Nu laten de nieuwe machthebbers in de Lage Landen bij de zee dat niet zomaar gebeuren.
Een nieuw ambtenarenapparaat
De Oostenrijkse Habsburgers volgen in effectieve regeermacht in deze regio de Bourgondiërs op. Ze weten heel goed dat deze streek alles in zich heeft om doorontwikkeld te worden tot een florerend wingebied, mits dan de juiste bestuursmaatregelen worden genomen, waaronder de toerusting van politionele brigades. Die moeten uitzwermen over deze provincie en de openbare orde en rust herstellen. Want natuurlijk zijn deze Gelderse invallen geen onbedwingbaar natuurverschijnsel. Om deze effectieve controle te krijgen zullen de steden ook een toontje lager moeten zingen: ze hebben bewezen dat ze het platteland niet verder kunnen beheersen voor de handhaving van openbare rust, veiligheid en orde dan in de directe omgeving der stadswallen.
Er moet dus een mobiel veldleger centraal aangestuurd worden dat deze regio weer stabiliseert. Maar daarvoor is een centraal ambtenarenapparaat nodig. Dat zoeken de Habsburgers te stichten via de kerkelijke organisaties, de bisdommen. Er zijn er twee die veel en veel te groot zijn, dat is nu ook wel gebleken. Dat is de diocese van de Prins-Bisschop van Luik en die van de Bisschop van Utrecht, die een enorm gebied moet aansturen tot diep in wat we nu Noord-Duitsland noemen, Het Sticht en Oversticht. Die twee moeten vervangen worden door kleinere bisdommen, die kunnen beschikken over politionele troepen.

Religieuze chaos
Dat is mede nodig omdat er een wildgroei is gebleken in de leerstellige godsdienst die de staatsgodsdienst is. Er moet daarom een religie-inspectie plaats hebben, waarbij tevens ook de godsdienst gesaneerd kan worden op de dogmatiek. Dat moeten die nieuwe bisschoppen doen. Bedenk: een priester is in deze periode altijd een ambtenaar. Een bisschop een lid van de Algemene Bestuursdienst. Het dekenaat Kempenland is met name veel te groot gebleken. Daar wordt maar wat aangerommeld met de godsdienstige gebruiken, de sacramentaliën en sacramenten.
En bedenk dat deze verstrekkingen van de genade uit de geloofsschat die de kerk beheert ook fiscaliteiten zijn: inkomsten, waar de Habsburgers op zitten te vlassen. Want hun bestuursmaatregelen gaan duur worden. Nieuwe bisdommen breken altijd in op de reeds verworven privileges en grondrechten van de onderdanen. Met name die welke in de steden zitten, die steeds eigengereider blijken maar toch militair geen deuk in een pak boter kunnen slaan. Ze klagen steen en been over onveiligheid in het publieke domein. Maar ze bieden toch heul aan personen die een potje maken van de katholieke moraaltheologie.
Daaraan zullen de nieuwe bisschoppen dus iets moeten doen. Ze zullen de aanstelling krijgen van regionale inquisiteurs. De onderdanen kunnen niet maar geloven wat hun uitkomt. Ze moeten het boekje volgen dat Rome over die moraal opstellen moet, als het aan de Habsburgers ligt. Er moet daarom een geloofsleerstellig concilie komen dat die theologie recodificeert. Draagvlak is daarvoor in Rome zelf niet te vinden, dat wil niet dat daarvoor bisschoppen samenkomen. Maar de Habsburgers willen het juist wel, omdat ze uiteindelijk monarchen willen worden bij de Gratie Gods, Apostolische Majesteiten.
De nieuwe bisschoppen moeten zorgen dat iedere onderdaan weet wat die Gratie impliceert. Daarvoor moet het lager onderwijs gaan dienen. Een duur en omvangrijk programma. Maar de uitvoering en toeleg daartoe en daarvan begint al in 1517. Omdat een hinderlijke querulant, een zekere Augustijner Pater Maarten Luther, in dat jaar stellingen wereldkundig heeft gemaakt over die Gratie die Rome en de Habsburgers niet uitkomen.

De diocesane splitsingen in Braboland
De Kempen zijn totaal verlaten, Campina omnia desolata est, lezen we in de diocesane delineatie-akten van 1559 waarbij de geografische gesteldheid en welvarendheid wordt opgegeven van het rechtsgebied dat eerlang zal worden toegewezen aan de nieuw te benoemen kerkvorst, de bisschop van Den Bosch. Het immense rechtsgebied van de prins-bisschop van Luik wordt opgesplitst in meerdere bisdommen.
Den Bosch is er één van. De Habsburgse dynastie die inmiddels de territoriale soevereiniteitsaanspraken van de Habsburgers door huwelijkspolitiek sedert 1477 heeft geabsorbeerd wil deze opsplitsing. In 1477 immers trouwt Maximiliaan van Oostenrijk met Maria van Bourgondië die de erflanden van haar vader, Karel de Stoute, heeft verworven. Zij is een meisje. Ze is dus wel rechtmatig soevereine, maar de wereldlijke rechtsmachtuitoefening die bij die waardigheid hoort, mag ze als handelingsonbekwaam en beschikkingsonbevoegd haar leven lang niet uitoefenen.
Ze is hertogin van Brabant. Mede, want ze verenigt veel titels, waardoor ze vorstin der Nederlanden is. Ze is daarom ook heerseresse van Kempenland en dus van Strijp. In 1477 heeft ze op smeekbede van de Prins-Bisschop van Luik afstand gedaan van de rechtsmacht op het bisdom Luik. Maar de Luikse kerkvorst is niet meer in staat effectieve controle uit te oefenen over de uitgestrekte landerijen links van het Maasdal. En dát is voorwaarde voor de inningsbevoegdheid van de tienden, die de kerkvorst toekomen krachtens de uitvoeringsarrangementen bij het Verdrag van Meerssen.
De jurisdictie van Luik herijkt in de fiscaliteiten
Hij mag zeker belasting heffen, maar dan moet hij de garanten van het Maasdal en zijn neutraliteitstatuut borgen dat hij de publieke rechtsorde in de binnenlanden daadkrachtig afdwingt. Dat kan hij niet. Daarom vallen die heffingsbevoegdheden toe aan de man, die met Maria van Bourgondië zal trouwen. Dat zal op 19 augustus de achttienjarige kroonprins Maximiliaan I van Oostenrijk blijken te zijn. En die slaat op 7 augustus de troepen van de Franse koning Lodewijk IX finaal Brabant en Limburg uit.
Hij biedt zijn gade deze overwinning als bruidsschat aan. Maximiliaan wil de Brabantse welvaart van vóór 1468 herstellen. Maximiliaan weet waar hij op koersen wil en hij kan dat waarmaken. Mits hij de juiste defensieve allianties sluit. De Prins-Bisschop is daar niet toe in staat: hij draagt wel een verguld harnas onder koorkap en kasuifel maar als het erop aankomt is hij militair weinig waard, niettegenstaande de strategisch goed geplaatste citadel. Hij kan immers niet op tegen de Koning van Frankrijk, dat is nu gebleken.
Maximiliaan grijpt het momentum
Maximiliaan weet dat het nú of nooit is voor wat betreft de beheersing van het estuarium dat de Schelde, de Rupel, de Jeker, de Maas en de Rijn omvat. Als hij dat beheerst heeft Maximiliaan een handelsmonopolie in West-Europa in handen waarvan de steden zeer zullen profiteren, al zien ze dat niet in. Hij zal dan een Rijkswaterstaat kunnen borgen binnen dat estuarium. Hij treft daarvoor infrastructurele maatregelen zoals de aanleg van grintpaden, bruggen, watergangen en het verrichten van kanalisaties.
Dat zou succesvol kunnen zijn, ware het niet dat Gelre steeds weer komt destabiliseren. Zie hiervoren. Van Rossum komt steeds platbranden. Totdat Gelre voor de Habsburgers moet capituleren, integraal, bij de Vrede van Venlo van 1543. Dan is inmiddels Maximiliaans kleinzoon Karel V ook keizer van het Heilig Roomse Rijk der Duitse Natie. En Karel kent Brabant. Hij weet dat het economisch potentie heeft. Hij weet ook dat adel en geestelijkheid geen cent belasting betalen aan zijn regeringsapparaat, dat de waterstaat, beurtvaartverbindingen, het lager onderwijs en de defensie nu eens centralistisch moet regelen.
Een nieuw onmiddellijk progressief belastingssysteem

Karel wil nu die nieuwe bestuursrechtelijke indeling van Brabant. Nieuwe bisdommen, waarbij de bisschop namens de Roomse keizer - van rechtswege de Habsburgers van Oostenrijk - belastingen vaststelt, heft en int. Hij moet ze dan overdragen aan de regering, die nog in Mechelen zit, maar straks in Brussel. Karel wil een eerlijker systeem. Hij wil niet dat Henk en Ingrid het grootste deel van de belastingen moet opbrengen via accijnzen op de eerste volksbehoeften zoals bier, roggebrood, zuivel en slachtafval zoals reuzel, varkensoren, koeienuier, etc.
Karel wil dat adel en geestelijkheid onderhand maar eens progressieve inkomsten- vermogens- en onroerendgoedbelastingen gaan betalen. Hij wil dus hun fiscale immuniteiten afschaffen. Dat betekent: aanzienlijke koopkrachtverbetering voor Henk en Ingrid, óók in Strijp. Hij heeft daarvoor een uitgebalanceerd systeem laten ontwikkelen door zijn belastingdienst, die hij opzettelijk verplaatst naar Brussel.
Want hij wéét dat de landelijke adel, de graven die ooit zijn aangesteld door de prins-Bisschop van Luik, nooit en nooit zomaar die immuniteiten zal opgeven. Onder hen een raddraaier als de graaf van Horne. Maar ook een schavuit die zich graaf van Nassau noemt. Zij kunnen legertjes mobiliseren. Daarvoor waren ze aangesteld. Ze kunnen daarmee regionale onlusten verwekken. Als ze Henk en Ingrid wijsmaken dat de belastingdruk ook te hunnen laste immens zal toenemen: weet dat spreekwoordelijke tweetal veel? Ze kunnen niet lezen of schrijven.
Geduldige Keizer Karel
Dus denkt Karel dat hij dat allemaal zorgvuldig, dus gefaseerd moet aanpakken via de geestelijkheid. Als hij nieuwe bisdommen schept, komen er nieuwe ambtelijke diensten. Fijne banen met loopbaanperspectief voor de geestelijkheid die de Brabanders kennen en die ook vertrouwd zijn als pastoor of kapelaan in hun aloude parochies. Aan hen de taak om de nieuwe belastingen te introduceren, Henk en Ingrid vóórrekenend, dat ze er aanzienlijk op vooruitgaan. Dat zou zijn gelukt als de adel het niet tijdig in de smiezen had gehad. Die stookt de plattelandsbevolking op, voorgevend dat de heffingen de inleiding zullen zijn voor een centraal geleide terreur, een politiestaat, ten dienste van de Keizer. Framing is van alle tijden; de adel weet van wanten, vooral de graaf van Nassau. Zijn afdeling propaganda mag er wezen. Er komen godsdienstoorlogen met verbrande aarde-tactieken. En Strijp zal het weten.
Titelillustratie: wapen van Maximiliaan I als Heilige Roomse Keizer (bron: Wikimedia Commons).
Lees hier verder in Oud Strijp (8): Intrigerende bureaucraten in het Kempische.
