Direct naar de inhoud

Let op! Dit is de beta website van BHIC. Reacties die je hier achterlaat, gaan verloren na officiële livegang.

Terug naar overzichtOverzicht
Oud Strijp (2): Stripe Kercke

Oud Strijp (2): Stripe Kercke

Gerard Strijards

4 februari 2025

Bijgewerkt op 21 februari 2025

Nevelen hangen zwaar over de Kempen. In de ochtend zelfs zware mistbanken, blijvende schemeringen brengend over een dode sprang van de sterk meanderende Gender.

Een strijpe bij een binnenmeer

Het water dat hier in herfsttij geloosd wordt door die beek blijft de seizoenen staan. Het verzuurt de grond. Slechts spurrie en gagel wil hier groeien en biedt heul aan immense kraaienkolonies. Een streep land blijft echter de jaargetijden droog.

De streep, de stripe, vormt een drempel in de al genoemde centrale Brabantse slenk, een grondkanteling uit de Late IJstijd. Deze laat-glaciale breuk heeft veroorzaakt dat er een soort van binnenmeer ontstaat tussen Peelrand en de Noordwestelijke breuklijn waarachter uiteindelijk zeegaten en weteringen opdoemen. Dat binnenmeer is brak. Het heeft communicatie met de getijden. Het meer dringt, naarmate de zeespiegel stijgt, oostwaarts op.

Daarom zijn donken, gestels, strijpen en zandruggen voor de bewoners, die hier noodgedwongen neerstrijken – op de vlucht in de mateloze melée van de volksverhuizingen westwaarts – zo belangrijk. Vandaar die steeds weerkerende plaatsaanduidingen met daarin het naamwoord “stripe” of “stripe”. Het is een soort verlokkingswoord ter vestiging: kom maar, hier zit je veilig en droog en hier kun je daarom ook nog drinkputten slaan.  Daarom komen er mensen te zitten op de strijpe onder het gehucht dat later als Eindhoven een geduchte marktplaats wordt.

Computeranimatie Sint-Trudokerk
Een zwaar opgeleukte computeranimatie van de steen van Nehallennia die eeuwen in de oostwand van het Strijper Schuurkerkje heeft gezeten tot 1887. Je ziet de steen, in de christelijke periode 550-1300 zwaar bewerkt en verkracht om van de Romeinse Godin een Golgothagroep te maken. Pastoor Maas wrikte de steen los en plaatste deze voorstelling aan de westzijde van zijn gloednieuwe Trudokerk op de plaats waar later een doopkapel zou komen. Ook weer bij de torenpartij. Dat ging echter niet door, en toen is de steen tijdelijk weer ingemetseld in de trappenhal naar het hoogkoor aan de noordzijde. Dus inpandig. In de hoofdtekst vindt men de referentie aan het boekje waarin de steen wordt beschreven. (Fotomontage: bewonersgroep KerckeWoud, Strijp.)

Een offersteen

Op het hoogste punt van deze stripe een offersteen, nog aangebracht door een Romeinse verkenningseenheid. Ze is gewijd aan de godin Nehalennia. Het is een gigantisch blok. Een votiefaltaar dat in de Rijnstreken vooral door geronselde Germaanse grensbataillions op geregeld afstanden wordt opgericht. Ze moet reizigers beschermen tegen overvallen, verdrinking in de zompen en behouden vaart borgen.

Verderop, op een hogere zandrug, een doorgaande handelsroute. Daarop wordt bij de Wodans-celle - nu Woensel, ook een wijk uit Eindhoven - een op een zandverhoging gelegen open plaats gewijd aan Wodan, in de achtste eeuw een gefortificeerd kerkje gebouwd door missionarissen. Die kerstenen met harde hand. Het christendom is met geweldpleging verbreid onder het volk dat men ook wel de Taxandriërs noemt. Deze naam noemt Plinius de Oudere als soortaanduiding voor het gemelijke volkje dat hij in deze drassen meent te ontwaren.

Hij gebruikt de aanduiding Texuandri, dat doelt op allen "achter de Schelde" (d.i. ten oosten van de Oosterschelde) wonend. Echt veel inhoudelijke betekenis heeft dat dus niet. De naam zou bestaan uit de Germaanse woorden tehswa en andra en zo "op de rechteroever" betekenen. Anderzijds kon dit volk zijn naam ontlenen aan de taxus en verwijzen naar de vroegere Eburonen wier naam naar dezelfde struik verwees. Plinius steekt niet onder stoelen of banken dat hij het gekke gasten vindt. Hun landerijen, akkers, houtopstanden, lopen steeds onder water vanwege dat brakke binnenmeer: wie wil hier nu toch wonen? Ze moeten heuvels opwerpen om droge voeten te houden.

Bij eb vangen ze inferieure slijmerige vissen die geen Romein door de keel zou kunnen krijgen. Het is hier somber, vies, gallig en brak. Deze lieden moeten gek zijn. Plinius vergeet dat het vluchtelingen zijn. Ze moesten hier wel neerstrijken. Ze werden verjaagd door woestelingen. Het zijn lui, die gelden als het aanslibsel der naties op drift. Daarom hebben ook de Franken er weinig mee op. Ook al komen ze tevens om het christendom te vestigen, een geloof, waar de Franken alle kanten op kunnen. Wie het niet geloven wil, moet het maar voelen, vinden de missionarissen, die onderdeel uitmaken van de verkenningseenheden.

Sint-Trudokerk Strijp voor 1936
De Sint-Trudokerk vóórr de brand van 1936, waarna een nieuwe westfront met toren werd gebouwd. De verbeitelde offersteen was aan de binnenzijde ingemetseld, ter hoogte van '3'.  (Foto: bewonersgroep KerckeWoud, Strijp).

De verbeiteling van het offerblok

Zij dalen af naar de stripe en kloven het offerblok. Ze maken van de ene helft een doopvont. Van de andere een kruisafneming te Golgotha. De ranke gestalte van Nehalennia kan goed daartoe verbeiteld worden. Van haar troon wordt een crucifixscène gemaakt. Maar er is veel voor gekloofd en veel beschadigd. Dat kun je later op een negentiende-eeuwse foto nog wel zien. De katholieke pastoors uit de negentiende eeuw mistrouwen deze steen, maar haar verwijderen uit de transeptgevel, dat is óók weer zo wat. Al willen die priesters dat eigenlijk liever wel.*

De steen is, zo memoreren ze, sinds mensenheugenis een legendair object van aanbidding in de noordelijke kruisgevel van het Sint-Trudokerkje te Strijp. Er komen veel processies op af die daar kruisaanbidding willen verrichten.  De bedevaartgangers menen dat ze te maken hebben met een primitieve Calvarieberg of Golgothagroep met een wenende Maria. Ze bidden er de rozenkrans en doen vreemde aanroepingen in een vreemde taal. Pastoor Maas, de bouwpastoor van de huidige Strijper Trudokerk moet die steen eigenlijk niet. Hij denkt dat ze heidens is van herkomst.

Maar zijn parochianen zijn aan deze voorstelling overduidelijk gehecht. Ze eisen, als een nieuwe kerk gaat gebouwd worden, dat deze steen in de zuidelijk beuk ervan wordt ingemetseld.  En dat gebeurt dan maar. In Jesusnaam. De opvolgers van Maas proberen de steen weg te moffelen. En één hunner lukt dat.  Daarover hierna nog meer. Want deze opvolger haalt daarvoor de gekste streken uit. De steen was in de middeleeuwen al een religieuze attractiviteit. Het Bossche Bisdom wil daarom deze volksdevotie niet schenden. Maar de opvolger trekt zich daarvan niet veel aan. Hij ruikt heidens bloed.

De stripe, met die verhaspelde steen, is nu in de voormiddeleeuwen, vaardig bemeubeld om het christendom in de langgerekte beekvallei te ontvangen: de doop kan er geschieden, de uitvaart in gewijde grond onder de schutse van de lijdende godszoon is geborgd. Er komt een ampel kerkje.

Sint-Trudokerk Strijp
De huidige Sint-Trudokerk, met toren en doopkapel (foto: collectie BHIC, fotograaf: Wies van Leeuwen, nr. PNB001018808).

Stripe Kercke

In 1402 wordt het een parochiaal gebedshuis. Met drie altaren. Later komen er drie fraaie zware klokken om de wijde omgeving tot de alleenzalig makende rechtsorganisatie te roepen die de katholieke kerk inmiddels is geworden met paus en hiërarchie. De Strijpse pastoor koeterwaalt de voorgeschreven liturgische formules bij de hoogtepunten van de levensgang van de aan zijn wijdingsmacht toevertrouwde gelovigen. Hij valt onder de rechtsmacht van een militaire gouverneur, de prins-bisschop van Luik. Daaraan moet hij belastingen betalen via de deken van Woensel, de wodans-celle, de stripe tienden.

Die worden nauwkeurig genoteerd in het Luikse fiscale register. Ze verraden wasdom en welvaart onder de stripenaren. Het kerkje wordt bemeubeld met fraaiigheden waaronder een sacramentstoren en een Barbara-beeld. Er komt een zware klokkenstoel en een kerkhof met calvarieberg. Midden in de drassen die rondom dat hof blijven lopen naar de gemeyne brandkuil vlak vóór de stoel.

Die kuil schikt tot blus- en drinkwater voor de stripenaren. Maar zij drinken aldus ook, eeuw na eeuw, lijkengif in uit de derde laag van het middeleeuwse dodenakkertje, goed voor de rustplaatsen van de stoffelijke overschotten van de stripers. Die laboreren daardoor aan de raarste ziekten, waarvan knoekerende zinkings- en danstoevallen de geringsten zijn, want meestal slaat cholera en typhus rabbiater toe.

Een wenkende toekomst

Toch lopen de Stripenaren welgemoed en hossend hun toekomst tegemoet, welgemoed met carnaval hun kraaienlied en later de kraaienmars aanheffend, op weg naar de aanschouwing hunner schepper onder de schutse van Sinte Trudo, hun kerkelijk patroon, die hen herinnert aan de fiscale afdrachten die zij de abt van Sint Truiden via Woensel verschuldigd zijn.

Tot aan de Tachtigjarige Oorlog kwijten de stripers zich daarvan blijmoedig. Dan krommen hun ruggen zich onder Hollandse terreur. Armoede verwaast de gagels, waartussen de heksen moeten schuilen die zinkings- en katterale toevallen veroorzaken. Tot aan de wende die de twintigste eeuw de stripers bereidt, omdat een inventief man een lampenfabriek opricht die bestendige bestaanszekerheid in overvloed de stripers bereidt.

* = Zie: Strijpe kerk, niet van gisteren, Zeshonderd jaar kerkgeschiedenis, ISBN 978-90-5850-912-3 Uitgeverij Wolf Legal Publishers, Nijmegen/Oisterwijk/Tilburg, 2012, pp. 55-57.

Lees hier verder in Oud Strijp (3): Stripe quarta capella.

Ga hier terug naar Oud Strijp (1): Striper rugge.

Reacties

Reacties laden…

Feedback geven

Wat vind je van deze pagina? We horen graag wat beter kan.

0 van 300 tekens gebruikt

Deel geen gevoelige gegevens, zoals je BSN, adres, telefoonnummer of medische informatie.

Oud Strijp (2): Stripe Kercke | BHIC