Direct naar de inhoud

Let op! Dit is de beta website van BHIC. Reacties die je hier achterlaat, gaan verloren na officiële livegang.

Terug naar overzichtOverzicht
Vete in Lith: meel, messen en de wet (1789-1790)

Vete in Lith: meel, messen en de wet (1789-1790)

Stef van Eijndhoven

17 februari 2026

Bijgewerkt op 29 juni 2026

De oud-rechterlijke aktes van de gemeente Lithoijen van rond 1800 bieden een inkijk in een kleine gemeenschap van bewoners aan de rivier de Maas onder de vleugels van de stad ’s-Hertogenbosch, de vrijheid Oss en het graafschap Megen. Voor deze notitie heb ik aktes geselecteerd die een bijzonder relaas beschrijven, een bijzonder feit belichten of juist het alledaagse weergeven. Het leert ons dat, de essentie van “samen leven” in zo’n gemeenschap door de eeuwen heen niet is veranderd. In dit deel: meel, messen en de wet (1789-1790)

Lithse molen, begin vorige eeuw

Aan het eind van de achttiende eeuw escaleerde een zakelijk geschil in Lith tot een gewelddadig treffen en een juridisch steekspel over het molenaarsrecht. In juni 1789 ontstond een conflict tussen de twee dat hoog opliep. Bakker Reuser had namelijk een schuld van 40 gulden uitstaan bij de molenaar Van Drunen. Het betrof de betaling van enige zakken rogge- en tarwemeel, die door Van Drunen aan de bakker waren geleverd. Van Drunen had  Reuser reeds enige malen gemaand hem de 40 gulden te betalen. In een akte door de secretaris van Lithoijen opgeschreven staat een verklaring die Gijsbert van Drunen op 9 juli 1790 aflegt voor de dingbank van Lithoijen betreffende deze openstaande rekening.

In zijn verklaring lezen we dat Gijsbert van Drunen op 7 juni 1789 naar de secretaris van Lith, de heer Vriezekolk ging, naar aanleiding van de openstaande rekening van Anton Reuser. Daartoe moest hij helemaal naar Maren-Kessel lopen, want de secretaris woonde tijdelijk in bij Ignatius van de Velde. Vriezekolk raadde Van Drunen aan Reuser te waarschuwen dat als hij de 40 gulden niet zou betalen, hij niet in kon staan voor de gerechtelijke gevolgen die deze weigering zou veroorzaken. De molenaar verzocht Vriezekolk een brief van deze strekking te schrijven.

Toon wat doet gij daar?

Maar de secretaris weigerde dit te doen met de woorden dat een mondelinge boodschap zeker wel zou volstaan. Gijsbert van Drunen ging dezelfde dag nog naar het huis van Anton Reuser. Hij was niet thuis, zo zei de vrouw van Reuser tegen hem. Zij zou hem laten roepen. Toen Anton Reuser thuis kwam gaf Van Drunen hem de mondelinge boodschap van secretaris Vriezekolk. Daarop ontstak Reuser in grote woede, gooide Van Drunen achterover op de grond en bracht hem een snee toe aan de linkerkant van zijn gezicht, van zijn oog tot zijn mond. Reusers vrouw kwam toegesneld en trok haar man weg met de woorden: “Toon wat doet gij daar?” Met een bebloed gezicht is Van Drunen toen weggerend naar de chirurgijn François Ulijn. Hij liet nota bene zijn beste hoed bij Reuser achter. Daar liet hij zich verbinden. Met de zoon van Ulijn, Anton Ulijn, is hij naar het huis van Pieter Benjamin Papo, de drossaard te Lith, gegaan. Daar heeft hij het voorval gemeld, maar de drossaard heeft zelfs tot op de dag van vandaag geen actie ondernomen. 

In dezelfde zaak en op dezelfde datum, 9 juli 1790, leggen de chirurgijn François Ulijn en zijn zoon Anton een getuigenis af op verzoek van de officier van justitie van Brabant en het land van Overmaas. Zij verklaren dat op 7 juni 1789 ’s avonds de molenaar Gijsbert van Drunen naar hun huis was komen lopen. Van Drunen was gewond en bloedde hevig aan de linkerkant van zijn gezicht; het gevolg van een diepe snee van anderhalve duim. Van Drunen vertelde vader en zoon Ulijn dat hij naar Anton Reuser was gegaan om hem te manen vanwege een openstaande rekening.

Ongelukkig genoeg

De broodbakker Reuser zou de molenaar daarop bij het haar hebben gepakt en zijn gezicht met een mes hebben bewerkt met de snee als resultaat. Als de vrouw van Reuser hem er niet van had weten te weerhouden, dan zou Reuser de molenaar wellicht de keel hebben doorgesneden. Nadat François Ulijn hem had verbonden ging zijn zoon Anton samen met Van Drunen naar de drossaard Pieter Benjamin Papo. Pas na lang aandringen opende de drossaard een raam. Anton vertelde de drossaard van het voorval, waarop hij verveeld zei: “Dat is ongelukkig genoeg.”

Ook Gijsbert van Drunen mengde zich in het gesprek en wilde de drossaard ertoe bewegen zijn verwondingen aan het gezicht met eigen ogen te bekijken. Maar de drossaard gaf geen sjoege en liet de deur voor hen gesloten. Daarop zijn Anton Ulijn en Gijsbert van Drunen, na een glas bier te hebben gedronken bij Van Sonsbeek, ieder naar huis gegaan.

Het conflict kreeg een staartje toen Reuser, die niet meer bij Van Drunen kon kopen, probeerde het lokale molenaarsrecht te ontduiken. Op 24 juni 1789 zagen getuigen hoe de bakker stiekem graan naar de molen in Alphen bracht. Toen hij met een visaak vol meel terugkeerde via een sloot in Lith, werd hij opgewacht door Van Drunen, een knecht en de vorster. De commies Cornelis van Dockum riep: “Het is meel!”, waarop de molenaar direct ingreep: “Als dit meel buiten Lith is gemalen, dan laat ik het in beslag nemen.” Het meel werd verzegeld en de schuit aan de ketting gelegd.

Pas een jaar later, in 1790, werden de officiële getuigenissen vastgelegd. Hieruit bleek dat de molenaar van Alphen, Johan van Osch, de bakker nog had gewaarschuwd voor de risico's. Reuser bleek echter bewust de confrontatie op te zoeken en had uitdagend geantwoord: “Ik wou dat ze het maar deden en dat is mijn wens en daarom is het me te doen.”  Johan van Osch zei ook nog dat hij het liefst wou dat niemand zo bij hem naar de molen kwam om (clandestien) graan te laten malen of te kopen.

Lees verder in oud-rechterlijke aktes Lithoijen 1798-1803, over diefstal

De tekst van dit artikel is gepubliceerd onder een CC BY-SA 4.0-licentie. Voor de illustraties geldt de licentie die in het bijschrift is vermeld.

Reacties

Reacties laden…

Feedback geven

Wat vind je van deze pagina? We horen graag wat beter kan.

0 van 300 tekens gebruikt

Deel geen gevoelige gegevens, zoals je BSN, adres, telefoonnummer of medische informatie.

Vete in Lith: meel, messen en de wet (1789-1790) | BHIC