Direct naar de inhoud

Let op! Dit is de beta website van BHIC. Reacties die je hier achterlaat, gaan verloren na officiële livegang.

Terug naar overzichtOverzicht
Oud Strijp (24): Militaria en ongerief van Hollandse tireurs

Oud Strijp (24): Militaria en ongerief van Hollandse tireurs

Gerard Strijards

7 maart 2025

Bijgewerkt op 14 maart 2025

Een militaire operette die Strijp niet onberoerd liet was de door Willem I georganiseerde agressie-oorlog tegen de opstandige Belgen in 1831.

Een haperende veldtocht en schrille wapenroep

De Brusselaars waren in revolte gekomen in augustus 1830 tegen het gezag van Willem. Hoofdzakelijk omdat de betere burgerij zich niet beschermd wist tegen het massale voortgezette molest dat begaan werd door de arbeidersklassen, die opgehitst werden door raddraaiers uit Parijs dat al máánden gistte tegen het veel te autoritaire bewind van de Bourbon-koning Karel X, uit het Huis Capet, die eigenlijk probeerde de allures te imiteren van de Zonnekoning Lodewijk XIV.

Karel X van Frankrijk
Karel X van Frankrijk (reg. 1824-1830), jongere broer van Lodewijk XVI en Lodewijk XVIII. Zijn afzetting in de Julirevolutie van 1830 leidde ook elders in Europa tot opstanden tegen reactionair gezag. In de Nederlanden leidde het tot de afscheiding van België (afbeelding: Wikimedia Commons).

De tijden waren daar niet meer naar. De betere burgerij pikte het niet meer en deze keer wist zij, anders dan in 1789, zich onmiddellijk geducht te weren. Ze zette kort en goed Karel af en verving die door een slappe tinus uit het Huis Orléans die op het eerste gezicht bereid bleek te regeren via een parlementaire representatieve democratie.

Een progressief neoliberaal bewind leek aanstaande, met zeker sociale zekerheden in de collectieve sector. Dat zou een vergissing blijken, maar dat zag men in 1830 nog niet. De revolte zette zich georganiseerd noordwaarts door, naar de zuidelijke Nederlanden. Dat werd zorgvuldig geregisseerd door de Franstalige elites daar, de Franskiljons, die van meet af aan van plan waren hun bevoorrechte positie veilig te stellen ten laste en ten koste van de Vlamingen.

Die positie hadden die Franskiljons te danken aan het voortvarend industrieel subsidiebeleid van Willem I, de koning van het Vereenigd Koninkrijk der Nederlanden dat sedert 1815 bijna het gehele huidige Benelux-gebied besloeg. Willem I had niet in de gaten dat de zuidelijke Nederlanders terechte grieven had tegen zijn regering. Ook de Vlamingen. Willem bemoeide zich nu eenmaal te veel met van alles. Net als de Oostenrijke Keizer Josef II wilde hij eigenlijk volledige centralistische controle over het katholieke volksdeel, waarvan de meerderheid Vlaming was - en die meerderheid mistrouwde Willem.

Groeiend basiswantrouwen tussen stamverwanten

Willem I in kroningsmantel
Willem I, Koning der Nederlanden (bron: Wikimedia Commons).

Dat was wederzijds. Beide partijen koesterden te flagrante voordelen over elkaar. Willem kreeg nu de Vlamingen tegen zich. De Vlamingen werd wijsgemaakt dat Willem ze wilde reduceren tot loonslaven zonder burgerrechten. Dat deden de Franskiljons bekwaam; ze hadden de media ervoor en de drankuitdelingen, Franse aanhitsers en planmatige raddraaiers. De Brusselaars merkten dat hun eigendommen dreigden te worden geplunderd en platgebrand. De koning dééd er niet veel tegen en dus richtten de Brusselaars burgerwachten op. Die zeiden de dienst aan de koning uiteindelijk maar op.

Want wat hadden ze aan een koning, die hun orde, eigendommen, veiligheden, eerbaarheden, lijven en goederen in het publieke domein niet borgde via zijn publieke geweldsmonopolie? Ze zetten dus een eigen tegenregering op en scheidden zich af. De koning riep nu zijn noordelijk volk boven de Grote Rivieren te wapen. Ze moest het Belgisch muitendrot mores leren. Daarop kwamen de studenten-weerbaarheden, de stedelijke schutterijen en de paarden-escadrons van de patriciërs in het geweer en trokken de rivieren over, naar de Meijerij en het Kempenland en dat van Oirschot.

Daar legerden ze, oefenden en hielden uiteindelijk op de Woenselse Heide hun lachwekkende parades, want echt goed getraind waren ze niet en het gemeenschappelijk krijgsplan was weer eens een lachertje. Alles dus puur Hollands. Maar de katholieken van Brabant vonden het wel spannend, dat de Belze roomsen zomaar opstandig waren geworden.

Intrede der Hollandse troepen in Brussel, 1830
Intrede der Hollandse troepen in Brussel op 23 september 1830 (bron: Wikimedia Commons).

De Brabo’s gunnen de Hollanders hun militaire debacles

Ze gnuifden, die Kempische roomsen. Ook in en rondom Eindhoven. Ze zagen de Hollanders deze keer graag klop krijgen. Alleen: zelf wáágden ze niets. Ze bleven kijken wie het ging winnen - en stookten stiekem. Ze brachten zich staatkundig in diskrediet bij de Hollanders, die het nog lang voor het zeggen zouden hebben. Handig was dat niet. Het rubriceerde menig Brabander tot land- of hoogverrader in de taxatie van Den Haag. Daarover berichten Alberdingk Thijm, Victor de Stuers en Piet Cuypers natuurlijk niet aan hun Leo XIII in die foliant.

Ik geef een opdrachtpagina eruit weer. Ik hoop dat u het lezen kunt. Ze vertellen hun Paus hoe loyaal, vroom, oprecht en gehoorzaam de Nederlandse katholieken altijd waren sedert onheuglijke tijden jegens het geestelijk gezag. Maar natuurlijk óók jegens de publieke overheid die dat niet waardeerde en hoe jammer dat was van die protestanten. Zo onterecht. In Strijp liepen in 1831 opgewonden studentjes rond die de Strijpse meiden zagen als publieke proefstations voor hun viriele aandoeningen. Wat, net als nu met carnaval, wanneer zatte Hollanders Eindhoven aandoen met gelijke motieven, niet naliet vechtpartijen en strafzaken te veroorzaken? De Strijpse pastoor Joannes Brouwers rept ervan in priegelletters. Uitvoerig. Dat staat niet gerelateerd in de foliant van Thijm.

Neerlandica

De Belgen houden niet van veldslagen en sneuvelen

De Belgen gingen geen slag aan. Ze trokken steeds terug bij eerste vuurcontact. Ze gaven zich bij bosjes over. Terecht: ze hadden geen tegenvuur, geen verdere adequate bewapening, vaak geen schoeisel en geen uniformen. Je vraagt je af of de Luikse notabelen die ze hadden ingezet niet al de intentie hadden om de Kempenaren stelselmatig te laten afmaken door de Hollanders. Dan waren ze van die lastposten en nutteloze opvreters maar vast af. Kanonnenvlees.

Dat waren de non-francophonen toen óók al. De Hollanders waren ook niet echt verschrikkelijk dapper, zeker niet toen de Fransen ineens hun “broedervolk” te hulp dachten te komen. Ze zonden een fiks leger. Maar dat vond Londen niet goed. Het gebood Willem terug te trekken en legde een wapenstilstand op.

De Hollanders keerden om, vele Belgen die honger hadden en ook wel eens een flinke kluif bliefden met zich mee brengend. Ze waren krijgsgevangenen van de Hollander nu. En ze hadden ook wel trek in bier, eierstruif, stamppot en ouwe klare. De districtscommissaris in Eindhoven voorzag er morrend in, niet wetend nog waar de kosten te verhalen. In Strijp vonden nu gedwongen inkwartieringen plaats en de geduchte dragondreringen, waarbij de ruiters hun paarden en spannen met bijrijders mochten stallen bij particulieren zonder tevoren de verteringen, ligging en zorg te betalen. Den Haag hield ze aldus negen jaren van voortgezette mobilisatie letterlijk onledig.

De mobilisatieperiode tijdens een bestand

De militairen, oppassers, miliciens en zoetelaars hingen in de streek rond, zich uiteindelijk duchtig vervelend en de Brabo’s terroriserend. Het was, als lid van de Tweede Kamer, niet dienstig daar tegen op te komen, ervoer de militante afgevaardigde voor Den Bosch Luyben. Hij kreeg onmiddellijk zijn congé vanwege de kroon. Willem zag kamerleden als zijn ambtenaren. En hij had geen zin in deze praatjes. Londen had waarnemers naar de Woenselse Heide gezonden ter gelegenheid van de parades voor de kroonprins, de latere koning Willem II, om eens te kijken wat voor leger het Huis van Oranje inmiddels op de been had weten te krijgen. Want Londen had in 1814 de oprichting van een nationaal volksleger vóórgefinancierd. Het wilde weten of het waar voor zijn geld had gekregen.

Willem Prins van Oranje
Willem Prins van Oranje, de latere Willem II. als overwinnaar van Hasselt en Leuven. (Bron: Wikimedia Commons.)

Een Hollandse Veldmaarschalk

Dat was niet het geval. Wel droeg de kroonprins op de schouders de enorme goudglanzende passanten van een veldmaarschalk. Dat mishaagde Wellington, die ze na langdurige militaire verdiensten voor Brittannië had verdiend, grotelijks. Vooral toen hij vernam dat de parade weinig professioneel was verlopen, met struikelende infanteristen die tevoren de tap hadden aangesproken en cavaleristen die niet gelijktijdig in galop konden komen. Wellington was met veel moeite en mateloos gekonkel eindelijk Brits veldmaarschalk geworden.

Hij kende de Prins van Oranje voornamelijk als dronken roekeloze kwant die niet in staat was tactische beschikkingen naar consequenties te overzien. Hij vond dus dat die rang die prins niet toekwam en liet dat verder goed weten aan de ambassadeur van Hare Meest Brittanische Majesteiten in Den Haag: die moest dat aan het Hof daar in dat rotstandje doorgeven. Whitehall liet uitkomen dat het not amused zou zijn als ooit nog een Prins van Oranje zich zou aanmatigen de veldmaarschalkpassanten op de schouders te doen leggen.

Dat werd goed gehoord in het Haagse. Daarom mocht prins Bernhard in 1944 deze rang niet claimen toen hij opperbevelhebber werd van de Binnenlandse Strijdkrachten, ook al gunde Wilhelmina haar Bernilo de rang wel. Montgomery was te dicht in de buurt en zou onmiddellijk bij Churchill zijn beklag gedaan hebben. Zo loopt de geschiedenis der Grote Mensen. Dat had ik mij op de Lagere School echt niet kunnen voorstellen, daar in de Strijpse Zeelsterstraat, belendend aan die Woenselse Heide. Zo ziet men. Ook te Strijp wordt wereldgeschiedenis geboekt, maar niet gemaakt.

De Strijpenaren hadden er óók van gehoord. Gaan kijken waren ze niet. Ze hadden wel een voorstelling gekregen in de loop der eeuwen van dronken soldeniers. Een Leidse Jager zou ook wel lallen, goudbetrest als hij was. Na afloop was er duchtig rond de gemene brandkuil huisgehouden bij het middeleeuwse kerkje. De verteringen in het beekdal waren niet mis geweest.

Maar betalen? Ho maar. Bij de afgedwongen demobilisatie van 1839 was het niet veel anders gegaan. De soldaten moesten doorgaans volledig bepakt afmarcheren naar Den Bosch. Er waren wel transportcolonnes voor de betere standen. Maar die hadden al eerder onbepaald verlof gekregen. De Strijpenaren bleven weer eens met de brokken zitten. Nee, ze waren niet gek op de Hollanders. Toen niet en lang nadien evenmin.

Redoute te Boxtel
Sporadisch zijn er in Noord-Brabant restanten te vinden uit de periode van de Belgische Opstand. Nog in februari 1839 werden in Boxtel een twaalftal redoutes aangelegd om een mogelijke Belgische inval af te slaan. Daarvan zijn er nog twee in originele staat over, onder andere deze in Park Molenwijk. (Foto: Ruud van Nooijen, 2014.)

Ook al prees Thijm de katholieke Nederlander nog zo voor zijn staatsburgerschap en zijn bereidheid de keizer te geven, wat des keizers was. In zijn fraai gestileerde potjeslatijn, prachtig geornamenteerd in Woenselse stijl, dat nu nog verwondering baart. Niet om wat er stáát. Maar om wat er weg gelaten is. Pia fraus noemt men dat. Vroom bedrog. Ik zei het al: bedrog dat langere tijd voor goede munt werd aangenomen. Bedrog en arglist. Ook over de eeuwenoude niet-aflatende vroomheid betoond in dat charmante bedehuisje aan het Strijpse Zandpad. En het gonzend gezang van de Strijpse klokken die de Strijpenaar ook in zijn weedom sedert het begin der christelijke jaartelling getroost hadden.

Lees hier verder in Oud Strijp (25): De slingering der tijd tril nauwelijks.

Ga hier terug naar Oud Strijp (23): De Striper Luikse kerkakkers.

Reacties

Reacties laden…

Feedback geven

Wat vind je van deze pagina? We horen graag wat beter kan.

0 van 300 tekens gebruikt

Deel geen gevoelige gegevens, zoals je BSN, adres, telefoonnummer of medische informatie.

Oud Strijp (24): Militaria en ongerief van Hollandse tireurs | BHIC