Direct naar de inhoud

Let op! Dit is de beta website van BHIC. Reacties die je hier achterlaat, gaan verloren na officiële livegang.

Terug naar overzichtOverzicht
Oud Strijp (5): Striper isolatie in het armzalige beekdal

Oud Strijp (5): Striper isolatie in het armzalige beekdal

Gerard Strijards

13 februari 2025

Bijgewerkt op 21 februari 2025

De Strijpers begrepen er helemaal geen moer meer van.

De strijper broeken een verdedigingslinie

Maar ze wisten wel, dat het linke soep was om naar Eindhoven te tijgen door hun moerassen. Laat staan om naar Den Bosch te sjokken over de Bossche Baan. Want dan moest men door heidegebieden, waar ineens het wemelde van gedroste militairen die zich hadden geformeerd tot criminele organisaties, met daarin specialisten die de hellebaard goed wisten te gebruiken, maar ook hun steek- en slagwapens. Of hun vuurroeren. Ze brandschatten het Kempenland. Ze kwamen uit het Maasdal, waarin deze Luikse guerrilla’s waren gevoerd.  Ze hadden daarbij flink lichamelijk letsel opgelopen, of ze nu behoorden tot de huurlingen van de Luikse opstandelingen  of tot de geregelde troepen van de Bourgondiërs.  Ze konden hun krijgsstielen, die ze goed beheersten uitoefenen.

Ze onthoofden met hun Zwitserse hellebaarden zelfs geharnaste ruiters met gemak, in één vloeiende beweging, waarbij de neerstortende ruiter meteen vaardig geplunderd werd en het paard weggeleid naar de achterhoede. Maar dat was dan ook het enige vak, dat ze beheersten, daarvoor waren ze uit Savoye naar dat dal gekomen.  Ze hadden uiteraard in de heen en weer golvende strijd verwondingen opgelopen die hen belette verdere beroepen of ambachten uit te gaan oefenen, dus werden ze bij de vleet afgedankt. Ze marcheerden, elkaar ondersteunend, in hun pelotons dat dal uit bij het fort van Horne tegenover Roermond, dat aanstonds de poorten sloot.

En ze klommen omhoog naar de grote heerbaan van Valkenswaard naar Den Bosch, want daar waren vooral bossen en heidevlakten, waar ze ongestoord konden legeren en plunderen. Wie zich op die baan bevond, was de pineut. Dat hielden ze jaren vol. Want weerstand van enige betekenis ondervonden ze niet. De steden hadden wel burgerwachten binnenspoorts. Die zonden wel soms vendelbrigades uit, maar die waren tegen deze beroepssoldaten niet opgewassen. De gedroste huurlingen konden hun gang gaan. Maar niet zozeer in Strijp, omdat dat een groot deel van het jaar onder water stond. De broeken en vennen bleken nu een ongedachte verdedigingslinie, want de soldeniers zakten onmiddellijk weg met hun zware zijdgeweren en borstplaten in de drab en verzopen jammerlijk temidden van de schelgele gagels. Bekrijst door de enorme zwermen kraaien boven hun gehelmde hoofden die reutelend verdwenen in het stille, stille verzuurde Genderwater. Wat tot 1470 een waterstaatkundig euvel was werd nu een defensiebarrière van betekenis.

Avercamp, Winterlandschap, ca. 1608
Hendrick Avercamp, Winterlandschap met ijsvermaak, ca. 1608 (bron: Wikimedia Commons).

De aanvang van de kleine IJstijd

Het hele rechtshandhavingsapparaat links van het Maasdal stortte inéén.  Als bij een donderslag. Beurtvaartdiensten waren niet houdbaar. Het stapelrecht, om ter markt geleverde goederen bij voorrang en tegen gereduceerd tarief stedelijk op te kopen voor verdere afzet bij detaillisten, werd nauwelijks meer uitgeoefend. Want voorraden trokken alleen maar plunderaars aan. Dat gold ook voor de keuterboeren die daarom zorgden dat de schuren leeg bleven.  De gevolgen voor de economie waren desastreus.

Maar daarbij kwam een klimaatverandering, die thans bekend staat als de “Kleine IJstijd”. Een betrekkelijke koude periode van het eind van de vijftiende eeuw tot diep in de negentiende eeuw. De gemiddelde temperatuur op jaarbasis daalde met 1 à 2 graden in verhouding tot die rond het millennium. Verder was er bijna onafgebroken forse regenval in de noordwestelijke streken van Europa. Overal mislukten door deze combinatie de oogsten. In Stripe dat zo vaak en zolang onder water stond was het bijna onmogelijk om de landbouwgronden volgens het drieslagstelsel te bewerken.

Het drieslagstelsel en de agrarische varianten ervan

De striper boer placht één jaar op een akker wintergraan te zaaien. Tarwe en rogge. Dan het volgende jaar zomergraan. Brouwgranen gerst en haver. Voor het brouwen van bier en het stampen van veekoeken. Daarna één jaar braak. Dat was om dat akkerstuk mineralogisch te doen aansterken.  En dan weer van voren af aan. Zo had hij doorgaans zijn land voor 66% optimaal in gebruik.

Hij had per jaar meerdere oogsten in diversiteit. Maar bij diep in de grond gedrongen vorst, terwijl die grond drijfnat was, kon men in de winter niet ploegen of openbreken. Een ander stelsel was op de armelijke zandgrond niet bruikbaar. Er was weinig mest. Dat kwam uit de potstallen en was vaak verzuurd. Het was een primitief stelsel, maar kon, mits consequent toegepast toch vruchtdragend zijn.

Als de echter de vorst tot diep in de lente in de grond bleef zitten, kwam van die consequentie niet veel terecht. Maar helemáál niet als ruiterbenden of gelederen landlopers over de akkers kwamen stampen. De striper boer placht zijn zware rogge uit te ruilen tegen rapen, klaver en betere hooigrassoorten. Dan had hij een gevarieerder tafel. Dat kon hij doen bij beurtvaart. Als er uit betere streken zuidwaarts bij Turnhout of Poppel waren werden aangebracht te Eindhoven.

Hertogdom Gelre
Hertogdom Gelre, op een kaart van Abraham Ortelius uit 1592, met het oosten aan de bovenzijde. Gelre omvatte naast ruwweg de huidige provincie Gelderland ook het noorden van de huidige provincie Limburg. (bron: Wikimedia Commons; daar is de kaart in hoge resolutie te zien).

De Gelderse invallen

Maar het feit dat de Brabantse economie door bedelaarsbenden gedestabiliseerd was, dat buit makkelijk en kosteloos te verkrijgen was en makkelijk afzetbaar op een zwarte markt trok bij de Hertogen van Gelre – een rijkje in het Heilig Roomse Rijk dat ook graag militair wilde expanderen met hulp van de koning van Frankrijk – militaire gelukzoekers aan, die dachten zich óók maar eens in Braboland te komen verrijken. Een vacuüm trekt altijd huurlingen aan. Die op private grondslag mee marcheren met geregelde troepen.  In hun dekking gaan ze voor eigen rekening op rooftocht. Is dat lucratief, dan blijven ze. Bij hen vervoegen zich dan de soldaten uit de geregelde afdelingen die niet goed meer in de eerste linie kunnen vechten. Dat gebeurde nu ook in Zuid-Oost Brabant. Het was een nieuw fenomeen dat nog onbekend was aan de transportbedrijven op Hasselt of Leuven, die hun geregelde diensten probeerden te hervatten nadat de rust rond het geblakerde Luik was neergedaald. Die oude geregelde diensten moesten toch weer hervatbaar zijn, ook al omdat de hoge overheid belang had bij de accijnzen op goederen en diensten bij geregeld handelsverkeer?

Toen echter de eerste Gelderse huurlingen zich en masse in het machtsvacuüm gingen storten dat De Kempen nu waren geworden kon dat evenmin. Maarten van Rossum, uit Zaltbommel herkomstig, was bij de hertog van Gelre aangenomen als brigadegeneraal om Kempenland volkomen te destabiliseren. Als inleiding voor een strategische oorlog, die zijn hertog zag zitten, nu de Bourgondiërs wat hem betreft te hoog noordwaarts oprukten. De nederzijging van het Luikse neutraliteitsstelsel kwam de hertog van Gelre, dat een Duits rijk was, geweldig goed uit. Achteraf hebben de Bourgondiërs ook wel begrepen dat zij zich aldus lelijk in de vingers hadden gesneden. Ze hebben getracht de status quo in dat opzicht te herstellen. Maar gelukt is ze dat niet meer. Het was toch te veel uit de hand gelopen.

De strategie van Gelre

De hertog van Gelre dacht een halt te kunnen toeroepen aan de Bourgondische machtsaanspraken. Hij kreeg daarbij hulp van de Fransen. Beide mogendheden zetten nu in 1542 Van Rossum in als veldheer om via de Maas Vlaanderen te veroveren, de oer-habitat van de nieuwe keizer van het Heilig Roomse Rijk der Duitse Natie. Van Rossum ging daarbij de tactiek van de verschroeide aarde toepassen nadat zijn troepen bij Horne uit het Maasdal waren geklommen westwaarts marcherend. Hij liet ze via de Peel aanmarcheren op Sint-Oedenrode. Daar zochten ze legering om later uit te waaieren. Ze legden garnizoen bij Vught, Hoogstraten en Maarheeze in afwachting van de tros. In die tussentijd brandschatten ze de hele streek. Want van de veldgewassen konden ze niet leven en de voorraadwagens waren nog lang niet gearriveerd. Ze kwartierden in bij alle boeren, verkrachtten de vrouwen en slachtten vee. Daarna brandden ze alles plat. Steeds weer als er een nieuw huurregiment was aangekomen.

Landweg in de Kempen
Landweg in de Kempen (bron: Rijksmuseum Amsterdam).

Campina desolata

Campina desolata, dat lezen we nu vaak in de ambtsberichten van de stedelijke overheden aan de centrale Habsburgse regering te Mechelen en Leuven. De Kempen zijn verlaten, u kunt geen fiscaliteiten meer heffen. Er zijn geen belastbare feiten meer.  Het landschap, zwartgeblakerd, kreeg niet de tijd tot herstel. Het bleef vlak, landelijk en onherbergzaam met alleen een suizende schrale wind. Ook Strijp kreeg zijn deel. Het kreeg evenmin gelegenheid om te recupereren. Plannen om het Trudokerkje te vergroten werden opgegeven. De Kempen en zijn heides werden nu voor de eerste keer gebruikt door grotere militaire afdelingen om slag te leveren, want geen blind paard kon er nog schade doen.

Toch kwamen er nog inners voor de accijnzen en tienden namens Truiden. Die vingen bot. Maar ze bleven aandringen en ook uit Strijp werd nu protest aangetekend tegen deze ambtelijke hardnekkigheid. Waarom belasting betalen, als de stripers niet beschermd werden? De ervaring leert historici dat ingezetenen die van hun overheid geen enkele rechtsbescherming krijgen, in ieder geval het gaan verdommen belasting te betalen. Ze komen niet altijd in opstand.

De forfaitaire aanslagen

Maar ze voldoen de gestandaardiseerde aanslag consequent niet meer wanneer de overheid hun aanrandingen van lijf, eerbaarheid of goed en die van hun aan- en bloedverwanten niet regelmatig en met korte slagen afstraft. Als de pakkans nihil is, komt er burgerlijke ongehoorzaamheid. Vooral als de overheid niet luistert en de aanslagen hoog zijn, buiten verhouding. Dat was de situatie in Strijp. Totale anarchie was het gevolg: ambtenaren konden zich er beter niet meer tonen en eigenrichting werd vanzelfsprekend. Zoals de hedendaagse situatie dreigt te worden in Nederland. Overheden leren het nooit. Burgers óók niet, maar die betalen uiteindelijk de rekening, zoals we ook in onze dagen meemaken.

De protesten tegen de aanslagen werden in het begin wel netjes in fiscale adressen bij de vertegenwoordiger van Luik uitgereikt. Maar die was foetsie.  De adressen werden wel bij het dekenaat ingezameld, maar verzenden naar de aartsdiaken te Sint-Oedenrode leek niet raadzaam. Maar het werd nog erger. Veel erger. Toen de opstanden uitbraken van 1566, die wij, mogelijk ten onrechte, hebben leren kennen als godsdiensttwisten. Als ze dat geweest zijn, dan heeft geen striper daaraan deelgehad, want van godsdienstleren had hij geen verstand.

Lees hier verder in Oud Strijp (6): Striper welvaart eindig.

Ga hier terug naar Oud Strijp (4): Stripe ecclesia integra in de Luiker bedeling.

Reacties

Reacties laden…

Feedback geven

Wat vind je van deze pagina? We horen graag wat beter kan.

0 van 300 tekens gebruikt

Deel geen gevoelige gegevens, zoals je BSN, adres, telefoonnummer of medische informatie.