Direct naar de inhoud

Let op! Dit is de beta website van BHIC. Reacties die je hier achterlaat, gaan verloren na officiële livegang.

Zoekwijzer slavernijverleden

Het slavernijverleden is een pijnlijk maar belangrijk onderdeel van onze geschiedenis. Lang was het onderbelicht, maar recentelijk zijn er verschillende initiatieven opgezet die bijdragen aan de kennis, erkenning en bewustwording omtrent dit thema. In deze zoekwijzer leggen we je uit hoe je onderzoek kunt doen naar het slavernijverleden van Brabant. Welke archieven en bronnen zijn er? Hoe ga je om met kwetsend taalgebruik en welke termen zijn (on)gepast om te gebruiken? Wat zijn de belangrijkste afwegingen voor onderzoekers?

Inhoudsopgave 

1. Inleiding

2. Sporen in de archieven

3. Zoekstrategieën

4. Lijst van bedrijven met mogelijke banden

5. Zoektermen

6. Andere hulpbronnen

7. Eindnoten

1. Inleiding

Het slavernijverleden, voor de een iets waarmee we nog dagelijks geconfronteerd worden, voor de ander een ver-van-mijn-bedshow. Toch wordt steeds duidelijker dat het slavernijverleden een integraal en vormend onderdeel was van de Nederlandse geschiedenis. Nederlandse banken, bedrijven en families waren niet alleen direct betrokken bij de slavernij, ook maakten ze indirect de handel in tot slaaf gemaakte mensen mogelijk. Denk bij die 'indirecte betrokkenheid' aan de grote stroom van economische activiteiten die verweven waren met de plantage-economie, zoals de scheepsbouw, de productie van handelsgoederen gebruikt in de slavenhandel, de betaling van lonen aan zeelieden en soldaten, verzekeringen en commissies.[1] Er wordt wel gesproken van een 'slavernijcomplex', waarin de Nederlandse economie verweven was met de bevoorrading, financiering, verzekering, verwerking en transport in de Republiek en de andere delen van Europa.

Plantageproducten als koffie, suiker, katoen en tabak werden niet alleen geconsumeerd in Nederland, maar ook verhandeld en verwerkt. Daarnaast verbond de productie van goederen bestemd voor de handel in Afrika en gebruik op de overzeese plantages de Nederlandse economie met het slavernijsysteem. Het zwaartepunt van de verwevenheid van de Nederlandse economie met de slavenhandel en de overzeese plantages, ligt met name in de grote steden en zeeprovincies, zoals Noord- en Zuid-Holland, Zeeland en in mindere mate Friesland en Groningen.[2] Dat is terecht maar ook is inmiddels duidelijk dat de achterlanden en plattelandsregio’s al vanaf de zeventiende eeuw verweven raakten met het slavernijsysteem.[3] Ook in Noord-Brabant waren industrieën verbonden met het slavernijsysteem, denk bijvoorbeeld aan de productie van textiel in Helmond of de doorvoer handel van koloniale waar in Den Bosch.[4]

Onderzoek naar deze banden met Brabant kan een nieuw licht werpen op de manier waarop de gehele Nederlandse maatschappij en economie verbonden was met de slavernij. Het illustreert hoe de koloniale goederen tot in Brabant doordrongen, waardoor een dieper inzicht ontstaat in de complexiteit en omvang van de betrokkenheid van Nederlandse regio’s bij het slavernijverleden. Door specifiek te kijken naar Brabant en het Brabantse landelijke gebied, kunnen verschillen tussen de stad en het platteland worden blootgelegd. Ook kan worden hardgemaakt dat de betrokkenheid bij de slavernij en koloniale handel niet beperkt bleef tot de stedelijke centra, maar ook merkbaar was in de landelijke gebieden.

In deze zoekwijzer leggen we je uit hoe je zelf onderzoek kan doen naar de verwevenheid van de Brabantse maatschappij en economie met slavernij.

Definitie 'slavernij'

Zoals ook later in deze zoekwijzer naar voren zal komen, is het van belang om kritisch te reflecteren op de terminologie die gehanteerd wordt bij het onderzoek naar het slavernijverleden. Allereerst is natuurlijk van belang wat precies wordt bedoeld met 'slavernij'? In het boek Staat en Slavernij, over het Nederlandse slavernijverleden, wordt de volgende definitie van slavernij gehanteerd: “een extreme vorm van individuele onvrijheid en gedwongen arbeid waarin zowel de persoon als de arbeid van de slaafgemaakte als eigendom wordt geclaimd.”[5] Ook wordt de slavernij gekoppeld aan de koloniale expansie van de Europeanen die plaatsvond van de vijftiende tot het einde van de negentiende eeuw. Er wordt daarom ook wel gesproken over de term ‘koloniale slavernij’, omdat slavernij voorkwam in wat ook wel, in neerlandocentrisch perspectief, 'de Oost' en 'de West' wordt genoemd.

Definitie 'directe' en 'indirecte betrokkenheid'

In navolging van andere onderzoeken naar het slavernijverleden, wordt ‘betrokkenheid bij slavernij’ als volgt gedefinieerd: “Het uitreden of financieren van schepen voor de slavenhandel, plantage-eigendom (en dus eigendom van slaafgemaakte), directeurschap van een plantagefonds, inkoop en doorvoer van plantagegoederen, scheepvaart op plantagekoloniën, raffinage van plantagegoederen en het verstrekken van hypotheken voor plantages gelden als directe betrokkenheid. Andere activiteiten duiden wel op een verband met slavernij, maar zien we als indirecte betrokkenheid, bijvoorbeeld als iemand firmant was in een onderneming die zich ook bezighield met de doorverkoop van koloniale goederen of als iemand enkele aandelen had in een fonds dat in plantages investeerde.”[6]

Geografische afbakening zoekwijzer

De zoekwijzer is specifiek toegespitst op het gebied wat ooit de Meierij van ’s-Hertogenbosch was. Het gebied wat nu grofweg ligt in Oost-Brabant, kan worden beschouwd als het achterland van de meer welvarende gebieden in het Westen van de Nederlanden. Toch vervulde deze plattelandsregio een belangrijke functie in de koloniale goederenketens, namelijk als schakel in de doorvoerhandel naar steden als Luik, Aken en Maastricht en andere, meer oostelijk gelegen, gebieden.[7] Ook de plattelands- en huisnijverheid en (latere) proto-industrie maakte van de regio rondom Den Bosch een belangrijk gebied voor de aanvoer van handelsgoederen voor de overzeese handel en plantages. Daarnaast bevond de regio rondom Den Bosch zich in de unieke positie dat het de havensteden van Holland en Zeeland kon bevoorraden, maar ook die van de Zuidelijke Nederlanden zoals Oostende en Antwerpen.

2. Sporen in de archieven

In archieven, waaronder die van het BHIC, kun je sporen van het slavernijverleden vinden. Denk aan de vele handelsverslagen, manumissies (het vrijlaten van mensen uit slavernij - klik hier (opent in een nieuw tabblad) voor meer informatie) en eigendomsakten. In archieven is echter ook veel niet terug te vinden. De giftige ideologie die mensen tot handelswaar maakte, heeft er ook voor gezorgd dat er niet of nauwelijks aandacht werd besteed aan de belevingswereld van tot slaaf gemaakten. De grimmige werkelijkheid is verborgen achter de cijfers en zakelijke verslagen. Het is dus belangrijk dat je oog hebt voor wat niet in de bronnen staat. Om, zoals het wel wordt gezegd, ‘tussen de regels door’ te lezen, ‘op zoek naar de stiltes.’ Het roept de vragen op: Waar wordt niet over gesproken? Welke perspectieven, personen en verhalen ontbreken? Wie werd toegestaan om te spreken en wie niet?

Vrijwel alle bronnen zijn geproduceerd door de kolonisator ofwel de slavenmaker.[8] Dit maakt van het archief dus geen passieve en neutrale opslagplaats. Sommige informatie en documenten wordt opgeslagen en anderen niet. De vraag rijst: welke verhalen worden bevoorrecht en welke worden gemarginaliseerd binnen deze bewaarplaatsen van kennis? Welke documenten verdienen het om bewaard te blijven en welke worden als minder belangrijk beschouwd? Bovendien is het belangrijk om te erkennen dat, ook bij het beheer van de archieven in de daarop volgende jaren, niet dezelfde gevoeligheid aan de dag is gelegd als vandaag de dag. Hierdoor zijn raciale vooroordelen en stereotyperingen bewust en onbewust in stand gehouden in bijvoorbeeld beschrijvingen en inventarissen.

Inmiddels zijn veel van de bestaande bronnen gebruikt voor wetenschappelijk onderzoek en andere publicaties. Ook hier is het belangrijk om op te merken dat het onderzoek vaak een macro-perspectief hanteert, van boven en buiten af. Natuurlijk mede ingegeven door het beschikbare bronmateriaal. Toch is het gevolg hiervan dat veel nazaten van tot slaaf gemaakten zich niet of nauwelijks herkennen in deze geschiedenissen. Zelfs wanneer er met een kritische blik naar het slavernijverleden gekeken wordt bestaat de kans de erfenis daarvan onderbelicht wordt. Te veel aandacht voor de verwerpelijke rol van de slavenmakers kan de aandacht afleiden en er zo voor zorgen dat de slachtoffers opnieuw in de schaduw komen te staan. In recent onderzoek wordt er terecht dan ook veel aandacht besteed aan de manieren waar tot slaaf gemaakten in verzet kwamen tegen het systeem van uitbuiting. Ook wordt er veel nadruk gelegd op oral history om de oververtegenwoordiging van het koloniale perspectief in de archieven te vereffenen.

Dit gezegd hebbende komen we direct op de tekortkomingen van deze zoekwijzer. Ingegeven door het beschikbare bronmateriaal ligt de focus voornamelijk op de economische aspecten van het slavernijcomplex. Het gaat daarom voorbij aan de geschiedenis van het verzet van de tot slaaf gemaakten en de persoonlijke verhalen die ten grondslag liggen aan deze geschiedenis. Waarbij kan deze zoekwijzer dan wel helpen? Terwijl de laatste jaren is gebleken dat ook in Brabant veel sporen van slavernij te vinden zijn, worden deze veelal gepresenteerd als ‘incidenteel’, een onderneming of familie die betrokken was bij de slavernij.[9] In deze zoekwijzer ligt dan ook nadruk op de structurele banden en handelsnetwerken. Netwerken die niet begonnen of ophielden bij de havensteden van Europa, maar zich uitstrekte tot in de achterlanden.

Om de verwevenheid van de Brabantse economie en maatschappij met de slavernij te onderzoeken moeten verschillende archieven, collecties en bronnen gebruikt worden. Sporen van de Nederlandse betrokkenheid bij het koloniale en slavernijverleden zijn terug te vinden in de hand liggende archieven van bijvoorbeeld de VOC, WIC en het Ministerie van Koloniën maar ook van de verschillende kerken die betrokken waren bij het missie en zendingswerk. Veel van deze archieven zijn opgeslagen bij het Nationaal Archief in Den Haag. Voor het onderzoek in de deze archieven zijn verschillende zoekhulpen geproduceerd, onder het kopje ‘verwijzingen naar andere hulpbronnen’ zijn een aantal van deze zoekhulpen opgesomd. Een goede hulpbron voor het navigeren van deze archieven is de recent verschenen gids voor historici, Nederlands kolonialisme van archief tot geschiedschrijving.[10]

Ook in Noord-Brabant en, in het bijzonder bij het BHIC, kunnen bronnen en archieven gevonden worden die niet alleen een licht werpen op het Brabantse, maar ook op het Nederlandse slavernijverleden. Waar de archieven van de grote handelsondernemingen veelomvattend en goed toegankelijk zijn, valt op dat informatie over de betrokkenheid van Brabant bij de slavernij en koloniale handel zeer versnipperd en verspreid aanwezig is de archieven. Ook in de archiefbeschrijvingen en inventarissen zijn nauwelijks aanknopingspunten voor dergelijk onderzoek te vinden. Waarom dit zo is blijft gissen, maar een reden kan zijn dat de verbanden met de slavernij nooit als zodanig zijn opgevat. Het is belangrijk om op te merken dat het hier dus gaat om zijn archieven waarin de banden met de slavernij niet direct naar voren komen. Toch kan met behulp van de juiste zoekstrategie relevante informatie uit de archieven worden gehaald.

3. Zoekstrategieën

De meest relevante archieven zijn de familie- en bedrijfsarchieven, te vinden bij verschillende archiefinstellingen in Noord-Brabant. Verschillende in Brabant gevestigde families en ondernemingen waren zowel indirect als direct verbonden met de slavernij. Maar welke familie- en bedrijfsarchieven bieden aanknopingspunten voor het onderzoek naar het slavernijverleden? Een goed begin is om te kijken naar families en ondernemingen die betrokken waren bij de handel en verwerking van plantageproducten als katoen, suiker, koffie, tabak, maar ook minder bekende plantageproducten als indigo, rijst en cacao. Daarnaast zijn er ook goederen die vaak gebruikt werden voor de handel in Afrika of geproduceerd voor de plantages, zoals verschillende stoffen, ijzerwaren en alcoholische dranken. Je kan hier ook denken aan meer specifieke producten als (plantage)klokken, bouwmaterialen en geweren die vaak verscheept werden naar Afrika of de Amerikas.

In de overgebleven archieven van families en bedrijven die actief waren in deze sectoren, kunnen stukken gevonden worden over handelsgoederen, contacten en andere zaken aangaande de handelsactiviteiten waaronder mogelijk ook de handel in tot slaaf gemaakten of andere vormen van betrokkenheid. Het bronmateriaal in deze archieven bestaat vaak uit correspondenties, kasboeken, rekeningen en maar ook andere stukken betreffende de bezittingen te vinden. Daarnaast zijn er nog andere archieven waarin tevens informatie over eigendommen te vinden is, zoals bijvoorbeeld notariële archieven. Ook administratieve archieven waarin handelsregisters met informatie over in- en uitvoerrechten (convoyen en licenten) te vinden zijn, kunnen inzicht bieden in de koloniale handel. Daarnaast moest voor sommigen producten een ‘paspoort’ worden aangevraagd, ook deze kunnen vaak in bovengenoemde archieven te vinden zijn.

Een andere bron die veel aanknopingspunten biedt voor verder onderzoek is het archief van de familie van Lanschot. Welbekend is dat de in Den Bosch gevestigde familie een groot deel van haar vermogen verdiende met de handel in koloniale waar en daarmee indirect betrokken was bij de slavernij. Het archief geeft daarom inzicht in de verwevenheid van de Brabantse economie met de slavernij, met name de stukken met betrekking tot  F.A. van Lanschot in zijn rol als agent, een soort vertegenwoordiger, van de Nederlandse Handel-Maatschapij geven een duidelijk beeld van ondernemingen die betrokken waren bij de koloniale handel.

De N.H.M. werd opgericht door koning Willem I om de Nederlandse positie als stapelmarkt te herstellen en de handel in koloniale producten te laten opleven, nadat deze was verslechterd na de Franse Tijd. In zijn rol als agent van de N.H.M. stelt F. van Lanschot een lijst op met producenten en producten die in aanmerking komen voor uitvoer via de N.H.M. Voor het opstellen van deze lijst put van Lanschot uit producenten die al eerder producten hebben uitgevoerd naar zowel de Oost-Indië als West-Indië. Hieronder wordt in de tabel weergegeven welke producenten en producten in aanmerking kwamen alsmede waar zij gevestigd waren. Hoewel veel van de producten bestemd waren voor Oost-Indië, zijn er ook een aantal waarbij expliciet West-Indië beschreven staat.

4. Lijst van bedrijven met mogelijke banden

Producent, plaats

Product

Bestemming

Opmerking

P. en H. Vreede, Tilburg

Militaire lakens

Oost-Indië

Levering aan departement van koloniën

Diepen, Jellinghaus en Co., Tilburg

Militaire Lakens

Oost-Indië

Levering aan departement van koloniën

Petit en Fritsen, Aarle-Rixtel

Scheeps- en Plantageklokken

West-Indië

Archief in Eindhoven

J.F. Smits en Zn., Eindhoven

Lakens

Oost-Indië

Archief bij BHIC, Familie Smits van Ooijen

Dooren en Dams, Tilburg
 

Militaire lakens (?), fijne dunne lakens in zwart, rood en blauw

Oost-Indië en China, ook melding van handel met Levant

Schoffers en Bogaers, Tilburg

Laken en katoen

Onbekend

Raymakers en Ramaer, Helmond

Lakens en Katoen

Onbekend

Archief bij mijn weten in privé bezit

H. van der Voort, Boxtel
 

Linnen, damast

Onbekend

Wijhandel Johan van Rijckevoorstel en Zn., ’s-Hertogenbosch

Wijn

Suriname (per fust) en naar Oost-Indië (rode bordeaux per kist)

Bekende familie met zowel Rotterdamse als ‘Brabantse’ tak, deel van het archief in Utrecht. Tevens handel in koffie (Augustinus Th. van Rijckevorsel). Een archiefstuk in Utrecht wanneer je zoekt op (wijnhandel)

W.D. Bosch, ‘s-Hertogenbosch

Loodwit (verf)

‘Overzeese bestemmingen’

A. Bots en Zn., Helmond

Wollen stoffen

Onbekend

Corn. van Dijk, Tilburg

Wollen stoffen

Onbekend

Onbekend

Schoenen

Onbekend

Melding door v. Lanschot, 'grote partijen aan zeehandelaren afgeleverd'

Onbekend

Bossche Garens en spelden

Onbekend

'Dikmaals voor overzeesche verzending gevraagd'

J.G. Killian, ’s-Hertogenbosch

Borstels

Batavia

Van Dijk, Tilburg

Stoffen: vries en baai

Onbekend

J. Diepen en Zn., ’s-Hertogenbosch

Legerstoffen, katoen

Indië

J. Vermeulen of Gebroeders vermeulen

Juten koffiezakken

Onbekend

J.W. Kroman en F. Pennings

Schoenen voor het leger 

Indië

W. Prinzen

Katoenen

Oost-Indië

Wesselman, Bogaers en Sanders

Textielen, sarongs

Oost-Indië

Een andere soortgelijke bron waarin een overzicht wordt gegeven van stand van de handel en fabrieken in de verschillende gemeenten in Brabant is te vinden in het provinciaal archief. De bronnen beslaan de periode tussen 1815 en 1853, en geven een goed beeld van de verschillende industrieën in Brabant. Deze bevatten onder andere informatie over de bestemming van in Brabant geproduceerde producten. Een deel van deze producten komt inderdaad in West-Indië terecht, het gaat hierbij met name om textielproducten. Helaas is alleen de plaatsnaam van de fabriek opgenomen, niet de naam van onderneming of familie die de fabrieken runde. Wel is opgenomen het aantal werknemers, vroegere en huidige staat van de fabriek, waar de goederen voor bestemd zijn en welke factoren als belemmering voor de fabriek gezien worden en wat zou kunnen helpen.

Denk bijvoorbeeld ook aan de archieven van kranten te raadplegen via Delpher (opent in een nieuw tabblad), deze kunnen belangrijke bronnen opleveren over de koloniale handel. Vaak werden er berichten geplaatst over arriverende en vertrekkende schepen, maar ook over het aanbod van koloniale plantageproducten.

Kwetsend taalgebruik en terminologie

Bij het onderzoek naar het koloniaal en slavernijverleden is het belangrijk om te reflecteren op de woordkeuze en taalgebruik. Taal is altijd aan verandering onderhevig. Veel van de woorden die honderd jaar geleden gebruikt werden, zouden we nu niet meer gebruiken. Dit geldt ook voor het taalgebruik in de archiefstukken, die zijn ontstaan in het verleden. Bovendien zijn de meeste archieven opgesteld door de toen heersende machthebbers, die vaak vanuit een wit, eurocentrisch perspectief dachten en handelden. Met name in de archiefstukken die gaan over mensen met een andere (etnische) achtergrond komt dit eurocentrische wereldbeeld naar voren. Hierdoor bevatten de archiefstukken vaak termen en uitdrukkingen die we tegenwoordig als racistisch, kwetsend en/of beledigend ervaren. De inhoud van de archiefstukken kan niet worden aangepast, het is daarom van belang om deze te voorzien van de historische context waarin ze tot stand gekomen zijn.

Naast het taalgebruik in de archiefstukken, kunnen er ook beledigende termen voorkomen in archiefbeschrijvingen en indexen. Soms zijn deze beschrijvingen en indexen verouderd en moeten die worden aangepast. Helaas moeten sommige van deze termen toch gebruikt worden bij het onderzoek naar het slavernijverleden om bepaalde informatie uit de bronnen en archieven naar voren te halen. In de zoektermenlijst zijn daarom termen opgenomen die buiten het historisch onderzoek niet gebruikt zouden moeten worden. In de handleiding Woorden doen er toe worden veel van deze gevoelige termen besproken maar ook alternatieven aangeboden.

5. Zoektermen

Let op: kwetsend taalgebruik

Slachtoffers

  • Slaaf, sla(a)ve(n), (>slavernij, slavenschip, slavenhandel) slavin, slaef, lijfeigene / lijfeigenen, schuldslavernij, slavenmarkt
  • Moor (> Moors, moorin, mooren), morinne, moren (> morenhoofd, >morenkop), mauro
  • Neger (>negerin, negerslaaf), zwart(e), swart(e), zwartin, swartin, mulat (>mulattin, mulatten)
  • Marron (>marronage), maroon, aborigines, bosneger (>bosnegers, bosnegerin), boschneger (>boschnegers, boschnegerin), creool/creolen, kreool, indiaan (>indiaans, indiaanen, indianin), inboorling, weglolpers, (wegloperskas), Boni, Tula, Karpata, Baron, Coffy, Quassi, Opstand

Overig:

  • Afrikaan
  • Baboe
  • Basja
  • Bediende
  • Bomba
  • Contractarbeid
  • Dienaar
  • Dienstbode
  • Futuboi
  • Koeli
  • Njaj
  • Page
  • Shon
  • Voetoeboy

Direct en indirect verantwoordelijke organisaties

WIC, West- Indische compagnie, VOC, Oost-Indische compagnie, MCC, Middelburgse Commercie Compagnie, Sociëteit van Amsterdam, Admiraliteit

Evangelische broedergemeente, hernhutters, zending, missie

Direct verantwoordelijke personen

Gouverneur, bewindhebber, bewindvoerder

Locaties betrokken bij slavenhandel en/ of slavernij

Algemeen

Plantage, plantagie, plataadje, perk, suikermolen, kolonie

Afrika

Afrika, Africa, Elmina, d’Elmina, Mina (casteel del Mina), Fort Amsterdam, (Fort) Gorée (island, eiland), Goeree (Island,Eiland), Loanga, Kongo, kormant (>kormantin, Kormantijn, Fort Kormantijn, Fort Kormantin), Cormant (>Cormantin, Cormantijn, Fort Cormantin, Fort Cormantijn), Axim, st. Jago, Slavenkust, Grijn, Grein, Greijn, Guinee, Guinea, Angola, Madagaskar, Kaap, Hottentot, Negros

Amerika’s

Indië, West-Indië, West-Indische, Indische, Suriname, Paramaribo, Berbice, Demerara/Demerary/Demarary/Demarara, Essequebo, Stabroek, Guiana/Guyana, Curaçao, Bonaire, Aruba, st. Eustatius, Saba, st. Maarten, Willemstad, Nieuw Amsterdam, Pernambuco, Brazillië, Brasil, st. Thomas, Babados, (Fort) Nieuw Amsterdam, Fort Zeelandia, Fort Amsterdam, Fort Nassau, Fort Oranje

Azië

Malabar, Batavia, Bantam, Banda, Bantan, Java, Bengalen, Molukken, Sumatra, Borneo

Slavenhandel

  • Armazoen
  • Asiento
  • Piea(s) d’india / de india

Praktijk van slavernij

  • Abolitionist
  • Afschaffing
  • Baljaren
  • Brandmerk
  • Manumissie (juridische term voor het volgens bepaalde rechtsregels vrijgeven van een tot slaaf gemaakte; meer informatie (opent in een nieuw tabblad))
  • Du (-spel)
  • Emancipatie
  • Poenale sanctie
  • Plakkaten
  • Spaanse bok; Spanso boko
  • Staatstoezicht
  • Veiling
  • Vendue
  • Vrijbrief
  • Vrijgekocht
  • Vrijverklaard
  • Zwepen

Ruilproducten slavenhandel; producten specifiek voor tot slaaf gemaakten; producten voortkomend uit slavernij

Annabas, Atlas, Baftas, Broulissen, Caffa, Cassa, Chits Cauri, Kauri, Coren Cleeden, snaphaan, geweer, koper, brandewijn, textiel, Lemeniassen, Linguetten, lijnwaad, Osnabrucks/Osnabrugs linnen, Haarlems bontje, Haarlems streepje, Vries Bont, Guinees, Nicanezen, Slitsen, Perpetuanen, plattilles, Rouw Guinees, Saai, Salempouris, Slaaplakens, Zoutvlees, Bakkeljauw, katoen, tabak, koffie, coffy, koffy, zout, suiker, suyker, verfhout, indigo, nootmuskaat, peper, ivoor, grein, goud.[11]

Bron: Handreiking van Mok en Stam, 2018

6. Andere hulpbronnen

Voor het onderzoek naar het Nederlandse koloniale verleden is onlangs een handreiking voor historici verschenen. Het boek Nederlands kolonialisme van archief tot geschiedschrijving onder redactie van Alicia Schrikker biedt veel handvatten voor historici geïnteresseerd in het koloniaal en slavernijverleden. Ook zijn er verschillende handleidingen voor onderzoek naar het koloniale en slavernijverleden in reeds bestaande collecties. Neem bijvoorbeeld het werk van Ineke Mok en Dineke Stam Verborgen in het volle zicht of de handreiking Onderzoek naar sporen van slavernij en het koloniale verleden de collectie registratie  van de Rijksdienst voor Cultuur Erfgoed. Hieronder worden tevens een aantal handige websites genoemd die kunnen helpen bij het onderzoek naar het koloniaal en slavernijverleden.

Handige websites

Zoekhulp slavernij van Nationaal archief (opent in een nieuw tabblad)

Uitgebreide zoekhulp voor de vele archieven met betrekking op het slavernijverleden in het bezit van het Nationaal Archief.

Marhisdata (opent in een nieuw tabblad)

Zoeken in koopvaardijschepen die voeren onder Nederlandse vlag.

Atlas of Mutual Heritage (opent in een nieuw tabblad)

Overzicht van documentatie van de VOC en WIC.

Surinaamse Plantages (opent in een nieuw tabblad)

Informatie over de plantages die Suriname gekend heeft.

Archieven.nl (opent in een nieuw tabblad)

Zoeken in het archiefmateriaal van meer dan 90 verschillende instellingen.

7. Eindnoten

[1] Rose Mary Allen et al., Staat & Slavernij: het Nederlandse koloniale slavernijverleden en zijn doorwerkingen (Amsterdam, 2023), 394.

[2] Recent verschenen studies; Gert Oostindie (red.), Het koloniale verleden van Rotterdam (Amsterdam, 2020); Pepijn Brandon (red.), De slavernij in Oost en West: het Amsterdam onderzoek (Amsterdam, 2020); Esther Captain, Gert Oostindie, Valika Smeulders (red.) Het koloniale en slavernijverleden van Hofstad Den Haag (Amsterdam, 2022); Gerhard de Kok Walcherse ketens. De trans-Atlantische slavenhandel en de economie van Walcheren 1755-1780 (Zutphen, 2020).

[3] Allen et al., Staat & Slavernij, 397.

[4] Gerard Snikkenburg & Dineke Stam, ‘Sporen van slavernij in Noord-Brabant’, In Brabant, tijdschrift voor Brabants erfgoed 3 (2017), 10-22.

[5] Allen et al., Staat & Slavernij, 15.

[6] Karwan Fatah-Black (red.), Dienstbaar aan de keten: de Nederlandse Bank en de laatste decennia van de slavernij, 1814-1863, (Leiden, 2022), 13 nakijken

[7] F.G.G. Govers, Het geslacht en de firma F. van Lanschot 1737-1901, (Tilburg, 1972), 43-44.

[8] Alex van Stipriaan, Op zoek naar stiltes: sporen van het slavernijverleden in Nederland (Leiden 2007) 158.

[9] Zie bijvoorbeeld Alex van Stipriaan, Rotterdam in slavernij (Amsterdam, 2020), waarin plantage eigenaren genoemd worden die gevestigd zijn in Boxtel, Breda en Den Bosch. Daarnaast worden connecties met Helmond, Sint-Michielsgestel en Helmond benoemd.

[10] Alicia Schrikker (red.), Nederlands kolonialisme van archief tot geschiedschrijving: een gids voor onderzoekers, (Leiden, 2023).

[11] Irene Mok en Dineke Stam, Verborgen in het volle zicht: plan van aanpak voor de pilot slavernij in de collectie van de Rijksdienst voor het cultureel erfgoed, (Amsterdam, 2018), 24-25.

Auteur van deze zoekwijzer: Joris Martens

Feedback geven

Wat vind je van deze pagina? We horen graag wat beter kan.

0 van 300 tekens gebruikt

Deel geen gevoelige gegevens, zoals je BSN, adres, telefoonnummer of medische informatie.