze mogen niet voor religieuze doelen worden gebezigd, daar is de staatsregeling nu onverwacht stipt in. Dus moet er een klokje in de ruiter voor de roep ter kerkgang, uitvaart en overluiding. Dat veronderstelt dakversteviging. Er moeten nu ook kerkstoeltjes met stoven in het schip, biechtstoelen en een preekkuip met vont.

Botti schiet het node voor. Hij kan het dragen, als zijn zus het goed vindt, want ze verkeren beiden in één onverdeelde erflaterse boedel. Hij koopt meteen een betere opstand met lijst waarin hij de golgothagroep uit het Vensche kerkje beter kan plaatsen, wat heiligenbeelden van polychrome uitmonstering, kandelabers en vaatwerk. Hij moet dat verrekenen met Vensche geldschieters, die node hun schuilkerkje ontwijd zien. De omwoners van ’t Ven zijn het er niet mee eens.

Maar de hoge heren, die zich kerkmeesters noemen, zijn eigenerfde boeren die daggelders inhuren. Die willen ze toch te vriend houden. Ze moeten nog langer mee dan vandaag als Onze Lieve Heer het goed vindt. Nadat de Franse revolutionaire volkslegers de zuidelijke Nederlanden waren binnen gevallen en heil, vrijheid, gelijkheid en broederschap aan de verdrukte Belgen hadden gebracht, gingen ze echt niet meer weg. Tussen 1791-1794 vormden deze haveloze troepen een volksplaag, erger dan de bedelaars- en vagabondenbenden die de huurlingen van de Zonnekoning hadden gevormd.

Piter Vreede en de Tilburgse fabrikanten

De Belgen, hoezeer het revolutionaire regime te Parijs ook toegedaan, wilde deze divisies blootvoeters echt wel kwijt. Ze vonden nu hulp bij de patriotten noordelijk van de grenzen van Belgenland. De Republiek der Zeeven Verenichde Provintiën die best bereid waren dat Noorderleger te legeren zuidelijk van Tilburg op de heidevlakten tot aan Strijp en Woensel. Tilburg was een oord waar het patriotisme hoogtij vierde, onder meer onder leiding van de vermogende lakenfabrikant Pieter Vreede (1750-1837).

Pieter Vreede
Pieter Vreede (bron: Wikimedia Commons).

Hij geldt als representant van het radicaal Brabants patriotisme en emancipator van Staats-Brabant. Er waren er meer. Het waren vooral vooraanstaande katholieken uit de betere middenstand of burgerij: Willem van Liempt, August Verbunt, Adriaan Pessers. Ze deden vaak in textielbewerking en waren bereid bleekvelden, fabriekshallen en opslagschuren voor deze legeringen ter beschikking te stellen. Het achterliggende motief was, dat deze katholieken in deze volksregimenten een soort strategische reserve meenden te bezitten. Als de heren in Den Haag niet de nieuwe revolutionaire orde waren toegedaan dan konden deze katholieke notabelen deze afdelingen mooi inzetten om Brabant te bevrijden van het Hollandse juk.

Een samenvoeging tot één Brabant

Dan kon noordelijk Brabant prima samengevoegd worden met het Belgische zuidelijke deel. Natuurlijk zouden dan de notabelen fraaie staatsambten krijgen in het nieuwe, vrije, herrezen Brabant dat met Parijs het Nieuwe Denken heilzaam zou opleggen aan Europa. Maar dat liep uit de klauw. De volksbenden bestond uit halfnaakte, schier dierlijke manschappen, met uiteenlopende schietgeweren, nauwelijks ammunitie, geen training of discipline, zelfs niet in de eenvoudigste slagopstellingen, vooral heel veel honger en verder vol luizen, vlooien, wantsen en teken alsook behept met besmettelijke ziekten, waaronder de geduchte rodeloop, dysenterie. De hun aangeboden verblijfplaatsen werden hospitalen waar zwaargewonden verpleegd en geamputeerd moesten worden, ontsmet en van ongedierte en schurft in diverse soorten ontdaan.

Dat was geen vrijblijvende liefdadigheid meer. Daarop dreigden Vreede en de zijnen lek te slaan. Hun textielinrichtingen kwamen praktisch stil te liggen. Parijs bleef toeloop veroorzaken. Het leek dus wijs deze te verleggen naar het oosten, waar de overheid makkelijk te intimideren was. Dat bleken die van Best, Woensel en Strijp te zijn. Die hadden ook ruime kerkelijke akkers die al jaren braak lagen en uitgestrekte heides, destijds verpacht door de kerkvorsten van Postel, Truiden en Tongerloo in opdracht van en namens de Prins-bisschop van Luik.

De kerkakkers van Luik aangewend voor de Franse reserve

Deze overheden hadden sedert 1650 deze kercke-akkers in verpachting in afwachting van de uitvoeringsarrangementen van de Vrede van Münster. Daar was het niet van gekomen, al hadden voortvarende classes van de Nederduyts Gereformeerde kercke wel gedaan of zij nu tiendgerechtigd waren. Zoals die van Eindhoven.  Nu evenwel kerk en staat gescheiden gingen worden, konden deze pretense rechten makkelijk terzijde gesteld worden: een overgangsrechtelijk eerbiedigingsbeginsel was sedert de Vrede van Utrecht in 1713 in zoverre opzij gesteld.

Interessant is dat de Strijper Kercke-ackers nu gedefinieerd worden als lopende van de Windgraaf noordelijk tot zuidelijk de Rundgraaf, westelijk de Slipvoirde en de Horicke en oostwaarts de Gender tenzij daarop uitdrukkelijk inbreuk is gemaakt door Heerlijke rechten erkend in een uitvoeringsarrangement voorzien bij de Vrede van Münster. Zo is het in een Franse stafkaart ingetekend, kennelijk door een Gallische hand.

Kortom: de massale colonnes verhongerde blootvoeters, rillend van de moeraskoortsen en de dysenterie kwamen over Oirschot aanstrompelen naar dit oord van Eeden. De gemeenten waren er goed voor dit alles financieel te ondersteunen, zeker als zij konden zijn - dat dáchten ze tenminste - van integrale schadevergoeding vanwege de landsregering te Den Haag. Die had immers met Parijs een bilateraal alliantieverdrag gesloten in 1795, krachtens welke de Bataafsche Republiek deze algemene opvang van de volkssoldaten der revolutie aan Frankrijk had geborgd. De Bataven zouden geen troepen leveren.  Maar wél logistieke ondersteuning bieden. Fourage, uniformen, maar toch óók ammunitie en wat daarbij hoort - terwijl niemand wist wat daarbij hoorde.  Natuurlijk weer met uitvoeringsregelingen die nog niet ingevuld waren. Een blanco cheque dus.

Strijp was er klaar mee, vooral nadat de Bataafsche Republiek te niet was gegaan ten gevolge van drie staatsgrepen. Bloedeloos, weliswaar. Maar toch echte staatsgrepen met soldaten en hun gevelde bajonet. Hier en daar ten plattelande werd er een bejaarde freule doodgeschoten, die niet kon lijden dat haar kasteeltje ineens een casino was geworden voor verluisde Franse officieren.

Lees hier verder in Oud Strijp (23): De Striper Luikse kerkakkers.

Ga hier terug naar Oud Strijp (21): Apostolisch Vicaris Antonius van Alphen.

Reacties

Reacties laden…

Feedback geven

Wat vind je van deze pagina? We horen graag wat beter kan.

0 van 300 tekens gebruikt

Deel geen gevoelige gegevens, zoals je BSN, adres, telefoonnummer of medische informatie.