Direct naar de inhoud

Let op! Dit is de beta website van BHIC. Reacties die je hier achterlaat, gaan verloren na officiële livegang.

Terug naar overzichtOverzicht
Oud Strijp (4): Stripe ecclesia integra in de Luiker bedeling

Oud Strijp (4): Stripe ecclesia integra in de Luiker bedeling

Gerard Strijards

13 februari 2025

Bijgewerkt op 21 februari 2025

Het gaat in de dertiende en veertiende eeuw economisch echt goed met de bevolkingsgemeenschappen die delen in de rechtsorde die de Prins-bisschop van Luik moet uitstrekken over de gebieden die hem in soevereiniteitsbeheer zijn toevertrouwd krachtens de uitvoeringsovereenkomst van Meerssen in 876.

Hoogconjunctuur

Deze kerkvorst moet zorgen dat de Maas als belangrijkste noordelijke transportader bevaarbaar en bevlotbaar blijft zeewaarts, naar de Mare Germanicum – de Noordzee zeggen we nu – voor allerlei transporten die bereid zijn zich aan de tolheffingen van dien te onderwerpen.

Hij moet dus optreden tegen wat we tegenwoordig graag de Vikingen of Noormannen noemen, maar ook tegen ongeregelde gewapende bendes die eerzame marskramers, commerçanten, beurtvaarders en voerlieden ter markte kunnen overvallen. Hem zijn daarom die tiendrechten over in gebruik zijnde akkers en houtopstanden toevertrouwd.

Het basisstelsel van fiscaliteiten

Hij mag ze ook onderverpachten, en méér nog, hij mag retributies en accijnzen verzinnen betreffende sacramentele en religieuze handelingen en verstrekkingen, zoals verkrijgbaar bij ommedrachten, processies, speciale zegeningen en ga zo maar door. Een wijding van een speciale kaars om mee te dragen rondom de wonderbaarlijke golgothagroep waarover Strijp vermag te beschikken, de Nehallenniasteen die al genoemd werd. Wie zo’n kaars koopt, doet wijden en meedraagt, gewijde gebeden prevelend in die kruisdragingsoptocht, kan, bij juiste intentie en volmaakt berouw, kwijtschelding van bijna alle zonden krijgen. 

Deze aankoop, ommedracht en gebedsplenging zijn fiscaliteiten, belastbare feiten. In het Luikse systeem althans. Als de gelovige sukkelaar nadien niet meer zondigt is hij zeker van een zalige dood. Maar wie houdt dat vol? Dat valt nog niet mee met alle herbergen rondom de gemeyne weide en de durskes die beschikbaar zijn. En de drank, o, de drank. Maar dan is de eerste kruisommedracht in november wel weer geschikt om opnieuw een kaarske aan te steken.

Luik centrum
Het machtscentrum van de prins-bisschoppen van Luik: het paleis en de Sint-Lambertuskathedraal (foto: Wikimedia Commons).

De inners en hun personeel

Daarom zijn dekens en pastoors als inningsgerechtigden geweldig inventief om deze soort indirecte belastingen op te leggen, mede, omdat ze provisie mogen afhouden. Deze fiscale beambten – dat zijn de priesters of klerken bijna altijd – zorgen dus voor altaren en volksdevoties waarbij Gods gunst op speciale dagen, bij bijzondere gelegenheden en rites verkrijgbaar zijn. Ook te Strijp. Een pastoor die in deze tijd van hoogconjunctuur geen relieken weet te verwerven waarbij de Driekoningen Caspar, Melchior en Balthasar kunnen worden aangeroepen om te bemiddelen bij kwijtschelding van tijdelijke schuld aan zonden is de kruinschering niet waard.

De Driekoningen, dat weet immers iedereen, zijn begraven onder de Dom van Keulen waaraan ook de Prins-Bisschop te Luik onderhorig is. En die gunt iedereen graag aflaten, mits maar netjes geregistreerd en bevoegd geïnd. Want op de provisies komt het aan. Ook de Heilige Barbara en Apollonia zijn in deze hoogconjuncturele tijden in trek en brengen goed geld in het laadje.

De Striper aanslagberaming

In 1402 is over de tiendheffingen te Strijp te Luik besloten dat de aanslag moet geschieden op basis van de forfaitare belastingplicht  van een ecclesia integra. De aanslag is begroot op 3 guldens, 8 stuivers en 8 denariën. De priester is nu een pastoor. Hij heeft een eigen rechtsgebied. Hij is niet afhankelijk, als pastoor, van Woensel. Woensel is dan al lang een dekenaat. Dat betekent dat Stripe al een tijdje de status van media ecclesia heeft gehad, want een aanslag “springt” niet van de capella quarta-status ineens naar die van integra ecclesia.

Dat betekent dat Strijp al geruimere tijd voldoet aan de canonieke statuur van de ecclesia integra. Zeker al tientallen jaren. Net als bij de verlening van stadrechten bevestigt de verheffing van een kerk van de media-status naar een integra-status een al geaccepteerde en langer bestaande situatie. Als Eindhoven in 1232 stadsrechten krijgt, bevestigt de hertog van Brabant iets wat ter plaatse al lang gepraktiseerd wordt via de feitelijke uitoefening van marktrechten en de heffing van poortersgelden. Zo is het ook met die kerkelijke classificaties.

Het canonieke familierecht toegepast via kanselroepen

Er werd dus oogluikend, met medeweten van Woensel, al lang volledig misgelezen en nu kan men ook een huwelijk hier aanvragen, met zo’n mis. Tevoren kon men wel vragen om de drie roepen ter melding van huwelijksbeletselen vanaf de kansel. Zijn bruid en bruidegom bloedverwantschappelijk niet te dicht aan elkaar verwant? Wie daarvan weet moet het bij de rector van de kerk melden. Men is in deze jaren, omdat er geen burgerlijke stand bestaat, als de dòòd dat volle neef en nicht met elkaar trouwen of broer en zus. Want, omdat er veel kindersterfte is en het kraambed heel vaak dodelijk blijkt, vooral wegens de kraamvrouwenkoorts, kan het best zijn dat de ongeletterde broer en zus, die echt onbekend zijn voor elkaar, trouwen met de meest eigenaardige fysieke invaliditeitsconsequenties voor de zuigeling of het kind.

De broer is, terstond na zijn geboorte, uitbesteed elders ter zoging, bewassing en ligging, totdat hij kan werken ten plattelande. En dat kan in deze periode al heel vroeg. Bij het hoeden, bij het wieden, bij het schoffelen, harken en opbinden. De zus herinnert zich die broer vagelijk. Maar geen idee van gelaatstrekking, uiterlijk en stem. Ze komt een leuke vent tegen bij Strijper Kermis. Hij komt uit het schier onbereikbare Zeelst.

U begrijpt, dat de zus niet vraagt hoe hij daar kwam. Zo’n leuke kerel zag ze niet eerder, en bovendien wordt ze bereden door de angst dat ze zal overschieten. Vandaar de kanselroepen, waarbij namen en herkomst uitvoerig langzaam worden uitgesproken: navraag verder op de pastorie. Daar is óók geen register, maar de pastoor kan op huisbezoek gaan. De kerk is voor deze soort misgeboorten beducht. Het dekenaat spoort aan bij gelijkenis op het eerste zicht diepgaand navraag te doen.

Landweg in de Kempen
Landweg in de Kempen (illustratie: Rijksmuseum Amsterdam).

De kerk en de publieke orde van policie en justitie

Zo bewaakt de kerk zijdelings de volksgezondheid. Bedenkt, dat buiten de kom reizen van het geboortedorp of –gehucht alleen wordt gedaan in uiterste noodzaak. Het is gevaarlijk. Het is duur. Ook bij afstanden waar wij nu onze hand niet voor omdraaien. Is een mis mogelijk, dan kan op het kerkhof een volledige absoute plaatsvinden met een finale bezwering van kwade zielen die het op het stoffelijk overschot gemunt hebben – om erin te gaan wonen – of er niet via de normale lichaamsopeningen uit willen gaan.

Dat gaat spokerijen tegen die de meest desastreuze gevolgen kunnen hebben.  Kwade zielen kunnen vrouwen verleiden om heks te worden, want zij zijn intermediair tussen duivel en aarde. Heksen hebben met die duivel geboeleerd – geslachtsgemeenschap gehad – en kwade zielen kunnen alleenstaande vrouwen makkelijk daartoe overhalen.

Zitten er heksen op het dorp, dan ben je ze, net als bij muskieten, niet zomaar kwijt. Een pastoor kan het laatste oliesel bij nacht en ontij toedienen. Hij geeft dan de absolutio in articulo mortis. In de laatste biecht. Dan hoeft de ziel niet naar de hel. De ziel is bevrijd van eeuwige zondeschuld.  Wel moet de ziel nog boeten in het vagevuur, goed, maar Lucifer en Beëlzebub hangen daar niet rond. De ziel komt niet in aanraking meer met duivelse inblazingen. Die Strijpse pastoor heet Jan Dorkens. Hij weet van wanten. Hij wordt geassisteerd door Walther Keyzer die nog in de leer is.

De Strijper kerke-ac(k)kers

Keyser beheert de kerke-ackers en geeft de feitelijke oogsten af aan de collector, de dekenale hoofdinner, uit Woensel. Hij schrijft de stuivers in het register van de kerkfabriek van Strijp: het geheel van stoffelijke voorzieningen waaruit de salarissen en kosten van de parochie-beambten – kapelaan, pastoor, rector, doodgraver, aflegger en aanzegger, voorzanger en trommelaar – betaald worden in munt. De fabriek heeft schuren, wanmolens, karntonnen, fondsen, agrarische werktuigen en voorraden in bezit. Ten dienste van het gemeen. Het is een openbare nutsinstelling. Die pasmunt, de stuiver, is er nu. Zilverpenningen ook, zelfs guldens, als het meezit. Stuivers, voor de mindere man.

De kerk kan ook sparen en renten trekken. Maar dan moet de pastoor echt naar Eindhoven over de Gagelpaden. Dat doet hij met tegenzin, want daar barst het van de heksen. In Leuven is pas een faculteit in de demonologie opgericht om dat soort creaturen te bestrijden. De Strijpse pastoor is niet zo geleerd dat hij zulk een cursus aan zou kunnen. Maar hij kan een demonoloog laten komen. Een duivelsexpert. Een spokenjager met academische licentie. Hij heeft zijn diploma altijd bij zich, al kan niemand het papier lezen. Maar de zegels zijn indrukwekkend. En zijn declaraties ook.  Dat kost dus knaken.

De kerstmissen

Omdat het best wel goed gaat, geven ook de Strijpenaren veel uit met de patroondag van hun Heilige Trudo, de kerstmis, de mis ter herdenking van de verheffing van hun kapel tot volledig bedehuis waar je de sacramenten bijna allemaal kunt krijgen, kortom: de kerstening van het schuurhuis tot volledige kerk, een gebouwelijkheid die voldoen moet aan de hoogste aanslag in de tienden. In Strijp wordt er daarom wat geknutseld aan het kerkschip dat fraaiere gewelven krijgt en muurschilderingen.

Op die kerstmis wemelt het van volk uit de omliggende vlekken, gehuchten en gemeenschappen die gezamenlijk weidegrond bezitten of een brandkuil. Ook zij komen Gods genade, die op die dag bijzonder goedgunstig verstrekt kan worden, inroepen, want al gaat het redelijk goed, een ongeluk zit in een klein hoekje en hekserij blijkt onuitroeibaar al zijn de nieuwere zegens en bezweringen nog zo goed. De priesters delen uit de kerkelijke genadeschat die Christus heeft willen gunnen aan deze rechtsorganisatie graag uit, maar natuurlijk gaat ook hier de zon niet voor niets op. Tegen goed geld of tegen goede ruil met stoffelijke waar.

Dat laatste blijft op het gehucht Strijp regel. Munten zijn schaars, vooral in Strijp. En je kunt ze nooit ter plaatse ijken of ze nog geldig zijn. En je weet nooit of het gehalte edelmetaal klopt. Als dat er al is, want er wordt veel geknoeid. Ruilen is daarom beter, dan weet je wat je hebt en krijgt. Er komen te Woensel dus opslagplaatsen voor de oogsten, die afgedragen worden aan de Luikse hoofdinners, meestal abten met wie de dekens afspreken wanneer ze komen leveren en op welke kwijtingen, die ook officieel geregistreerd moeten worden.

De abt geeft die kwitanties af en laat ze bijschrijven in de cohieren te Luik. Dat gebeurt op de bisschoppelijke curie aan het Sint Lambertusplein. Daar worden de verschuldigde vervolgprovisies aan de hogere kerkelijke beambten berekend tot die van de Heilige Stoel toe. De Abt geeft door aan de dekens wat verder afgedragen is. En geeft eventueel finale kwijting. In Strijp en Woensel is dat de abt van het klooster dat toegewijd is aan Sint-Truiden. Luik wordt zo rijk en blijkt in staat tot effectieve politionele expedities als de Koning van Frankrijk maar binnen zijn landsgrenzen blijft.

Lees hier verder in Oud Strijp (5): Striper isolatie in het armzalige beekdal.

Ga hier terug naar Oud Strijp (3): Stripe quarta capella.

Reacties

Reacties laden…

Feedback geven

Wat vind je van deze pagina? We horen graag wat beter kan.

0 van 300 tekens gebruikt

Deel geen gevoelige gegevens, zoals je BSN, adres, telefoonnummer of medische informatie.

Oud Strijp (4): Stripe ecclesia integra in de Luiker bedeling | BHIC